Nieuws/Vrouw

Ergens tegenaan lopen

Het begin van een therapiesessie is voorspelbaar. Het is meestal de hulpverlener die het initiatief neemt met vragen als ‘wat zit u dwars’ en ‘waar wilt u over praten’. Het is de opmaat naar het gevoelsleven van de patiënt waar de therapeut dan weer op in kan gaan met vervolgvragen zoals ‘wat ging er toen door u heen’ of ‘waarom ziet u daar zo tegenop’.

Mijn voorkeur gaat uit naar de vraag ‘wat is nu het probleem’, al was het alleen maar om de patiënt te dwingen verantwoordelijkheid te nemen voor hoe hij is vastgelopen. Maar, in plaats van een duidelijk antwoord, krijg ik steeds vaker een vaag verhaal over iets waar tegenaan gelopen wordt.

Zo word ik door mijn klanten niet zozeer meer gebruikt als psychologisch expert, maar eerder als botsing-deskundige. Ik bedoel, de patiënt loopt ergens tegenaan, en ik mag dan de schade opnemen en hem troosten voor de verwondingen en geleden pijn. Natuurlijk, het is maar een uitdrukking. Desondanks blijf ik van mening dat mensen hun woorden niet zomaar kiezen. Wanneer iemand ergens tegenaan loopt, dan suggereert dat op zijn minst dat hij niet goed uit zijn doppen kijkt. In dat geval is het misschien voldoende om te zeggen: ‘let dan ook beter op’. In de praktijk blijkt dat niet genoeg, omdat patiënten de gewoonte hebben telkens weer tegen hetzelfde aan te lopen. Met de suggestie om er niet tegenaan, maar omheen te lopen kom ik er ook niet omdat het vaak ook iets is waar je niet omheen kunt lopen. Zo lopen mensen tegen hun eigen onmacht aan, of tegen hun verdriet, tegen de onwil van hun partner, tegen de brutaliteit van de kinderen of tegen de angst om uit de kast te komen. Laatst was er patiënt die zei: ‘waar ik telkens weer tegenaan loop is de frustrerende ervaring dat mijn vader geen echt contact maakt’. Ik lachte en zei: ‘ergens tegen aanlopen is mooi omdat je dan zeker weet dat je niet verder kunt; even diep ademhalen, en bijkomen van de schrik’. Nu was deze patiënt niet erg gecharmeerd van mijn doordachte opmerking en vroeg: ‘ja, maar wat moet ik nu?’ Ik bleef volhardend: ‘wie telkens weer tegen hetzelfde aan loopt, weet in ieder geval zeker dat het niet aan hem ligt maar aan dat wat hem in de weg staat’. Verbaasd was ik toen de patiënt zei: ‘hmm, ja, misschien moet ik niet alles naar mijn hand willen zetten’.

Nu zijn er mensen die zo vaak ergens tegenaan lopen dat zij uiteindelijk alleen maar zichzelf tegenkomen. In dat geval kunt u niet meer om uzelf heen. Want, waar u tegenaan loopt, gaat echt niet opzij. Daar moet u zelf wat op bedenken.

j.wijnberg@home.nl

www.psycholoogwijnberg.nl