Nieuws/Binnenland
1265760406
Binnenland

Kwart jonge artsen overweegt staken opleiding

UTRECHT - Een op de vier jonge arts-assistenten in opleiding tot specialist (aios) overweegt te stoppen met zijn of haar opleiding. Dat komt vooral door de hoge werkdruk en het structureel overwerken zonder compensatie, blijkt uit onderzoek van beroepsvereniging De Jonge Specialist.

Aan het onderzoek van de beroepsvereniging dit najaar namen 1419 jonge artsen deel.

Waar in het vorige onderzoek uit 2018 naar voren kwam dat één op de vijf aios en anios (ook een arts, maar niet in opleiding tot specialist) burn-outklachten ervoer, is dat percentage nu wel afgenomen tot onder het landelijke gemiddelde (14 procent, tegenover 17 procent landelijk). Desondanks overweegt een kwart van de jonge artsen te stoppen met de opleiding, veelal vanwege de arbeidsomstandigheden. Zo wordt vaak acht uur per week overgewerkt, zonder dat daar in veel gevallen compensatie in tijd of geld tegenover staat.

Gehaast werken zonder pauzes

Bovendien hebben jonge artsen het gevoel dat ze gehaast moeten werken en zelden pauze kunnen houden. Als een collega langdurig uitvalt, wordt slechts in 29 procent van de gevallen een vervanger geregeld.

Ook ervaren a(n)ios de begeleiding bij patiëntenzorg als onvoldoende. De supervisor komt in 61 procent van de gevallen niet standaard als a(n)ios om een mede-beoordeling van een patiënt vragen. Eén op de tien a(n)ios voelt zich niet gesteund door de supervisor tijdens discussies over beleid. Ook voelen ze zich vaak niet gestimuleerd om deel te nemen aan deze discussies.

Kwalijk voor patiëntenzorg

Deze zaken zijn kwalijk, aldus De Jonge Specialist, omdat ze een schadelijk effect kunnen hebben op de kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg. „Een a(n)ios moet te allen tijde kunnen rekenen op supervisie als hij/zij aangeeft zich niet bekwaam te voelen de patiëntenzorg alleen te leveren.”

Tijdens de eerste coronagolf bleek het overigens ook anders te kunnen. Er was een goede bezetting van a(n)ios op de werkvloer, er werd veel persoonlijke begeleiding aangeboden en er was goede supervisie, aldus de beroepsvereniging. „Opvallend is dan ook dat er bij de inzet van a(n)ios bij Covid-19-zorg minder werkdruk werd ervaren.”