Nieuws/Binnenland
1184722895
Binnenland

Geen vervolging regisseur Martijn N. voor misbruik bij The Voice, rest onderzoek loopt nog

The Voice of Holland.

The Voice of Holland.

UTRECHT - In één verdenking van een mogelijk zedenmisdrijf rond het tv-programma The Voice of Holland heeft het Openbaar Ministerie besloten niet te vervolgen. Het gaat om regisseur Martijn N. Het onderzoek naar andere verdenkingen loopt nog.

The Voice of Holland.

The Voice of Holland.

Sinds eind april wordt onderzoek gedaan naar mogelijke zedenfeiten gepleegd door vier personen rond het programma, namelijk rapper Ali B, voormalig bandleider Jeroen Rietbergen, zanger Marco Borsato en de regisseur. Tegen Martijn N. was aangifte gedaan van onzedelijke betasting en een zoen op de mond. De regisseur heeft de aantijgingen aan zijn adres altijd ontkend.

„Na zorgvuldige bestudering van het onderzoeksdossier en intern overleg is door de officier van justitie besloten in de betreffende zaken geen vervolging in te stellen tegen de verdachte. Er is geen bewijs gevonden dat de aangiften ondersteunt”, meldt het OM dinsdag. „De vraag of de in de aangiften genoemde voorvallen wel of niet plaatsgevonden hebben, blijft hiermee onbeantwoord.” Het OM zegt zich te realiseren dat dit sepot „voor zowel de aangevers als de (gewezen) verdachte onbevredigend kan zijn.”

Het OM verwacht niet eerder dan begin volgend jaar de andere onderzoeken af te ronden.

Toen het verhaal over The Voice naar buiten kwam, legde Rietbergen zijn werk als bandleider direct neer. De inmiddels ex-partner van Linda de Mol erkende dat hij relaties van „seksuele aard” met vrouwen heeft gehad die betrokken waren bij het programma. Ali B ontkent de aantijgingen, net als Borsato.

Advocaat Sébas Diekstra, die meerdere slachtoffers rondom The Voice bijstaat, laat desgevraagd aan De Telegraaf weten: „De officieren van justitie in deze zaak hebben vandaag in een persoonlijk gesprek met twee slachtoffers, oud-kandidaten, medegedeeld dat hun aangiftes worden geseponeerd. Er is daarbij nadrukkelijk gemeld dat er niet getwijfeld wordt aan hun verklaringen, maar dat er geen ondersteunend bewijs is aangetroffen. Dit is voor cliënten uiteraard een zeer onbevredigende conclusie van het strafrechtelijk onderzoek.”