Nieuws/Binnenland

Ontspannen Oman

Door John Hagens

De moskee staat hier niet zomaar naast bijna elk benzinestation dat je tegenkomt. Oman weet waar ze het goede leven aan dankt; een tevreden oliestaatje badend in weelde. En hoewel de talloze landschappen, van uitgestrekte gebergtes, magistraal geschilderde valleien en kustlijn tot een zinderende woestijn, smeken om aandacht, houdt het land massatoerisme bewust buiten de deur. Oman koestert haar rust, en dat is precies zoals je dit land wilt leren kennen.

Terwijl we onze eerste stappen zetten in Muscat, de rustieke hoofdstad van Oman, barst in talloze moslimlanden de hel los vanwege een beledigend filmpje op internet. Reacties die je hier niet zult tegenkomen. „Waar maken ze zich druk om?”, verzucht onze begeleider Qais, zelf fanatiek moslim, maar net als zijn landgenoten vooral ontspannen de politiek volgend. „Gekken heb je overal, zulke dingen moet je van je af laten glijden, dat weet iedereen hier.”

Ach ja, de Omani, daar zul je geen stress van krijgen. Muscat is al zo’n fijn voorbeeld; een havenstadje dat uitblinkt in laagbouw, geen achterwijk te zien, politie evenmin, als een dorpje dat haar witgetooide huisjes in de luwte probeert te verbergen tegen megalomane gedachten. Pronken doen ze hier met de grandeur van de Grand Mosque, en met dikke auto’s die de wegen domineren - rijkdom levert ’s mans moraal. Dan is het leven al snel naar wens.

Geen massatoerisme

Met dank aan een invloedrijke sultan, die zijn dunbevolkte land (een kleine 3 miljoen inwoners op een gebied iets groter dan Italië) opzichtig beschermt tegen massatoerisme. Geen ’over de top Dubai-achtige’ taferelen aan zijn lijf, de toeristenmarkt in het haventje van Muscat is misschien wel de enige knieval die Oman maakt. Hier tref je een wirwar van straatjes met ongeveer overal dezelfde kruiden, waterpijpen, gewaden en sieraden. Een kleine trekpleister voor bezoekers van de cruiseschepen, die echter niet verder het land in trekken.

 

En zo houdt de sultan het graag; megahotels zijn er niet, alleen luxueuze resorts. Kleine oases voor toeristen met een dikke portemonnee. Ze duiken op op de betere plekken van het land, waar ineens wél alcohol verkrijgbaar is, schaduw onder de palmen en alle verwennerij die je als westerling maar kunt bedenken.

Geen scherpe randen in deze paradijsjes. Daarvoor moet je in de auto stappen. Die is makkelijk te huren hier en de wegen zijn uitstekend, benzine is een lachertje (25 cent per liter maakt van tanken een ware attractie) en zodra je offroad gaat kan het avontuur beginnen.

Krater met blauwgroen water

Insha’Allah, je duikt op in de meest goddelijke oorden. Onderweg naar het stadje Sur passeer je al het Bimah Sinkhole, een krater gevuld met betoverend blauwgroen water. Een verleidelijke plek in het droge, snikhete landschap (voor de duidelijkheid, 35 graden is hier de norm); een frisse duik lonkt.

 

Maar haast (nee, geen stress!) is wel enigszins geboden - rond zessen zakt de zon alweer. En overal zien we de mooiste wadi’s, langgerekte canyons die het gebergte openbreken, bij regen transformerend in wilde rivieren. Althans, als we Qais mogen geloven; regen valt in Oman slechts vier keer per jaar en dat gaan wij niet meemaken.

Maar goed, over hobbelige offroad-wegen kun je kilometerslang die rotsachtige rivierbedding verkennen. En dan tref je romantische plekjes; een met hoge rotswanden omgeven watervalletje, wilde ezels en lenige berggeiten, eenzame dorpjes. Maar waar is de woestijn die we hadden verwacht?

Wahiba Sands

Niet ver rijden, zo blijkt. Dezelfde middag schuif je alweer met 100 km/u door de Wahiba Sands, dé woestijn van noordoostelijk Oman. In het simpele Arabiyan Oryx Camp, een verzameling huisjes met airco, ervaar je een fractie van het woestijnleven; de 41 graden hitte, als een föhn op je gezicht, eenzame toeristen die op kamelen voorbij hobbelen, de hoge duinen die we bedwingen om een glimp van de zonsondergang te krijgen. Heerlijk, offroad met het laatste beetje adem in ons lijf.

 

En Qais blijft maar lachen. Gehuld in Arabisch gewaad hangt hij ontspannen achter het stuur van onze 4WD. Onderweg naar de markt in het dorpje Sinaw wijst hij op kamelen, vastgebonden achterop pickup trucks: „VIP camels”, lacht hij. Loopt er een geit de weg op reageert hij ook op z’n Omaans; ontwijken met 100 km/u, laconiek: „Doeme gait”, zijn kennis van de Nederlandse taal demonstrerend.

Op de markt in Sinaw zien we eindelijk wat hoger oplopende emoties. Dorpsoudsten en gesluierde vrouwen met bedoeïnenmaskers die handel drijven; geiten, schapen en kamelen die in auto’s worden geladen. Langs de weg zien we even later een kameel die zijn VIP-ritje blijkbaar niet waardeert, de baas is uitgestapt om wat stokslagen uit te delen. „Gak”, oordeelt Qais.

