Nieuws

teleVisie: Bert tegen de rest

Naar buiten toe nam hij de verantwoordelijkheid; intern legde Bert van Marwijk die bij zijn vaste basiself. De internationals in wie hij de afgelopen twee jaar onvoorwaardelijk geloofde. Ondanks de druk van buitenaf besloot de bondscoach niet één van zijn vaste basisspelers te laten vallen. Daarmee sprak hij een maximaal vertrouwen in de harde kern uit.

Zo werd het Oranje tegen de rest.

Een psychologische zet, die geen ruimte meer liet voor mazen in het tactische net. Het dwong vooral de middenvelders om de linies dicht bij elkaar te houden en bij te sluiten zodra de situatie daarom vroeg. Zouden zij dat opbrengen, dan werkte dat het gelijk van Van Marwijk in de hand. Zo niet, dan restte het onbegrip van de natie.Het werd dus het laatste. Zoals dat te verwachten was. Vasthouden aan het toch al sceptisch bekeken systeem van het WK 2010 betekende dat Oranje twee jaar lang stil was blijven staan. En in topsport staat stilstand gelijk aan achteruitgang.

Fnuikend

Wat dat betreft was het verschil in Charkov fnuikend. Duitsland, in 2010 derde, liet zien hoe het inmiddels over de nummer twee van toen heen is gegroeid. Slim werden de ruimten tussen de twee Nederlandse blokken voortdurend bespeeld door Schweinsteiger & co.

Hoewel er voortdurend zes man achterin stonden, wisten de Duitsers toch te vaak mensen vrij te spelen. Net als de minder getalenteerde Denen maakte Die Mannschaft meer en meer gebruik van de ruimte tussen het Nederlandse verdediging- en aanvalsblok. Een risico dat zich al sinds het WK openbaarde, zodra de middenvelders niet in staat zijn om de drie linies dicht bij elkaar te houden.

Bert van Marwijk had alle recht om zijn vertrouwen in zijn vaste elf uit te spreken. Alleen kreeg zijn keuze daardoor het effect van of zijn gelijk halen of de directe verantwoordelijkheid nemen voor een blamerende uitschakeling.

Plan B

Wat de bondscoach vooral te verwijten valt, is dat hij twee jaar lang nooit aan een Plan B heeft gewerkt. Zelfs tijdens de vier oefenwedstrijden werd er geen serieuze poging gewaagd om een tweede variant uit te proberen. Daardoor kreeg de tweede helft van Duitsland-Nederland, toen Van der Vaart en Huntelaar de plaatsen van Van Bommel en Afellay innamen, iets van een kansloze missie.

Oranje probeerde iets uit tegen een ploeg die twee jaar lang bezig is geweest om door te groeien. Een proces dat het Nederlands elftal onvoldoende heeft ondergaan. Dat de ploeg er desondanks in slaagde om Duitsland steeds meer bij de strot te grijpen, was een pijnlijke indicatie dat er te lang met vernieuwing is gewacht.

Toch geeft dit spelbeeld de burger nog moed. Ondanks alles, kan een overwinning met twee doelpunten verschil tegen Portugal alsnog genoeg voor de kwartfinales zijn. Mits de Duitsers hun sportieve plicht tegen Denemarken niet verzaken. Maar dat zou Oranje toch aan zichzelf hebben te wijten.