Nieuws/Binnenland
1267371971
Binnenland

Vijf maanden celstraf voor doodrijden 15-jarig meisje in Heerhugowaard

ALKMAAR - De man die in 2019 in Heerhugowaard met zijn auto de 15-jarige Ilayda doodreed, moet daarvoor vijf maanden de cel in. De 30-jarige Rutger H. mag daarnaast achttien maanden geen auto besturen en moet de Porsche waarmee hij de aanrijding veroorzaakte inleveren, heeft de rechtbank in Alkmaar bepaald. Het OM had half december acht maanden cel en een rijverbod van drie jaar geëist.

Ilayda werd op 19 juni 2019 aangereden toen ze ’s avonds laat met haar fiets een kruising overstak op de Westtangent, een randweg bij Heerhugowaard waar de maximumsnelheid 50 kilometer per uur is. Het slachtoffer was op slag dood. Getuigen vertelden de politie dat het er alle schijn van had dat H. vlak voor de aanrijding met twee andere auto’s in een straatrace was verwikkeld. H., niet aanwezig bij de uitspraak, heeft dat ontkend. Wel heeft hij toegegeven dat hij met twee vrienden samen naar huis reed en dat hij te hard reed, al weet hij niet hoeveel.

Volgens de rechtbank staat vast dat H. ter plekke „onverantwoord hard” heeft gereden en dat die snelheid „cruciaal” was voor de aanrijding. Uit onderzoek is komen vast te staan dat hij tijdig had kunnen remmen als hij zich ter plekke aan de maximumsnelheid had gehouden. Volgens deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) reed hij op het moment van de botsing tussen de 80 en 106 kilometer per uur. Het slachtoffer werd bijna 50 meter weggeslingerd door de klap.

Uit analyses van beelden van bewakingscamera’s langs de route heeft het NFI geconcludeerd dat vlak voor het kruispunt waar het ongeval gebeurde is gereden met snelheden tussen de 112 en 121 kilometer per uur. H. zegt zelf toen te hebben afgeremd voor rood licht en gas te hebben bijgegeven toen het op groen sprong. Omdat de verkeersinstallatie op het kruispunt geen gegevens vastlegde, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen of en welke stoplichten bij de botsing op rood of groen stonden.

Dat H. tijdens het ongeval met zijn mobiele telefoon in de weer was, zoals het OM had betoogd, vond de rechtbank niet bewezen. Volgens de officier van justitie wisselde H. met zijn twee vrienden vlak voor de aanrijding spraakberichten uit. Maar de rechtbank zegt dat niet is gebleken dat H. op het moment van de aanrijding zijn telefoon gebruikte.