Nieuws
1259456
Nieuws

Lezers over campers

Absolute vrijheid

Zelden is mijn mailbox zo geëxplodeerd als deze week. Ik vroeg waarom Nederlanders zo dol zijn op campers, en dat heb ik geweten. Er volgden honderden ervaringen, vaak mét foto, want u bent enorm verknocht aan uw rijdende ’huisje’.

Ultieme vrijheid maar toch je ’eigen plekkie’. Dat is waarom u massaal kiest voor een camper, blijkt na mijn oproep van vorige week over camperen. Het aantal mobiele verblijven is de afgelopen tien jaar verdubbeld van 50.000 naar bijna 100.000.

De Nederlandse Kampeerauto Club is de grootste organisatie van zijn soort in Europa en liet mij weten dat de gemiddelde camperaar rond de zestig is, bovengemiddeld opgeleid en met een bovenmodaal inkomen. „Maar ook steeds meer jongeren ontdekken deze manier van reizen. Ze huren of delen, bijvoorbeeld via Goboony of Camptoo.”

Instappen!

Na het lezen van de vele reacties wilde ik nog maar één ding: ook instappen en zwerven door Europa. Zoals de familie Kant: „De snelwegen vermijden en de mooiste plaatsjes en plekjes ontdekken. In nagenoeg heel Europa, met uitzondering van Nederland, ben je in elke stad, elk dorp welkom. Elk plaatsje heeft wel een camper/Stellplatz met meestal een sanitairstation. Of je overnacht bij een Gasthof, als dank eet je daar ’s avonds lekker. Lopend of fietsend de omgeving verkennen en na een paar dagen trek je verder.”

Want dat is het grote verschil tussen caravanbezitters en camperista’s, zoals ze zichzelf graag noemen: de laatste categorie bestaat uit onrustige avonturiers. Ze willen niet wekenlang op een plek staan, nee, de horizon lonkt! „Een camper is een reiswagen waarmee je nooit langer dan twee, drie dagen op een bestemming staat”, schrijft Perry Tervoort. Dat moet je wel liggen en daarom raden vele lezers ook aan om in het begin een camper te huren.

'Camper moet handzaam zijn'

Zo kan ook worden ontdekt wat voor soort camper bij je past. De één stelt namelijk prijs op een aangenaam bed, de ander wil graag voldoende kastruimte en een derde eist voldoende motorvermogen zodat onderweg „argeloze Mercedesrijders kunnen worden ingehaald”. Doucheruimte, nog zoiets. Lijkt prettig, maar de meeste camperaars geven aan uiteindelijk bijna altijd op de camping te douchen.

„Wat ons betreft moet een camper handzaam zijn, niet meer dan vijf meter, dat scheelt veel gemanoeuvreer”, schrijft Wouter van der Horst. Samen met zijn vrouw staat hij bij zijn 3-jarige kleinzoon bekend als ’opa en oma campertje’. De twee bezitten een VW-Westfalia met hoog dak, een zogenaamd ’petje’ , waarin het uitschuifbare slaapkamertje zit. „Voor kleine tochten staan onze fietsen achterop, we hebben een klein badkamertje met toilet voor een kattenwasje en twee gaspitjes zijn voldoende, want we eten vaak buiten de deur.”

Manoeuvreren

Van manoeuvreren weet Anja Hartman alles af. Ooit zaten ze in Italië op een prachtige weg langs de meren muurvast toen er een betonwagen langs kwam. „Precies op het smalste gedeelte tussen een huis en een rots. Maar: geen negatieve reactie van wie ook! Met behulp van andere automobilisten werden de vrachtwagenchauffeur en wij netjes centimeter voor centimeter uit onze benarde situatie geloodst.”

Rob Zeeman denkt dat het soort camper afhankelijk is van je leeftijd en/of fitheid. „Als je jong bent, wil je een simpele camper. Als je ouder bent, wil je liever wat meer luxe en bijvoorbeeld een toilet aan boord.”

„Een camper is: veel zien zonder het gevoel hebben dat je de hele tijd (vermoeiend) onderweg bent”, schrijven Timo en Judit Rietveld. „Zodra je thuis de oprit afrijdt begint je vakantie. Kom je eens in een file dan pak je de eerste afslag en ga je lekker ergens staan, klapstoelen buiten.”

Niet onbelangrijk: de kosten

Ze geven nog wat goede tips: „Niet doen: camping van tevoren boeken en gesloopt aankomen op je ’bestemming’ na een nacht doorrijden, lang op dezelfde plek blijven hangen, met camper de dorpjes in de omgeving gaan verkennen. Wel doen: te voet of per fiets de omgeving verkennen, elke dag een dertig kilometer verderop gaan staan, dag bij dag leven en op de bonnefooi rijden, parkeren op (gratis) camperplaatsen of in het wild.”

Dan de kosten, ook niet onbelangrijk. Geert-Jan Eleveld: „Een camper is een helaas irritant dure aangelegenheid omdat het een auto is: de wegenbelasting is hoog, evenals de verzekering. En de afschrijving is afschrikwekkend, in vijf jaar tijd is meer dan de helft van de waarde van een nieuwe camper verdampt”, aldus Eleveld, voor wie dit echter opweegt tegen de voordelen: hij is samen met zijn vrouw zeven ’heerlijke’ maanden per jaar onderweg.

Eleveld zwaaide vroeger altijd naar andere camperaars, maar dan kan hij anno 2016 „wel bezig blijven. We hebben nu maar een plastic handje achter de voorruit geplaatst!”

Waarom zijn we zo dol op campers?