Jebel Akhdar

Tja, het wordt pas echt gek als we de bergen ingaan. Een lange, 36 kilometer lange weg slingert zich naar het 2000 meter hoge Jebel Akhdar, een gebied dat tot vier jaar geleden alleen maar offroad bereikbaar was. Hier tref je in een ’koele’ 25 graden een paar idyllische dorpjes, levend van hun akkers die boven diepe canyons voor ultieme plaatjes zorgen.

 

Afdalend in een frisgroene wadi ontdekken we de 1200 jaar oude, verlaten dorpjes van Wadi Bani Habib. Ooit gebouwd om een burgeroorlog te ontvluchten ogen deze verborgen ruïnes als het Machu Picchu van Oman. Klauterend over de rotsen kun je vrijelijk de boel verkennen. Ook hier weer rust, alsof jij deze schatten zelf ontdekt.

Intieme plek

En het mooie is, van deze intieme plek, waar granaatappels, walnootbomen en exotische bloemen de serene dorpjes sieren, ga je ook plots naar de meest ontzagwekkende plek van Oman. Een ander verhaal, dit Jebel Shams, met 3000 meter het hoogste punt van het land (en omgeving), maar met een kilometer diepe canyon ernaast helemaal van monumentale proporties.

Is de naam Grand Canyon al gevallen? Mag best, zeker als je vlak daarvoor ook Machu Picchu hebt ontdekt. What’s next? Tja, het gaat regenen. Dikke druppels om precies te zijn, een bizarre ontknoping van deze trip. Die wild kolkende rivieren blijven uit, we zijn echter allang omver geblazen door een land dat uitblinkt in extremen. Een modern oliestaatje met een hart vol traditie; kamelen in pickups, wierook in de hotels en kuddes vee langs de snelweg.

Heet, heter, heetst

Hoe koel wil je het hebben? In de bergen van Oman is het goed te doen; 25 graden en een toevallige regenbui maken het leven hier prettig. Daal je af, dan zit je in steden als Nizwa en Muscat al snel in de 35 graden, rond september komt daar in Muscat nog een hoge vochtigheidsgraad bovenop. De volgende maanden wordt het eigenlijk steeds fijner, niet voor niets is het toeristische hoogseizoen van oktober t/m januari. Daarna verdampt het aantal toeristen, temperaturen komen in mei uit boven de 40 graden. In de woestijn is het met 50 graden dan helemaal zwoegen, en dat wil je je gezin niet aandoen.

Reiswijzer

KLM vliegt 5x per week rechtstreeks naar Muscat in Oman. Kijk op www.klm.nl voor meer informatie. Tours kunnen worden gemaakt via Zahara Tours, meer info op www.zaharatours.com. Meer info op www.visitoman.nl

Alles relaxed

Oman is een progressief moslimland. Hier geen sharia en dat merk je gauw genoeg. Mannen en vrouwen zijn (officieel) gelijkwaardig, alcohol is weliswaar nog verboden, maar vergt geen grote zoektocht, politie is er nauwelijks. Zelfs op de dorpsmarkten zie je nauwelijks chaos, dat mannen hier handelen in geweren en dolken (de traditionele khanjar) is voor de jacht, criminaliteit is namelijk laag. ’s Middags verdwijnt iedereen tussen 1 en 4 uur voor een siësta, ’s avonds wordt er met een waterpijp (shisha) ontspannen in de avondlucht - ja, het leven is goed in Oman.

Eten en slapen

Alles komt samen in Oman. Net als het land hangt de keuken ergens tussen Oost-Afrikaans, Arabisch en Indisch, van rijst of couscous met vis en lamsvlees naar humus met naan-brood. Uiteraard ook veel kebabs, curry’s, talloze kruiden (waaronder het populaire saffraan) en typisch Omani halva en dadels. Restauranttip in Muscat: het Kargeen Restaurant.

Eten in stijl en slapen in onmetelijke luxe, dat kan in de Chedi Muscat, het meest uitgebreide, vorstelijke hotel in de hoofdstad. Met het beste restaurant van de stad, een grote spa, privéstrand en alles wat je maar kunt wensen, een prettig alternatief voor rauwe offroad-avonturen: www.ghmhotels.com/en/chedi-muscat-oman/home. Ook een goeie tip, voor als je luxe zoekt net buiten Muscat: het Barr Al Jissah Resort. Ingeklemd tussen hoge rotsen en een met palmen bezaaid strand vind je hier drie hotels, de een nog royaler dan de ander, met keuze van ’simpele’ kamers tot suites met spectaculair zeezicht: www.shangri-la.com/muscat/barraljissahresort.

Iets bescheidener, maar ongetwijfeld koning onder de vergezichten, het Sahab Hotel. Een verzameling appartementen in het 2000 meter hoge Jebel Akhdar, met kleurrijke tuin, fossielen in en rond het hotel én een majestueus uitzicht op de naastgelegen canyon. Een hotel letterlijk aan de rand van de afgrond, de ideale plek om in stilte weg te dromen: www.sahab-hotel.com