Nieuws/Binnenland
1211462367
Binnenland

Rechtbank: dragen mondkapje op drukke plekken Amsterdam blijft verplicht

Ook op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt worden bezoekers geacht een mondkapje te dragen.

Ook op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt worden bezoekers geacht een mondkapje te dragen.

AMSTERDAM - De mondkapjesplicht in het Amsterdamse Wallengebied, op de Kalverstraat, Nieuwendijk, Albert Cuypstraat en Plein ‘40-’45 blijft in stand. Dat heeft de Amsterdamse rechter besloten. De stichting Viruswaarheid en vijf Amsterdammers probeerden via een kort geding onder de mondkapjesplicht uit te komen.

Ook op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt worden bezoekers geacht een mondkapje te dragen.

Ook op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt worden bezoekers geacht een mondkapje te dragen.

Maar de voorzieningenrechter ziet heil in de plicht, die is gebaseerd op de noodverordening en een aanwijzingsbesluit van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.

De rechter kan op zichzelf toetsen of een regeling al dan niet rechtmatig is, maar moet dat terughoudend doen. Zeker in kort geding. Er wordt verschillend gedacht over de vraag of de voorzitter van de Veiligheidsregio, in dit geval burgemeester Femke Halsema van Amsterdam, de noodverordening – juridisch gezien - mocht uitvaardigden. Het is dus niet overduidelijk. Daarom komt de rechter, terughoudend toetsend, tot de conclusie: het is niet onrechtmatig.

Viruswaarheid en de aangesloten Amsterdammers oordeelden in het kort geding dat de maatregel niet nodig is, omdat ,,ziekenhuizen en mortuaria leeg zijn”.

’Goed verdedigbaar’

Dat ziet de voorzieningenrechter anders. Deze noemde zowel de 1,5 meterregel als de mondkapjesmaatregel goed verdedigbaar.

Zo vindt de rechter het zorgelijk dat ondanks eerder uitgevaardigde minder verstrekkende maatregelen het aantal coronapatiënten in Amsterdam snel oploopt. In zijn ogen gaat het daarnaast om een relatief kleine inbreuk op het grondrecht van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De maatregel is slechts plaatselijk en beperkt in tijd, namelijk van 5 tot 31 augustus, en wordt na afloop geëvalueerd. En tot slot acht de rechter de door Viruswaarheid gestelde gezondheidsschade als gevolg van het dragen van mondkapjes niet aannemelijk.

Partijen hebben tijdens het kort geding nog gediscussieerd over de vraag of deze zaak niet voor de bestuursrechter had moeten worden gebracht. In het vonnis is beslist dat zij bij de civiele (kort geding)rechter aan het juiste adres zijn.