Nieuws/Buitenland

Minder rampen, maar meer schade in 2011

Vorig jaar vonden wereldwijd 570 rampen plaats en kwamen daarbij bijna 40.000 mensen om het leven. De grootste ramp was de tsunami in Japan. Die eiste de meeste levens: ruim 19.800.

Dat staat in het Wereld Rampen Rapport van het Internationale Rode Kruis dat dinsdag is gepubliceerd. De catastrofes richtten het afgelopen jaar 282 miljard euro aan schade aan, meer dan in 2010. Vorig jaar was het jaar met het minst aantal rampen van de afgelopen 10 jaar. Ook vielen er in 2011 minder slachtoffers dan een jaar eerder.

Japan werd het hardst getroffen. De tsunami kostte het land 162 miljard euro. „Het is de kostbaarste ramp van het afgelopen decennium”, aldus de deskundigen van het Rode Kruis. Andere rampen met een grote financiële impact vorig jaar waren de aardbevingen in het Nieuw-Zeelandse Christchurch en de overstromingen in Thailand.

De meeste rampen in 2011 zijn te kwalificeren als natuurramp: ongeveer 336. „Overstromingen komen het vaakst voor. Daarna zijn orkanen en aardbevingen de grootste boosdoeners. In totaal werden bijna 200 miljoen mensen wereldwijd getroffen. Ook dat is minder dan de voorgaande jaren”, aldus een woordvoerster van de hulporganisaties. Door rampenvoorbereidingsprogramma's probeert Het Rode Kruis schade door bijvoorbeeld overstromingen zo veel mogelijk te beperken.

Een ander gevolg van het natuurgeweld is dat mensen massaal hun huis moeten verlaten. Volgens het rapport waren dat er vorig jaar 15 miljoen. In totaal zijn door rampen en geweld nu in totaal 72 miljoen mensen dakloos. Van hen verblijft een opvallend groot deel steeds langduriger in steden, in plaats van in vluchtelingenkampen.