1242519
Binnenland

Beul van Ommen al maanden dood

De voortvluchtige oorlogsmisdadiger Herbertus Bikker, alias 'de Beul van Ommen' is al maanden dood. De misdadiger uit de Tweede Wereldoorlog leefde vijftig jaar als vrij man in Duitsland...

De man is door natuurlijke oorzaak begin november op 93-jarige leeftijd overleden in zijn appartement in Haspe. De bijnaam Beul van Ommen had Bikker te danken aan zijn brute optreden tijdens de oorlog. Bikker was één van de vier veroordeelde voortvluchtigen die nog vrij rondliepen.

Volgens een woordvoerder van de Duitse politie is Bikker een natuurlijke dood in zijn eigen woning gestorven. Om die reden is er geen ruchtbaarheid aan zijn dood gegeven, aldus de zegsman.

Na een melding van zijn buurman werd Bikker gevonden door de politie. Zij moesten daarvoor zijn voordeur forceren. Omdat hij geen geld had en omdat er bij de Duitse autoriteiten geen familie of kennissen van hem bekend waren, is Bikker anoniem in Haspe begraven.

Bij de begrafenis waren volgens de politie geen belangstellenden. Ook rond zijn graf is het sindsdien stil.

Ontsnapt

Bikker werd geboren in de Alblasserwaard. Hij was zes jaar, toen zijn moeder verdronk. Op zijn 24e meldde de boerenknecht zich aan bij de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), die de nazi's in Duitsland steunde.De Duitse bezetter bevrijdde hem in mei 1940 uit een kelder, waar de Nederlandse politie hem na de invasie gevangen had gezet.

Bikker werd lid van de Waffen-SS om te gaan vechten aan het Duitse oostfront. Hij raakte meerdere keren gewond. Later, in 1943, werd hij in het strafkamp Erica in Ommen als bewaker aangesteld, waar hij gold als bikkelharde potentaat. Daar schoot hij de verzetsman Jan Houtman dood, volgens Bikker uit noodweer.

Na de Tweede Wereldoorlog moest de oud-SS'er voor de rechter verschijnen. Onder meer wegens doodslag op Houtman werd hij veroordeeld tot de dood. Later werd de straf omgezet in levenslang. In 1952 wist Bikker met nog zes andere oorlogsmisdadigers uit de Koepelgevangenis in Breda te ontsnappen.

Hij vluchtte naar Duitsland waar hij eerder door zijn lidmaatschap van de SS het staatsburgerschap had gekregen. Dat maakte uitlevering aan Nederland onmogelijk. Jaren leefde hij als magazijnmedewerker in de anonimiteit.

Dat duurde tot begin jaren negentig, toen het KRO-televisieprogramma Reporter lucht kreeg van zijn verblijfplaats. Bikker kreeg antifascistische demonstranten op zijn dak en later de Duitse justitie. Die begon een onderzoek naar aanleiding van de uitzending van Reporter en interviews met Bikker in de media waarin hij toegaf Houtman het genadeschot te hebben gegeven.

In 2003 werd een laatste poging gedaan om Bikker naar Nederland te krijgen, zodat hij daar zijn straf zou uitzitten. Een jaar later blies de rechtbank in het Duitse Hagen de rechtszaak tegen Bikker af, omdat hij door zijn geestelijke en lichamelijke conditie niet in staat zou zijn nog langer terecht te staan.

Overigens bestaat er twijfel over de bijnaam van Bikker. Het alias werd in de jaren tachtig gebruikt voor Marinus de R., die toen werd berecht in Den Haag. Hij werd in 1989 door de Hoge Raad vrijgesproken.