1272253
Nieuws

Rutte 3 krijgt het zwaar, maar met mooie uitdagingen

Nieuwe premier

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Na de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 zal er in politiek Den Haag gestart worden met de vorming van een nieuw kabinet. De geschiedenis leert dat de huidige peilingen nog weinig zeggen over de uitslag en dat vooral in de laatste weken veel kiezers besluiten op welke partij ze zullen stemmen.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Niettemin wordt al volop gespeculeerd over de samenstelling van het nieuwe kabinet en de nieuwe premier. Niet alleen in de Haagse politiek, maar ook volgens opiniepeilingen wordt uitgegaan van Rutte 3, waarvan in ieder geval de VVD, het CDA en D66 deel zullen uitmaken.

Roeptoeteren

Afgelopen week werd tijdens het Prinsjesdag debat nog eens duidelijk dat de PVV van Wilders zichzelf buitenspel heeft gezet en ook bij een nieuw kabinet vanuit de oppositiebanken zal blijven roeptoeteren.

 Omdat de eerder genoemde drie partijen waarschijnlijk geen parlementaire meerderheid zullen behalen, zal pas na de verkiezingen duidelijk worden welke andere partijen pogingen zullen doen om toe te treden tot Rutte 3.

Dat zullen waarschijnlijk geen partijen zijn die vinden dat de huidige coalitie van VVD en Partij van de Arbeid een afbraakbeleid heeft gevoerd en dat Nederland er slecht voor staat. Deze partijen trekken vooral boze en ontevreden burgers en aan die kiezers valt niet uit te leggen dat je met Rutte 3 in zee gaat.

Kopgroep

We schreven al eerder dat ons land bij het aantreden van Rutte 2 in 2012 er bar slecht voorstond met een krimpende economie, een hoog begrotingstekort, een oplopende staatsschuld en werkloosheid. In de Europese Unie zaten we toen in de achterhoede van slecht presterende landen. Op dit moment behoren we tot de Europese kopgroep van de meest welvarende landen.

Maar wie denkt dat Rutte 3 op basis van de mooie erfenis van Rutte 2 in een gespreid bedje terecht komt heeft het mis. We zetten de financieel-economische hoofdpijndossiers al vast op een rijtje.

Hoofdpijn

Door onenigheid binnen Rutte 2 over het arbeidsmarktbeleid zal Rutte 3 met een oplossing moeten komen. Daarbij staat de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt centraal. In 2003 werkte nog zo'n 73% van de werknemers op basis van een vast contract; inmiddels is dat ongeveer 63% en flex blijft toenemen.

Volgens een analyse van het Centraal Planbureau kan deze trend niet verklaard worden uit een onontkoombare internationale trend en uit de voorkeur van werkenden. Ruim 80% heeft juist een voorkeur voor een vast contract.

Geen oplossing

Het CPB concludeert dat de flextoename in ons land (mede) het gevolg is van (fiscale) regelgeving, maar laat het aan de politiek over om op basis van verschillende studies om flex af te remmen. Op dit moment is al wel duidelijk dat de huidige Wet Werk en Zekerheid en de fiscale modelcontracten geen adequate oplossing bieden en zelfs averechts werken.

Verreweg de beste oplossing om vaste banen te bevorderen is vaste contracten voor werkgevers flexibeler, aantrekkelijker en goedkoper te maken.

In Nederland zijn vooral kleinere bedrijven (minder dan 50 werknemers) de banenmachine van ons land en juist deze ondernemers kiezen noodgedwongen voor flex.

Doorbetalingen

Vaste contracten zijn voor deze bedrijven onbetaalbaar en risicovol. Over het brutoloon moeten ze ongeveer 30 procent aan werkgeverslasten afdragen en bij ziekte van werknemers kunnen ze te maken krijgen met meer dan twee jaar doorbetaling.

Bij vaste contracten worden ze vaak geconfronteerd met dure, bureaucratische en inflexibele collectieve arbeidsovereenkomsten die slecht uitpakken voor modern ondernemerschap en innovaties afremmen.

