Nieuws
1273892
Nieuws

Kleine spaarder is beter af, grote spaarder levert juist in

4 tips voor het vermijden van de spaartaks

Amsterdam - Volgend jaar gaat er veel veranderen rond de spaartaks. Het kabinet beoogt de heffing na veel kritiek meer in lijn te brengen met werkelijk behaalde rendementen.

Toch blijft belasting op vermogensrendement, althans voorlopig, gebaseerd op ficties. Voor wie daar niet aan mee wil doen, opgelet: Er zijn manieren op de taks te vermijden.

Critici van de verguisde spaartaks hoopten vurig dat staatssecretaris Wiebes (Financiën) komende dinsdag, op Prinsjesdag, alsnog met zijn hand over het hart strijkt. De hoop is dat hij dan toch nog een streep zet door de plannen van het kabinet om de spaartaks eerlijker te maken. Want zijn oplossing zou „erger zijn dan de kwaal”, aldus emeritus hoogleraar fiscale economie Leo Stevens.

Het uitgangspunt dat vermogens jaarlijks met 4% kunnen renderen, ongeacht of iemand spaart of belegt, is achterhaald – daarover zijn ze het in Den Haag inmiddels wel eens. Het kabinet wil volgend jaar een overgangsstelsel invoeren op weg naar een heffing op basis van echt rendement.

De nieuwe regels gaan ervan uit dat vermogens vanaf €100.000 jaarlijks geen 4 maar 4,7% rendement kunnen halen. Boven de €1 miljoen gaat de fiscus er straks zelfs vanuit dat dat 5,5% is. Kleine spaarders gaan juist minder belasting betalen. Het bedrag dat wordt vrijgesteld van de taks gaat omhoog naar €25.000 en tot €100.000 gaan vermogens straks een heffing krijgen gebaseerd om 2,9% rendement. Het tarief over de nieuwe veronderstelde percentages blijft gelijk: 30%.

De kans dat aan die nieuwe regels voor volgend jaar met Prinsjesdag níéts gaat veranderen is zo goed als nihil, is de verwachting in Den Haag. En dus is het raadzaam om uw financiën ruim vóór de peildatum van 1 januari 2017 alvast onder de loep te nemen.

1. Richt een bv of fonds op

Voor wie de spaartaks wil vermijden luidt het simpelste advies: zorg dat uw vermogen op die datum niet meer in box 3 zit. Door een eigen bv of een fonds voor gemene rekening op te richten, bijvoorbeeld. Bij zo’n alternatief is de belasting 40% op de werkelijke rendementen, weet fiscalist Cor Overduin: „Dus bij een rendement van 0,5% is de belastingdruk 0,2%. Dat is heel wat sympathieker dan een druk van 1,65% (voor grote vermogens, red.) ongeacht het werkelijke rendement.”

Het nadeel van dit alternatief is wel dat er meer kosten aan verbonden zijn, zoals administratie en belastingaangifte. „Maar”, zegt Overduin. „Je kunt veel zelf doen waardoor die kosten beperkt zijn.”

2. Gebruik spaargeld voor aflossen hypotheek

Voor wie dat te omslachtig lijkt, is het misschien simpeler om het vermogen terug te dringen door met spaargeld af te lossen op de hypotheek. Dat kan zeer voordelig zijn. Bovendien, benadrukt Overduin, bespaar je zo dubbel: „Minder belastingdruk op je spaargeld en ook nog eens lagere woonlasten.” Pas wel op voor boeterente als je extra aflost. De regels verschillen per hypotheekverstrekker. Ook als je een spaarhypotheek hebt, moet je voorzichtig zijn. Aflossen is dan niet altijd gunstig, omdat je tegen hetzelfde (hoge) rentetarief vaak ook nog belastingvrij spaart.

3. Leen uit voor een hypotheek binnen de familie

Een andere optie is om met overtollig vermogen een hypotheeklening binnen de familiekring af te sluiten. „Een hypotheeklening geven tegen bijvoorbeeld 3% aan bijvoorbeeld een kind levert meer op dan de spaarrekening, en voor het kind is het om het even of het 3% betaalt aan een bank of aan een familielid.”

4. Betaal uw belastingaanslagen voor 1 januari 2017

Een laatste tip van Overduin: Betaal uw voorlopige belastingaanslagen vóór 1 januari 2017. Belastingschulden zijn niet aftrekbaar op de peildatum.