Nieuws/Binnenland

 ‘Ik schijn uit naam van Sinterklaas nogal vilein uit de hoek te komen’

Surprise Surprise

Presentatrice/journaliste Sandra Schuurhof schrijft elke week over haar boeiende bestaan. Deze week schrijft ze over het sinterklaasfeest.

Nederlanders vinden Sinterklaas het belangrijkste feest. Negentig procent verkiest de ouwe bebaarde man boven kerst, oud en nieuw en Koninginnedag. Ik behoor als kinderloze veertiger tot de tien procent die stukken minder met de clan uit Spanje heeft. Het geeft elk jaar weer zo’n gedoe: lootje trekken, onderling ruilen, surprise knutselen, gedicht in elkaar frutselen,snoepgoed in zakken proppen, en als er kinderen in het spel zijn: een Sint en minstens twee knechten regelen. Daarom probeer ik ieder jaar weer aan de terreur van deze Nederlandse traditie te ontkomen, maar het wil maar niet lukken. Onder valse voorwendselen lokken kinderrijke familieleden of vrienden mij naar het feestgedruis. “Je hoeft alleen een klein cadeautje te kopen voor de volwassenen, verder niks,” wordt mij verzekerd. Om vervolgens op 5 december van vriend A  te vernemen dat hij de hele nacht is opgebleven om een ludiek gedicht van vijf A4’tjes bij elkaar te rijmen voor elke aanwezige. En aangezien hij toch bezig was, ook even een surprise voor iedereen in elkaar te flansen. “Niks bijzonders, een robot die danst en op commando je vloer aanveegt.” Grrrrrrrr.

Gedwongen tot een inhaalslag ren ik als een bezetene vlak voor sluitingstijd door de stad en koop de laatste rollen papier, plakband, schuim, gekleurde folie en sleep oude verhuisdozen uit de kelder om snel wat kartonnen televisies in elkaar te knoeien. Elke klasgenoot, kennis, verre vriend, collega, buur en familielid die de pech had dat ik zijn naam trok, heeft zo’n beeldbuis-surprise van mijn hand. Het is namelijk het enige wat ik fatsoenlijk kan knutselen. Ik bedenk ze wel hoor, de meest wilde surprises met zwaailichten en zelfontbranders, maar mijn handen en brein staan op geen enkele manier met elkaar in contact. Wat ik in de bovenkamer verzin, komt er een klein metertje lager heel anders uit. Mijn creatieve uitspattingen beperken zich tot een mislukte schimmel van papier-maché, een drol van natte ontbijtkoek met schoensmeer, en een enorme houten kikker. Persoonlijk was ik best trots op Kermit, waarop ik mij bijzonder had uitgesloofd, maar de ontvanger was minder enthousiast. Ik had de kikker zo goed vastgespijkerd dat de klasgenoot zijn hand lelijk openhaalde bij de autopsie van het reptiel, op zoek naar het cadeau. Kermit kleurde genadeloos rood. Al dat werk voor niets.

Mijn dichtkwaliteiten zijn beter op orde. Ik schijn alleen de gewoonte te hebben uit naam van Sinterklaas nogal vilein uit de hoek te komen. Menig gezicht staat tegen het einde van een goedbedoeld persoonlijk Sint-verslag op onweer. Terwijl ik toch alleen wat lieve, kleine anekdotes voor het voetlicht breng over wrattentenen, obstipatie en gebrek aan kookkunst. Niets lelijks. Onbedoeld brengen mijn rijmpjes soelaas, want een vriendin drukte me op het hart dat ik dit jaar echt geen gedichten mag schrijven. Haar moeder is nog steeds overstuur van het laatste Sinterklaasfeest. Maar hoe moest de Sint nou weten dat het een geheim was dat ze zich in India had laten liften? En dat ’t een beetje was misgegaan waardoor ze nu een puntig Dr. Spock-oortje bezat? Mijn televisie met Star Trek-scherm was ook al geen succes. Op 5 december heb ik dus echt vrijaf. Dank u, Sinterklaasje.