Nieuws/Buitenland
1175215
Buitenland

VN-hof spreekt ex-premier Kosovo opnieuw vrij

Het Joegoslavië-Tribunaal heeft donderdag ex-premier Ramush Haradinaj (44) van Kosovo opnieuw vrijgesproken van de aanklacht van oorlogsmisdaden. De rechters vinden niet bewezen dat hij zich in 1998 schuldig heeft gemaakt aan moord, marteling en andere misdaden.

Servische en Albanese burgers werden daar het slachtoffer van. De rechters achtten de ontvoering en het doodslaan van burgers trouwens wel bewezen. Haradinaj heeft die misdaden echter niet bevolen en wist er volgens de uitspraak ook niets van. Haradinaj was toen een belangrijke regionale commandant van het Kosovo-Bevrijdingsleger (UÇK) van etnische Albanezen die vochten tegen de Servische autoriteiten in Belgrado.

Haradinaj was in 2008 al een keer vrijgesproken, maar van de Kamer van Beroep van het VN-hof moest het proces gedeeltelijk over. Tijdens het proces in eerste aanleg waren namelijk getuigen geïntimideerd, die daarom weigerden naar Den Haag te komen.

Ook Haradinajs medeverdachten Idriz Balaj (41) en Lahi Brahimaj (42) werden vrijgesproken. Voorzittend rechter Bakone Moloto (Zuid-Afrika) die het vonnis voorlas, gelastte de vrijlating van het drietal.

De vrijspraak werd door de tientallen aanhangers van de drie Kosovaren op de publieke tribune met veel gejuich ontvangen. Daarna gingen zij met een grote Albanese vlag feestvieren op het Churchillplein voor het tribunaal. Een van zijn advocaten zei na de uitspraak tegen journalisten dat Haradinaj nu opnieuw premier van Kosovo wil worden.

Het is de zoveelste keer dat het tribunaal belangrijke verdachten van misdaden tegen Servische slachtoffers vrijspreekt. Eerder deze maand ging Ante Gotovina vrijuit, de Kroatische generaal die commandant was tijdens Operatie Storm in 1995. Toen werden meer dan 200.000 etnische Serven uit Kroatië verdreven of sloegen op de vlucht voor de troepen van de Kroatische president Tudjman.

In 2008 werd Naser Oric definitief vrijgesproken, de commandant van de moslims in Srebrenica. Die vrijspraken versterken bij veel Serviërs de indruk dat het tribunaal anti-Servisch is.