Nieuws/Binnenland
125324
Binnenland

Ruud Vormer * Ex-Feyenoorder wist vorig seizoen met Club Brugge lange titelloze periode af te sluiten

Het goede voorbeeld

— De spanning in de Eredivisie is om te snijden. Nadat koploper Feyenoord in twee weken tijd vijf punten van de voorsprong op achtervolger Ajax zag verdampen, wordt in Rotterdam de adem ingehouden voor de laatste vier speelronden. Vanuit Brugge leeft ex-Feyenoorder Ruud Vormer intens mee met zijn oude club. De middenvelder werd vorig seizoen Belgisch kampioen met Club Brugge en weet als geen ander wat het losmaakt als een volksclub, die al zo lang hunkert naar de landstitel, zich eindelijk weer de beste mag noemen.

Waar Feyenoord al sinds 1999 op de landstitel wacht, kende ook Club Brugge een lange periode zonder succes. Op de kop af elf jaar na het laatste kampioenschap konden de champagneflessen vorig seizoen worden ontkurkt na een thuiszege op Anderlecht. De 15e mei 2016 is een dag die Ruud Vormer nooit zal vergeten. „Het was mijn eerste kampioenschap. De manier waarop dat tot stand kwam was natuurlijk geweldig. Als je kampioen kunt worden door je directe concurrent in de beslissende wedstrijd met 4-0 te verslaan, dan is dat een unieke ervaring.”

Het waren Zuid-Amerikaanse taferelen op die Eerste Pinksterdag in het Jan Breydel Stadion, waar de Club Brugge-supporters een streep zetten onder elf jaar frustratie. „Die dag kon niet beter”, vertelt Vormer glunderend. „Het is echt fantastisch geweest. De rit met de bus naar het Jan Breydel Stadion voor de wedstrijd was al heel bijzonder. Overal waren Club-supporters die ons toejuichten en met vlaggen zwaaiden. En de sfeer in het stadion was uniek. Het was een gekkenhuis. Je voelde dat het niet mis kon gaan. Toen het gelukt was, gingen de feesten nog dagenlang door.”

„Het zat diep bij de supporters dat Club zo lang geen kampioen was geworden. Het jaar ervoor gingen we als koploper de play-offs in, maar toen haalden we het net niet. We waren nog op drie fronten actief, hadden een enorm zwaar programma en kregen te maken met veel blessures, waardoor we het niet redden op het beslissende moment en AA Gent kampioen werd. We waren op het laatst echt kapot.”

De vreugdetaferelen bij het behalen van de titel waren uitbundig en kenden een rauw randje. Het kampioensduel werd omlijst met veel vuurwerk, waardoor de wedstrijd zelfs tijdelijk moest worden gestaakt, en ook de vooraf ten strengste verboden veldbestorming bleek niet uit te kunnen blijven. „Dat kun je de supporters ook niet echt kwalijk nemen. Ze hadden zo lang moeten wachten. Die mensen werden gek van vreugde. Ik ben ook nooit bang geweest, dat de scheidsrechter de wedstrijd definitief zou staken. Dat had hij echt niet kunnen maken.”

In de ogen van Vormer zijn Feyenoord en Club Brugge clubs die veel met elkaar gemeen hebben. „Het zijn allebei echte volksclubs met ontzettend fanatieke supporters. En die verwachten van het team ook altijd power en werklust. Het is grappig, dat de supporters van Club Brugge net als in De Kuip altijd het lied Hand in Hand Kameraden zingen.”

„Het zou wat zijn als na Club Brugge nu ook Feyenoord kampioen wordt”, mijmert Vormer. „Feyenoord is ook al zo lang geen kampioen meer geweest. Ik was een ventje van tien toen ze voor het laatst kampioen werden. Het wordt nog wel moeilijk voor Feyenoord. De druk wordt steeds groter. Ze zeggen wel dat dat niet zo is, maar dat houd je niet tegen. Gelukkig hebben ze met Elia en Kuyt ook een aantal ervaren spelers die goed met de druk om kunnen gaan.”

„Het ging hier in de stad op het laatst alleen nog maar over het kampioenschap en dat ging de dagen, weken, maanden erna gewoon door. Op die 4-0 tegen Anderlecht hebben we heel lang kunnen teren. Maar nu willen de mensen het natuurlijk nog eens meemaken. We hebben nog altijd de kans daarop, al denk ik dat het lastiger gaat worden dan vorig jaar. Het draait allemaal om de play-offs.” Club Brugge staat daarin nu tweede met een achterstand van vier punten op koploper Anderlecht. „Het zou geweldig zijn als Club Brugge én Feyenoord dit jaar kampioen kunnen worden.”

„Wat ons betreft ook omdat we iets recht te zetten hebben in de Champions League. Dat was dit seizoen gewoon slecht. Het kan niet dat je nul punten uit zes wedstrijden haalt. We hadden dan wel veel pech, met onder andere veel blessures, maar uiteindelijk waren we gewoon een maatje te klein. Dat zou ik graag nog eens overdoen.”

