Nieuws/Binnenland
1280631
Binnenland

Jury moordzaak Visser en Severein in beraad

MURCIA - De volksjury bij de rechtbank in Murcia (Zuidoost-Spanje) is woensdagmiddag in beraad gegaan over het lot van de vier verdachten van de moord op de Nederlandse volleybalster Ingrid Visser (35) en haar partner Lodewijk Severein (57) in mei 2013. Het beraad wordt in volstrekte afzondering gevoerd. Volgens bronnen bij de rechtbank kan dat ,,enkele uren tot enkele dagen'' in beslag nemen.

Voorafgaand aan hun beraad hebben de negen leden van de jury een vragenlijst ontvangen van de rechtbankpresident Enrique Domínguez. De antwoorden van de jury op die vragen bepalen of de vier verdachten schuldig worden bevonden.

De vragenlijst bestaat uit 38 vragen. De juryleden moet  zich  onder meer buigen over de vraag of zij bewezen achten dat de Spanjaard Juan Cuenca het Nederlandse stel  van het leven wilde beroven. Ook moeten ze de vraag beantwoorden of hij daarvoor de Roemenen Valentin Ion en Constantin Stan inhuurde in ruil voor een bedrag van 1200 euro. En of hij zijn vriendin María Rosa Vázquez speciaal daarvoor een landhuis in Molina de Segura liet huren. Daarnaast moet de jury zich beraden over de vraag of Cuenca alleen Severein van het leven wilde beroven, of ook Ingrid Visser.Over Cuenca moet de jury ook verklaren of hij in Casa Colorá Lodewijk Severein heeft vastgehouden toen hij werd geslagen – en of hij hetzelfde heeft gedaan bij Ingrid Visser. Van Valentin Ion (die bekend heeft de moorden te hebben gepleegd) moet de jury vaststellen of hij van Juan Cuenca de opdracht heeft aangenomen het Nederlandse stel om het leven te brengen en ze te doden door slagen op het hoofd.De jury zal zich specifiek moeten buigen over het aandeel van Constantin Stan, die altijd heeft gezegd dat hij niet bij de moord betrokken was, maar wel bij het in stukken snijden van de lichamen. Hij hield vol dat hij, terwijl Cuenca en Ion Visser en Severein vermoorden, hij bovenin het huis whiskey zat te drinken. 

De openbare aanklager Verónica Celdrán blijft bij haar oorspronkelijke strafeis van vijftig jaar cel voor de drie hoofdverdachten. Daarmee negeert zij de poging van Juan C. (39) en Valentin I. (62) om strafvermindering te krijgen door tijdens het proces hun schuld te bekennen.

Tegen Serafín de A., de eigenaar van de citroenboomgaard waar de stoffelijke resten van de twee Nederlanders twee weken na de moord werden gevonden, eist het Openbaar Ministerie drie jaar cel wegens toedekking van het misdrijf.