Nieuws/Binnenland
120732029
Binnenland

Ambassadeur in Ankara: ’Niet bemoeien met interne zaken’

Nederland krabbelt terug in rel met Erdogan

Marjanne de Kwaasteniet, de Nederlandse ambassadeur in Ankara, zegt zich niet met de interne zaken van haar gastland Turkije te willen bemoeien.

Marjanne de Kwaasteniet, de Nederlandse ambassadeur in Ankara, zegt zich niet met de interne zaken van haar gastland Turkije te willen bemoeien.

Den Haag - Marjanne de Kwaasteniet, de Nederlandse ambassadeur in Ankara, zegt zich niet met de interne zaken van haar gastland Turkije te willen bemoeien. Het is een reactie op uitspraken van de Turkse president Erdogan, die vorige week een tiental westerse ambassadeurs het land uit dreigde te gooien.

Marjanne de Kwaasteniet, de Nederlandse ambassadeur in Ankara, zegt zich niet met de interne zaken van haar gastland Turkije te willen bemoeien.

Marjanne de Kwaasteniet, de Nederlandse ambassadeur in Ankara, zegt zich niet met de interne zaken van haar gastland Turkije te willen bemoeien.

De tien landen hadden Turkije opgeroepen om zich aan een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te houden en de Turkse zakenman en filantroop Osman Kavala vrij te laten en de ambassadeurs werden daar dinsdag voor op het matje geroepen bij het Turkse ministerie. Naast Nederland ondertekenden ook Canada, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland de oproep om Kavala vrij te laten.

In een gezamenlijke verklaring laten zij maandag weten de interne zaken van Turkije te respecteren. De verklaring kan als knieval voor Erdogan worden beschouwd. Het Turkse persbureau Anadolu Agency meldt maandag dan ook dat Erdogan de verklaring van de landen ’verwelkomt’, en dat de ambassadeurs op hun post mogen blijven zitten.

’Pijnlijke vertoning’

Onder de tien ambassadeurs is ook de Nederlandse ambassadeur De Kwaasteniet. „Nederland houdt zich aan artikel 41 van de Conventie van Wenen,” schrijft zij in een toelichting op Twitter. Volgens artikel 41 van dat pact moeten diplomaten zich aan de geldende wetten en regels van een gastland houden en mogen zij zich niet mengen in de interne zaken van dat land.

De handreiking naar het Turkse regime zorgt voor woedende reacties in de Tweede Kamer.

„Wat krijgen we nou?!” vraagt CU-leider Gert-Jan Segers zich af. „Als mensenrechten en vrijheid ons lief zijn, dan hebben we de plícht ons met de interne zaken van andere landen te bemoeien. En zeker met die van het Turkije van Erdogan!”

„Een pijnlijke vertoning,” zegt ook VVD’er Ruben Brekelmans. „Erdogan blaft en tien landen trekken zich met de staart tussen de benen terug. Ik begrijp dat we de ruzie met Turkije niet verder willen laten escaleren, maar deze reactie is een teken van zwakte.”

PvdA-Kamerlid en voormalig Turkijerapporteur van de EU Kati Piri spreekt van een ’gênante vertoning’. „De met uitzetting bedreigde ambassadeurs verklaren nu dat ze zich niet met binnenlandse aangelegenheden in Turkije bemoeien. De wereld op z’n kop.”

„Slapjanuspolitiek,” vindt Derk Jan Eppink (JA21). „Wel een grote mond tegen Polen, maar als Erdogan blaft gaat Nederland door de knieën.”

Betrokkenheid bij de verijdelde coup

Kavala zit inmiddels vier jaar in de gevangenis. Vorig jaar werd hij na een levenslange eis vrijgesproken van het financieren van protesten in Istanbul in 2013, maar er volgde direct een aanklacht voor betrokkenheid bij de verijdelde coup in 2016.

Het Europees Hof droeg de regering van Erdogan, waar de activistische Kavala kritisch over is, in december 2019 al op hem vrij te laten. Het hof in Straatsburg stelt dat hij vastzit om hem de mond te snoeren.

Het comité van ministers van de Raad van Europa, dat toeziet op de uitvoering van uitspraken van het mensenrechtenhof, kondigde vorige maand aan een strafprocedure te beginnen tegen Turkije als Kavala niet voor de volgende bijeenkomst op 30 november is vrijgelaten. Consequentie daarvan kan zijn dat het stemrecht en lidmaatschap van het land zouden kunnen worden geschorst in de landenorganisatie die toeziet op democratie en mensenrechten.