Bij Club Brugge wordt Vormer op handen gedragen, maar tijdens zijn twee seizoenen bij Feyenoord zat hij vaker dan hem lief was op de reservebank. „Ik blijf het zonde vinden hoe het bij Feyenoord is gegaan. Ronald Koeman heeft me uiteindelijk niet een echte kans gegeven. Als ik speelde, was dat als controlerende middenvelder. Maar als ik bij Feyenoord de gelegenheid had gekregen om op dezelfde manier te spelen als nu bij Club Brugge, dan was ik in Rotterdam geslaagd. Daar ben ik van overtuigd.”

„Natuurlijk had ik te maken met zware concurrentie: jongens als Immers, Clasie en Vilhena. Voor mijn gevoel kon ik daar wel tegenop, maar Koeman had een duidelijke voorkeur voor het middenveld. Hij zag het blijkbaar niet helemaal in me zitten. Al speelde ik goed, dan stond ik er de keer erop toch weer naast. Als je regelmatig op maandagavond met de reserves moet voetballen dan word je daar niet vrolijk van. Maar als ik er op terugkijk, heb ik ondanks alles bij Feyenoord toch een mooie tijd gehad.”

De overstap van Rotterdam naar Brugge bleek uiteindelijk een gouden zet. „Mijn eerste doel hier was om weer regelmatig aan voetballen toe te komen. Dat is zo goed gegaan, dat we twee mooie prijzen hebben gepakt.” Naast de landstitel greep hij een jaar eerder ook de Belgische beker. „Ik heb geluk gehad dat onze trainer Michel Preud’homme me heel graag erbij wilde. Hij kende me nog uit zijn FC Twente-periode. Toen speelde ik bij Roda JC en scoorde ik tegen FC Twente. Dat was hij nooit vergeten. Preud’homme heeft me aangetrokken met het idee om me voor de nummer acht-positie te gebruiken. Ik wist wel dat ik dat in me had en dat is er ook uitgekomen. Ik mag hier lekker diep gaan en loopacties maken. Als ik maar zorg dat ik ook weer op tijd terug ben.”

Club Brugge ziet in de 28-jarige Vormer een belangrijke pion voor de toekomst. Dat is tot uiting gekomen in een tussentijdse contractverlenging waardoor hij na dit seizoen nog drie jaar vastligt. „Soms denk je wel eens aan nog een avontuur. Het hangt ervan af of er iets heel moois komt uit landen als Duitsland of Engeland. Maar ik zit hier heel erg goed. Ik zeg altijd tegen mijn vrouw Roos: ’Je kunt altijd maar meer willen, maar soms moet je ook blij zijn met wat je hebt.’ Dit is een geweldige club en ik word hier zeer gewaardeerd. Het gaat heel goed met de club en er komt een nieuw stadion aan. Dat is in 2019 klaar, dus het zou kunnen dat ik dat nog ga meemaken. Misschien dat ik mijn carrière hier wel afsluit.”

„Het leven is hier fantastisch. Het gaat er minder gestrest aan toe dan in Nederland. De Belgische mentaliteit spreekt me aan. Dat geldt ook voor de cultuur met een hoge kwaliteit van leven. Veel uit eten gaan en veel gezelligheid. En daarbij zijn de voorzieningen heel goed, als je kijkt naar de scholen voor de kinderen en zo. Eigenlijk zou ik hier best voor altijd willen blijven wonen. Al weet je nooit hoe het loopt.”

„Mijn gezinnetje heeft het hier ook heel leuk. We hebben twee kinderen. Een zoontje van vier jaar, Valente, en een meisje van acht maanden, Juliëtte. Twee van die kleintjes maken je leven echt compleet. Dat heb ik altijd gewild, maar door het werk van Roos hebben we uiteindelijk wat langer gewacht. Als het aan mij had gelegen was ik niet op mijn 24e maar op mijn 20e al voor het eerst vader geworden. Ik vind het gewoon super om papa te zijn.”

„Mijn vrouw heeft een heel pittig beroep. Roos is geen typische voetbalvrouw. Ze heeft aandacht voor mijn carrière, maar wil ook gewoon haar eigen ding doen. Ze is spoedarts in een ziekenhuis in Gent. Ik houd ervan, dat ze lekker haar eigen dingen heeft. Ik ben heel trots op wat ze doet. Als ik sommige verhalen van haar hoor over het ziekenhuis, dan denk ik bij mezelf: daar moet je heel sterk voor in je schoentjes staan. Ze komt met ernstig gewonden in aanraking. Mensen die een auto-ongeluk hebben gehad of schotwonden hebben. Maar ook dronken of gekke mensen. Heel bijzonder allemaal. Als je die verhalen hoort, dan kun je alleen maar veel respect hebben voor het werk dat door spoedartsen wordt gedaan. Het mooie is dat we ’s avonds genoeg hebben om samen over te kletsen. Waar zou je het over moeten hebben als je vrouw de hele dag thuis zat en niks meemaakte? Altijd maar weer over voetbal? Ik ben blij dat door haar verhalen mijn horizon wordt verbreed.”