Nieuws/Binnenland

’Pand Leeuwarden was niet brandveilig’

Raadslid vervolgd voor dood door schuld

Persbureau Noordoost, Heerenveen

LEEUWARDEN - Leeuwarder raadslid Wyb Feddema (Gemeentebelangen) moet worden vervolgd voor dood door schuld bij de grote en fatale brand in Leeuwarden in 2013. Dat heeft het gerechtshof bepaald. Feddema was huurbaas van het pand waarin een 24-jarige student woonde en om het leven kwam.

Persbureau Noordoost, Heerenveen

Volgens het hof is Feddema weliswaar niet schuldig aan de oorzaak van de brand, maar heeft hij te weinig gedaan om het pand brandveilig te maken. ,,Door de onderzoeksinstanties is vastgesteld dat het slachtoffer tenminste veertig minuten de tijd had moeten hebben om het pand op een veilige manier te verlaten. Vanwege de bouwkundige tekortkomingen van het pand was die tijd niet beschikbaar, waarmee een causaal verband kan worden aangetoond tussen die tekortkomingen en het overlijden van het slachtoffer.''

De brand aan de Kelders in de Friese hoofdstad had grote impact op de bewoners van het centrum van de Friese hoofdstad. Veel bewoners raakten hun huis kwijt. Zeker anderhalf jaar zat er een groot gat in de straat. Ook het pand van Feddema, die zelf een kapperszaak op de benedenverdieping had, raakte zwaar beschadigd.

Voor het veroorzaken van de brand werd in 2014 een 39-jarige man vrijgesproken. De brand ontstond in een gaskachel, toen de man een gasfles verwisselde. Het OM eiste zes maanden cel, maar ging tegen de vrijspraak niet in beroep.

Klacht

Tegen de zin van de ouders van de omgekomen jongen vervolgde het OM niet de huurbaas. De ouders vonden dat hij als verantwoordelijke voor de brandveiligheid in het pand onvoldoende had gedaan aan die veiligheid. Ze dienden een klacht in bij het gerechtshof om zo alsnog vervolging af te dwingen.

Feddema kocht het pand, waarin al sinds de jaren tachtig zijn kapperszaak zat, in 1997. Hij voerde nooit een verbouwing uit. ,,Achteraf constateerde beklaagde dat het casco niet helemaal aan de huidige eisen voldeed en dat oude openingen dichtgemetseld waren of met hout dicht waren gemaakt. Kennelijk waren er toegangen en openingen in het pand, waar de rook doorheen kon komen’’, aldus het hof.

Pas na de brand las Feddema dat er tussen de woning van het slachtoffer en zijn kapperszaak een brandwerende wand had moeten zitten. ,,Die wand heeft er nooit gezeten.''

Nalatig

Het hof vindt dat Feddema 'aanmerkelijk nalatig' is geweest in zijn verplichting toe te zien op de veiligheid van de door hem verhuurde panden. ,,Waarmee hij het leven van de huurders, in het bijzonder dat van het slachtoffer, in gevaar heeft gebracht'', aldus het hof. ,,Beklaagde, als professionele verhuurder, moet geacht worden van de risico's van de aan hem te wijten nalatigheid op de hoogte te zijn geweest. Gelet op de ernst van het feit vergt het openbaar belang dat tegen beklaagde een vervolging zal worden bevolen”.

’Zwaar’

Raadslid Wyb Feddema vindt het 'zwaar' dat hij bijna drie jaar na de brand alsnog wordt vervolgd. ,,Ik vind het behoorlijk zwaar, ook voor m'n gezin. Maar ik begrijp heel goed dat die ouders een klachtprocedure zijn begonnen. Ik had dat zelf misschien ook wel gedaan. Het recht moet zegevieren."

Feddema wil 'uit piëteit voor de nabestaanden' niet heel uitgebreid op de inhoud van de zaak ingaan. Maar hij benadrukt dat hij van niets wist. Zo is hij in 1997, toen hij het pand kocht, met een bouwinspecteur van de gemeente door het pand gegaan. Die constateerde niets geks. Ook de vergunningen waren bij aankoop volgens Feddema in orde.

Volgens Feddema is het bij dergelijke panden moeilijk te zien wat er in de loop der jaren allemaal is verbouwd. ,,Ik heb niet geweten dat het niet in orde was. Dan zou je zo'n pand helemaal moeten strippen." Feddema benadrukt dat ook zijn eigen kinderen in het pand hebben gewoond. ,,Mijn dochter drie jaar, mijn zoon vijf jaar."

,,Met de kennis van achteraf kan je heel veel voorkomen. Als ik de geschiedenis zou kunnen terugdraaien, had ik het heel anders gedaan. Dan had ik misschien niet eens een pand gekocht."