Nieuws/Binnenland
1175120
Binnenland

Oud VN-klimaatbaas vol goede moed naar Doha

De voormalige baas van het VN-klimaatbureau, de Nederlander Yvo de Boer, staat donderdag op het punt op het vliegtuig te stappen naar de VN-klimaattop in Doha. Hij gaat daarheen voor adviesbureau KPMG. De Boer gaat onder meer praten met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven om te kijken wat het kan doen voor het klimaat.

De Boer stond nog aan het hoofd van het VN-klimaatbureau toen in 2009 de klimaattop in Kopenhagen uitliep op een fiasco. Hij is voorzichtig optimistisch over de uitkomsten van de top in de hoofdstad van Qatar. Vertegenwoordigers van 193 landen praten er over een nieuw wereldklimaatverdrag, dat in 2020 van kracht zou moeten worden. „Als het lukt helderheid te krijgen over een werkplan daar naartoe, ben ik optimistisch over de kansen dat het komt tot zo'n nieuw verdrag. Als de top een succes is, krijgt het bedrijfsleven ook meer helderheid. Dan kunnen ze investeren in plaats van af te wachten”, aldus De Boer.

Er zijn nog wel beren op de weg. Ten eerste vinden veel ontwikkelingslanden dat de grote industrielanden te weinig doen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Met het oog op de wereldwijde economische crisis is het volgens De Boer onwaarschijnlijk dat ze daar nu meer geld in willen investeren. Ten tweede hadden de rijke landen vooral de arme ontwikkelingslanden geld beloofd om zich te kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. Bijvoorbeeld om nieuwe dijken te bouwen. Ten derde hebben een aantal landen, waaronder Japan, Rusland, Canada en Nieuw-Zeeland nu al aangegeven dat ze niet zitten te wachten op verlenging van het Kyoto Protocol, aldus De Boer.

Over de rol van Nederland is De Boer goed te spreken. „Nederland heeft de afgelopen jaren een consistent geluid laten horen”. De regering ziet volgens hem het belang van klimaatbeleid. „De rol van Nederland is echter niet apart te beoordelen. Het treedt op in EU-verband. De EU is zelf verdeeld. Armere Europese landen voelen er met de crisis weinig voor om geld te steken in het klimaat. Een land als Polen zou wel eens dwars kunnen liggen.”

Ondanks het mislukken van eerdere klimaattoppen is zo'n grote vergadering volgens De Boer het meest geschikte middel om klimaatverandering aan te pakken. „Het is wel zo dat de sterkste economische landen het meest verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van broeikasgassen. Wat dat betreft zouden er ook bijvoorbeeld binnen de G20 en OESO goed zaken kunnen worden gedaan. Maar je móet de ontwikkelingslanden erbij betrekken. Zij hebben namelijk het meeste last van klimaatverandering.”