1176714
Binnenland

In Memoriam Spitz Kohn

In 2006 vertelde de op 79-jarigeleeftijd overleden Antoine ‘Spitz’ Kohn in een grootzaterdaginterview in De Telegraaf over zijn rijke carrière. Over deverlossing die het voetbal bood van een hard bestaan in eenijzermijn. Over het grote verdriet, dat zijn vader hem nooit alsprof heeft zien spelen. Over de herkomst van zijn bijnaam ‘Spitz’.Over Nederland, dat voor hem als geboren Luxemburger een tweedevaderland is geworden. Over zijn successen bij FC Twente en zijnsamenwerking met Johan Cruijff en Louis van Gaal.

  ,,Het was altijd mijn droom om voetbalprof te worden. Ik ben opgegroeid in Esch in het zuiden van Luxemburg, dicht bij de Franse grens, en speelde bij Jeunesse d’Esch. Ik weet nog dat ik mijn eerste voetbalschoenen kreeg. Mijn moeder had me daarvoor veertig Reichsmark gegeven, het was tijdens de oorlog. Toen mijn vader die schoenen zag, zei hij lachend ‘die nopjes haal ik eraf, dan zijn het goede schoenen om mee naar school te gaan’. We gingen vaak voetbal kijken in Frankrijk bij FC Metz, dat lag zo’n 25 kilometer verderop. Vanaf mijn zeventiende ging ik in de ijzermijnen werken, zwaar werk, tweehonderd, driehonderd meter onder de grond. Het voetbal heeft me een heel ander leven gegeven. Ik ben God dankbaar dat ik een beetje ballen kon.”

Snorfiets voor zijn vader

,,Mijn vader was een grote, sterke man en was vroeger wielrenner geweest. Maar toen mijn vader ouder werd, kreeg hij moeite met fietsen. Toen heb ik hem beloofd. ‘Pa, als ik prof ben, dan koop ik een snorfiets voor jou, zodat je niet meer hoeft te fietsen’. Maar dat heeft hij niet meer mee mogen maken. Mijn vader is overleden in 1953 en pas een jaar later tekende ik mijn eerste profcontract bij Karlsruhe.”

Emotioneel: ,,Toen had ik het geld om wel tien van die snorfietsen voor mijn vader te kopen, maar kon ik het niet meer doen. Dat heeft me altijd dwars gezeten. Daar heb ik nog altijd verdriet van.”

,,Mijn vader kwam altijd naar me kijken als ik voetbalde, maar dan ging hij alleen staan. Hij kon het niet verdragen als de mensen kritiek op me hadden. Als ze me een trage schildpad noemden, of zo. Uit die tijd stamt ook mijn bijnaam ‘ Spitz’. Die kreeg ik omdat ik zo’n smal gezicht had. Later dacht iedereen dat het met mijn positie op het voetbalveld te maken had, maar die term kenden ze in mijn jeugd nog niet. Toen werd dat midvoor genoemd.”

,,Ik ben helemaal vernederlandst. Ik kom nog wel eens in Luxemburg, maar driekwart van mijn leven heb ik hier gewoond. Uiteindelijk zal ik ook in Nederland worden begraven, dat is voor mij zeker. Hier in Enschede voel ik me thuis. Mijn vrouw komt hier vandaan. FC Twente is ook echt mijn club geworden. In 1965 bij de fusie was ik de eerste contractspeler van buitenaf die werd vastgelegd. Ik heb nog een paar jaar gespeeld en toen ben ik assistent van Kees Rijvers geworden. Een betere leermeester had ik niet kunnen hebben.”

Successen bij FC Twente

Zijn grootste successen beleefde Kohn als hoofdtrainer bij FC Twente. ,,De absolute hoofdprijs hebben we jammer genoeg nooit kunnen winnen. We hebben wel eens de beker gepakt, maar de UEFA-Cupfinale verloren we en ook in de strijd om de landstitel kwamen we niet iets tekort. We hadden een heel goede ploeg, maar misten ten opzichte van Ajax, Feyenoord en PSV net dat laatste stukje professionaliteit.”

 In Amsterdam werkte Spitz Kohn met legendarische namen als Johan Cruyff en Louis van Gaal. ,,Ajax was een club op zich. Als je eenmaal Ajacied bent, gaat dat gevoel nooit meer weg. Bij Johan Cruyff had je altijd drie keer meer tijd nodig dan normaal om te begrijpen wat hij nou eigenlijk bedoelde. Zo bijzonder is Cruyff. Louis van Gaal was een geboren trainer. Dat zag ik al toen hij bij ons kwam om zijn examens af te leggen. Die had het gewoon in zich.”

,,Ik heb laat kinderen gekregen. Mijn oudste zoon heet Nicola, die is vernoemd naar mijn vader. De jongste heet Antoine net als ikzelf. Mijn vader stierf toen ik negentien was. Mijn kinderen zijn nu al ouder, die mazzel heb ik. Als je jonge kinderen hebt, wil je zien hoe ze terecht komen. Hoe ze zich later redden. Het zit me nog altijd dwars dat mijn vader dat bij mij niet mee heeft kunnen maken. Had hij maar kunnen zien dat ik beroepsvoetballer geworden ben. Dat was mij heel veel waard geweest.”