Nieuws/Binnenland
1201509
Binnenland

Streep door erfenis na moord

Moeder vermoordt haar dochtertje in een vlaag van verstandsverbijstering. Alleen door juridische spitsvondigheid wordt voorkomen dat deze moeder geld van haar kind erft.

Eind vorige maand heeft de rechtbank in Maastricht moeten beslissen over een situatie waar erfrecht, huwelijksvermogensrecht, internationaal recht, kinderrechten en strafrecht een rol speelden. Deze situatie is intens triest voor alle betrokkenen, maar voor een jurist interessant vanwege de uitleg die de rechter geeft aan het Burgerlijk wetboek om te komen tot een maatschappelijk aanvaardbaar resultaat in deze zaak.

Ik zal hieronder kort de zaak bespreken, aangeven waarom het voor mij maar ook voor u van belang is om er kennis van te nemen. En als laatste wil ik u verwijzen naar een ander artikel van mijn hand over kinderrechten en de bescherming die volgens professor Jan Willems van de Universiteit Maastricht zelfs nog voor de geboorte geboden moet worden aan kinderen.

De casus

In deze zaak gaat het om een man en vrouw die in juni 2002 met elkaar trouwen in gemeenschap van goederen. In november 2004 wordt hun huwelijksgeluk bezegeld met de geboorte van een dochtertje.

Helaas is de geestestoestand van de moeder niet optimaal want op 9 november 2006 vermoordt de moeder haar dochtertje, dat op dat moment dus net twee jaar was geworden.

Omdat deze moord in Duitsland is gepleegd, moet de Duitse strafrechter oordelen of het peutertje vermoord is en of haar moeder de dader is en welke straf zij moet krijgen. De Duitse rechter concludeert inderdaad dat er sprake is van moord dan wel doodslag die gepleegd is door de moeder. Alleen concludeert de Duitse rechter ook dat moeder daarvoor niet veroordeeld kan worden, omdat zij ten tijde van het delict niet toerekeningsvatbaar was vanwege een geestelijke stoornis. De moeder wordt dus niet strafrechterlijk veroordeeld. Erft de moeder van haar dochter?

De rechtbank in Maastricht moest vervolgens oordelen of de moeder van haar dochter zou erven.

Heb je iemand vermoord en pluk je daar via de erfenis de vruchten van, dan ben je onwaardig om te erven. Dat staat in artikel 3 van Boek 4 van het Burgerlijk wetboek. Alleen staat er in dat artikel duidelijk dat je dan wel onherroepelijk veroordeeld moet zijn.

Omdat in deze situatie de Duitse rechter wel de moord op de peuter had vastgesteld, maar had geconstateerd dat de moeder als dader niet toerekeningsvatbaar was, kon de moordenares niet onwaardig worden verklaard. De moeder zou dus van haar dochtertje erven. Dat was dus ook de (tussen)conclusie van de rechtbank, ook al was dit misschien een maatschappelijk ongewenste situatie.Juridische uitweg

Maar daarmee waren de juristen in Maastricht nog niet klaar met deze zaak. Moeder was namelijk getrouwd in gemeenschap van goederen. Haar deel van de erfenis van het door haar omgebrachte kind zou vallen in die gemeenschap van goederen. In lid 1 van artikel 100 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek is opgenomen dat de rechter de mogelijkheid heeft om de verdeling van die nalatenschap anders te doen dan simpel ieder de helft.

Dan moet het wel zo zijn dat de redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen onverkorte toepassing van de basisverdeling (50/50). Er moet dus sprake zijn van een maatschappelijk onaanvaardbaar eindresultaat.

En in deze situatie grijpen de Maastrichtse rechters dat artikel aan. Zij oordelen dat het jegens de vader van de peuter niet aanvaardbaar is dat zijn (ex-)echtgenote recht heeft op de helft van de erfenis van het door haar om het leven gebrachte dochtertje van hen beiden.

Dus de moeder die haar dochtertje van twee jaar om het leven had gebracht, kreeg toch geen recht op de erfenis van haar slachtoffertje.Oproep

Deze situatie is, zoals ik al eerder schreef, erg triest. De moeder lijdt aan een geestesziekte en onder invloed daarvan vermoordt zij haar tweejarige dochtertje. De vader verliest in één klap zijn gezin en alle partijen moeten daarmee verder zien te leven.

Professor Jan Willems van de Universiteit Maastricht zet zich al jaren in voor betere bescherming van (ongeboren) kinderen. Hij is van mening dat de overheid dit niet alleen moreel maar ook juridisch verplicht is op grond van onder meer het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Hij bepleit dan ook dat er eerder en beter voorgelicht moet worden aan (toekomstige) ouders. Ook moeten er in een vroeg stadium afspraken gemaakt worden als aanstaande ouders hun plichten jegens hun ongeboren kinderen niet nakomen of hun ouderlijke verantwoordelijkheden niet kunnen waarmaken.

Simpel gezegd mag de Nederlandse maatschappij niet afwachten tot het misgaat en een kind (geestelijk of lichamelijk) mishandeld wordt om dan pas in te grijpen.

Nederland is juridisch en moreel verplicht om veel eerder te kijken of ouders een (potentieel) gevaar voor hun kinderen zijn. Door goede voorlichting en afspraken voorafgaand aan de geboorte, en waar nodig monitoring tijdens het leven van een kind, kan voorkomen worden dat kinderen beschadigd worden door ouders die, om welke reden dan ook, de verzorging en opvoeding helaas niet aankunnen.

Binnenkort hoopt Jan Willems de financiering van een leerstoel rond te hebben. Dan kan er door gedegen universitair onderzoek hopelijk voorkomen worden dat er meer situaties komen waarbij een tweejarig kindje door toedoen van één van haar ouders om het leven komt.

Wilt u meer informatie over de leerstoel, stuur professor Willems dan een mail.