Nieuws/Binnenland
1177639
Binnenland

Economie is niet dood, leve de experts

Doordat de eurocrisis zich voortsleept en er geen kordate oplossingen zijn, krijgen economen in de media het verwijt dat ze het niet weten. Sommigen hebben de economische wetenschap zelfs dood verklaard. Tijd voor enige nuancering.

In de weekendbijlage van de Volkskrant, Vonk van 9 november, stond een uitgebreid artikel waarin een niet al te positief beeld van de economische wetenschap staat. Economen zouden het niet weten en politieke kleur en aangehangen economische theorieën zouden door elkaar lopen. Ook stond er een beeldprent van de economen, met naam en toenaam, die nu veel in de media worden geraadpleegd over de eurocrisis. Geen exacte wetenschap Is deze kritiek terecht? Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Er zitten meerdere kernpunten aan het probleem. Ten eerste is de economische wetenschap geen exacte wetenschap. Dat betekent dat modellen altijd op (vereenvoudigde) aannames zijn gebaseerd en dat empirisch vastgestelde uitkomsten eigenlijk alleen slaan op de onderzochte data en niet altijd een algemeen geldende uitkomst hebben. Er zijn meer wetenschappen die onder dit euvel lijden, denk aan de medische wetenschap, psychologie, sociologie, politicologie en dergelijke. In het algemeen geldt dat de opgedane wetenschappelijke kennis als bagage dient om goede beslissingen te kunnen nemen, maar heel nadrukkelijk tezamen met ervaring en gezond verstand. Het is deze drie-eenheid van kennis, ervaring en gezond verstand die uiteindelijk bepaalt of een econoom, arts, psycholoog of wat dan ook goed is in zijn vak. Net zoals er goede en slechte artsen zijn, zijn er ook goede en slechte economen. Een slechte econoom ontbeert of (economische) kennis of ervaring of gezond verstand of in het ergste geval zelfs alle drie. Terechte kritiek Als we ons nu even tot economen beperken dan zijn er wel enkele terechte kritiekpunten op ze te geven. De belangrijkste is dat de economische wetenschap een breed vakgebied is, wellicht zelfs te breed, waardoor een integrale blik regelmatig ontbreekt. We hebben econometristen (die goed kunnen rekenen), macro-economen (die goed in evenwichtsmodellen kunnen denken), financiële economen (die zich vooral met de financiële markten bezighouden), bedrijfseconomen (die vooral aan organisatiekunde en marketing doen) en accountants (die zich gespecialiseerd hebben in jaarrekeningen). Het valt regelmatig op dat economen toch erg weinig van elkaars disciplines begrijpen. Accountants die niets begrijpen van financiële markten, bedrijfseconomen die niet in staat zijn eenvoudige macro-economische wetmatigheden te duiden, econometristen die geen balans kunnen lezen en macro-economen die geen bedrijf kunnen waarderen, het komt vaker voor dan mening een denkt. Eigenlijk zouden economen, net als artsen, coschappen moeten lopen in elkaars disciplines, maar dat zal voor veel economen te hoog gegrepen zijn (en voor de staat te duur worden). Rol media Laten we economen vooral niet overschatten. De integrale kennis – zelfs bij de goede – ontbreekt vaak. Het is lastig voor de media de juiste econoom voor het juiste onderwerp te vinden. Ik zeg altijd: ‘je moet een kenner zijn om een kenner te onderscheiden’. Ik sprak ooit met Nobelprijswinnaar voor de economie Harry Markowitz, een heel integere en kundige man. Wat me opviel was echter dat hij over veel onderwerpen altijd naar andere economen wees die er veel meer van af zouden weten dan hij. Bescheidenheid siert de mens, ook de econoom. Probleem is dat er nog al wat economen zich graag aan de media opdringen, met een politieke agenda, uit ijdelheid of onder zachte dwang van de werkgever (universiteit of bank), die vindt dat hun medewerkers moeten publiceren, om de werkgever zo bekendheid te geven. Zo komen er regelmatig economische theorieën of visies in de media terecht van de ‘net-niet-experts’. Echte euro-experts onderbelicht in media Ook in de eurocrisisdiscussie zie je dat de echte experts onderbelicht zijn. André Szász, oud-directeur van DNB en Johan Witteveen en oud-directeur van het IMF bijvoorbeeld. Het zijn niet alleen economen met veel kennis en een goed verstand, ze hebben ook de juiste ervaringen opgedaan die nodig zijn om wat zinnigs over de eurocrisis te zeggen. Witteveen is bijvoorbeeld betrokken geweest bij landen die door de oliecrisis in de jaren zeventig in de problemen zijn gekomen. Lees hier een uitstekende analyse van hem in de Financial Times waarin hij aanstuurt op georganiseerde ‘defaults’ van in problemen gekomen eurolanden onder leiding van het IMF.  Szász was de man die al bij de introductie van de euro zei dat Griekenland een splijtzwam zou worden. Ook pleitte hij er in 2010 in NRC Handelsblad (een van de weinige publicaties van hem in de Nederlandse media) voor dat het IMF betrokken moet worden bij de oplossingen en dat een muntunie niet zal overleven zonder verdere economische integratie en zonder dat de lidstaten zich aan de begrotingsregels uit de verdragen houden. Ook zei Szász terecht dat de euro zoals die nu geconstrueerd is voor problemen gaat zorgen als de onderlinge concurrentieposities uit elkaar gaan lopen.  Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa Vermogensbeheer in Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM) en partner van de ML Finance Academy (www.mlfa.eu ). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn persoonlijke mening weer.