Politieke partijen die vaste banen willen bevorderen moeten de werkgeverslasten fors verlagen, de doorbetaling bij ziekte aanzienlijk inperken en wettelijk voorkomen dat ondernemers opgezadeld kunnen worden met ouderwetse en starre cao’s. Dit is de enige optie die vast werk bevordert.

Zorg

Het tweede hoofdpijndosseis is de zorg. Partijen die de kiezers voorhouden dat ze het eigen risico zullen afschaffen, weten nu al dat die belofte niet waar gemaakt zal worden. Door vergrijzing en de inzet van medische innovaties zullen de kosten de komende decennia fors oplopen.

Zonder ingrijpen zullen de zorgkosten voor modale inkomens kunnen oplopen tot 40% van het inkomen. Rutte 3 kan daarom het beste een brede staatscommissie instellen die snel met voorstellen komt voor een financieel houdbaar sociaal zorgstelsel waarin de knelpunten van het eigen risico worden meegenomen.

Voor het derde hoofdpijndossier, ons pensioenstelsel, nog steeds een van de beste van de wereld, moet een keuze worden gemaakt uit de talloze voorstellen die nu al op tafel liggen. Vooraf moet dan wel een beslissing worden genomen over de rekenrente.

Met 4% voor de komende decennia los je al veel op en hoef je je niets aan te trekken van al die experts die quasi wetenschappelijk elkaar de tent uitvechten voor een ander percentage.

Extra groei

Het vierde hoofdpijndossier is de economische groei die naar verwachting de komende jaren tussen de 1%-2% zal liggen. Die groei kan alleen extra worden gestimuleerd door een hogere arbeidsproductiviteit.

Het recept daarvoor is hogere uitgaven voor onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en het stimuleren van innovaties en ondernemerschap. Overal inzetten op digitalisering in combinatie met nieuwe technologie: smart industry in combinatie met 100% duurzaamheid is de toekomst. Rutte 3 moet vanaf de start inzetten op de vergroening van de Nederlandse economie.

Daarbij moet een slimme combinatie van onze financiële sector en de smart industry (green tech) een cruciale rol spelen. VNO-NCW heeft daarvoor al een creatieve voorzet gegeven in de vorm van het Next Level (duurzaamheids )initiatief dat zo in het regeerakkoord kan worden opgenomen.

Na de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 zal er in politiek Den Haag gestart worden met de vorming van een nieuw kabinet. De geschiedenis leert dat de huidige peilingen nog weinig zeggen over de uitslag en dat vooral in de laatste weken veel kiezers besluiten op welke partij ze zullen stemmen. Niettemin wordt al volop gespeculeerd over de samenstelling van het nieuwe kabinet en de nieuwe premier. Niet alleen in de Haagse politiek, maar ook volgens opiniepeilingen wordt uitgegaan van Rutte 3, waarvan in ieder geval de VVD, het CDA en D66 deel zullen uitmaken. Afgelopen week werd tijdens het Prinsjesdag debat nog eens duidelijk dat de PVV van Wilders zichzelf buitenspel heeft gezet en ook bij een nieuw kabinet vanuit de oppositiebanken zal blijven roeptoeteren. Omdat de eerder genoemde drie partijen waarschijnlijk geen parlementaire meerderheid zullen behalen, zal pas na de verkiezingen duidelijk worden welke andere partijen pogingen zullen doen om toe te treden tot Rutte 3. Dat zullen waarschijnlijk geen partijen zijn die vinden dat de huidige coalitie van VVD en Partij van de Arbeid een afbraakbeleid heeft gevoerd en dat Nederland er slecht voor staat. Deze partijen trekken vooral boze en ontevreden burgers en aan die kiezers valt niet uit te leggen dat je met Rutte 3 in zee gaat.

We schreven al eerder dat ons land bij het aantreden van Rutte 2 in 2012 er bar slecht voorstond met een krimpende economie, een hoog begrotingstekort, een oplopende staatsschuld en werkloosheid. In de Europese Unie zaten we toen in de achterhoede van slecht presterende landen. Op dit moment behoren we tot de Europese kopgroep van de meest welvarende landen. Maar wie denkt dat Rutte 3 op basis van de mooie erfenis van Rutte 2 in een gespreid bedje terecht komt heeft het mis. We zetten de financieel-economische hoofdpijndossiers al vast op een rijtje.

