Nieuws/Binnenland
1188412572
Binnenland

Grote gemeenten willen meer geld voor inburgeringsstelsel

Foto ter illustratie.

Foto ter illustratie.

DEN HAAG - De vier grote gemeenten Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, ook bekend als de G4, willen meer geld voor inburgering en willen meer zelf bepalen hoe zij die vormgeven.

Foto ter illustratie.

Foto ter illustratie.

De G4 vragen hierom in een brandbrief aan minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De gemeenten vinden dat er „te weinig budget is om regie op inburgering te kunnen uitvoeren en om maatwerk te leveren.” Zo zou er bijvoorbeeld te weinig geld zijn voor de uitvoering van nieuwe taken, zoals het invoeren van informatie.

Het kabinet heeft in 2018 besloten dat de regie op inburgering per 2021 naar de gemeenten gaat, omdat zij het beste in staat zijn die taken dichtbij de mensen uit te voeren. Maar de vier grootste gemeenten hebben nu dus zorgen of hiervoor wel voldoende ruimte en financiële middelen beschikbaar zijn. Ook vinden de G4 dat zij niet betrokken zijn bij de regelgeving rondom inburgering, terwijl zij wel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.

Vluchtelingenwerk Nederland vindt het belangrijk dat het Rijk gemeenten in staat stelt het beleid goed uit te voeren. „We werken al jaren met een mislukt inburgeringsbeleid dat de integratie van duizenden vluchtelingen en andere nieuwkomers vooral tegenwerkt. Er ligt nu voor het eerst in lange tijd een heel goed plan dat de komende jaren echt een groot verschil kan gaan maken voor de integratie. Het zou ontzettend zonde zijn als hier nu weinig van terecht zou komen.”

Minister Koolmees zegt in een reactie dat hij naar een oplossing zoekt. „We delen hetzelfde doel: een goed werkend inburgeringsstelsel. Ook wij vinden het belangrijk dat het kostenplaatje netjes op orde is, voordat we aan een nieuw stelsel beginnen. We hebben nog geen overeenstemming met de gemeenten over de financiële middelen in het nieuwe stelsel. Op dit moment ben ik opties aan het uitwerken. Ik hoop op korte termijn weer bestuurlijk met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in gesprek te gaan.”