Nieuws/Binnenland

Koe bij biologische boer 200 dagen in de wei

Bij de biologische boer staan koeien gemiddeld 200 dagen per jaar 16 uur per dag in de wei. Bijna 80 procent van deze boeren wil het liefst hun koeien onbeperkt, ofwel dag en nacht, weiden om zich te onderscheiden van de 'gewone' melkveehouders. Dat blijkt uit onderzoek van vakblad Ekoland onder ongeveer 90 biologische boeren.

Voor de biologische boer is de koe in de wei een vereiste, terwijl LTO Nederland onder de gangbare melkveehouders campagne voert om de weidegang zo veel mogelijk te behouden. Bij een kwart van alle 17.500 geregistreerde melkveebedrijven komt de koe nooit van stal, aldus bestuurslid en melkveehouder Kees Romijn woensdag. De biologische melkveehouders maken volgens hem 2 tot 3 procent uit van het totaal.

Voor het predicaat weidemelk op het pak in de winkel moeten koeien minimaal 120 dagen per jaar en 6 uur per dag op het land staan. Volgens Romijn staat de weidegang onder druk door schaalvergroting. Vaak hebben melkveehouders die groter worden, er niet meer genoeg grond en mankracht voor.

Ook bij de biologische boeren is te zien dat grotere melkveehouders hun koeien minder in de wei laten. Het gemiddeld aantal uren per jaar in de wei ligt bij biologische boeren met 80 koeien of meer op ruim 2600, terwijl dat bij kleinere tussen de 3200 en 3800 ligt.

Weidegang is voor biologische boeren een belangrijk onderscheidend kenmerk. Bijna zes op de tien van hen vrezen echter dat het onderscheid met gangbare weidemelk voor consumenten in de winkel minder duidelijk is.

Het onbeperkt weiden wordt het meest genoemd als maatregel waarmee biologische boeren zich beter zouden kunnen onderscheiden. Wel tekent een derde hierbij aan dat dit niet voor iedereen in de praktijk haalbaar is. Daarom wordt ook gepleit voor een ondergrens. Twee derde van de biologische melkveehouders is dan voor een minimale weideperiode van 180 dagen per jaar. Daar zitten de meesten van hen al boven.