Hoofdpijn

Door onenigheid binnen Rutte 2 over het arbeidsmarktbeleid zal Rutte 3 met een oplossing moeten komen. Daarbij staat de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt centraal. In 2003 werkte nog zo'n 73% van de werknemers op basis van een vast contract; inmiddels is dat ongeveer 63% en flex blijft toenemen. Volgens een analyse van het Centraal Planbureau kan deze trend niet verklaard worden uit een onontkoombare internationale trend en uit de voorkeur van werkenden. Ruim 80% heeft juist een voorkeur voor een vast contract. Het CPB concludeert dat de flextoename in ons land (mede) het gevolg is van (fiscale) regelgeving, maar laat het aan de politiek over om op basis van verschillende studies om flex af te remmen. Op dit moment is al wel duidelijk dat de huidige Wet Werk en Zekerheid en de fiscale modelcontracten geen adequate oplossing bieden en zelfs averechts werken. Verreweg de beste oplossing om vaste banen te bevorderen is vaste contracten voor werkgevers flexibeler, aantrekkelijker en goedkoper te maken.

In Nederland zijn vooral kleinere bedrijven (minder dan 50 werknemers) de banenmachine van ons land en juist deze ondernemers kiezen noodgedwongen voor flex. Vaste contracten zijn voor deze bedrijven onbetaalbaar en risicovol. Over het brutoloon moeten ze ongeveer 30 procent aan werkgeverslasten afdragen en bij ziekte van werknemers kunnen ze te maken krijgen met meer dan twee jaar doorbetaling. Bij vaste contracten worden ze vaak geconfronteerd met dure, bureaucratische en inflexibele collectieve arbeidsovereenkomsten die slecht uitpakken voor modern ondernemerschap en innovaties afremmen. Politieke partijen die vaste banen willen bevorderen moeten de werkgeverslasten fors verlagen, de doorbetaling bij ziekte aanzienlijk inperken en wettelijk voorkomen dat ondernemers opgezadeld kunnen worden met ouderwetse en starre cao’s. Dit is de enige optie die vast werk bevordert.

Zorg

Het tweede hoofdpijndosseis is de zorg. Partijen die de kiezers voorhouden dat ze het eigen risico zullen afschaffen, weten nu al dat die belofte niet waar gemaakt zal worden. Door vergrijzing en de inzet van medische innovaties zullen de kosten de komende decennia fors oplopen. Zonder ingrijpen zullen de zorgkosten voor modale inkomens kunnen oplopen tot 40% van het inkomen. Rutte 3 kan daarom het beste een brede staatscommissie instellen die snel met voorstellen komt voor een financieel houdbaar sociaal zorgstelsel waarin de knelpunten van het eigen risico worden meegenomen. Voor het derde hoofdpijndossier, ons pensioenstelsel, nog steeds een van de beste van de wereld, moet een keuze worden gemaakt uit de talloze voorstellen die nu al op tafel liggen. Vooraf moet dan wel een beslissing worden genomen over de rekenrente. Met 4% voor de komende decennia los je al veel op en hoef je je niets aan te trekken van al die experts die quasi wetenschappelijk elkaar de tent uitvechten voor een ander percentage.

Extra groei

Het vierde hoofdpijndossier is de economische groei die naar verwachting de komende jaren tussen de 1%-2% zal liggen. Die groei kan alleen extra worden gestimuleerd door een hogere arbeidsproductiviteit. Het recept daarvoor is hogere uitgaven voor onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en het stimuleren van innovaties en ondernemerschap. Overal inzetten op digitalisering in combinatie met nieuwe technologie: smart industry in combinatie met 100% duurzaamheid is de toekomst. Rutte 3 moet vanaf de start inzetten op de vergroening van de Nederlandse economie. Daarbij moet een slimme combinatie van onze financiële sector en de smart industry (green tech) een cruciale rol spelen. VNO-NCW heeft daarvoor al een creatieve voorzet gegeven in de vorm van het Next Level (duurzaamheids )initiatief dat zo in het regeerakkoord kan worden opgenomen.