Nieuws/Binnenland
1280730
Binnenland

’Koningin Juliana had mogelijk miskraam’

Koningin Juliana

Koningin Juliana

Juliana zou in 1941 een miskraam hebben gehad. Dit blijkt uit de biografie van de voormalige vorstin door Jolande Withuis, tot haar pensioen werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. (NIOD). Zij heeft zes jaar aan het bijna achthonderd pagina’s tellende boek gewerkt. Zij kreeg hiervoor geen toegang tot Koninklijk Huisarchief.

Koningin Juliana

Koningin Juliana

Juliana hield als bannelinge tijdens de Tweede Wereldoorlog veel redevoeringen, zowel in Canada als in de VS, en zowel via diverse radiozenders als rechtstreeks tot publiek. Withuis vindt het opmerkelijk dat ze dat in 1941 een tijdje niet doet. „Het gat dat in haar lezingen viel tussen half juni en half oktober 1941 (met uitzondering van onder meer een rede op de verjaardag van haar moeder) valt te verklaren uit een zwangerschap die begin september eindigde in een miskraam.”, concludeert de auteur.

„Dat leid ik af uit een brief aan Eleanor Roosevelt, aan wie Juliana liet weten dat ze graag haar uitnodiging aanvaardde om eind oktober te komen logeren: ’Reizen valt me makkelijker nu de reden waarom het in augustus moeilijk was, is verdwenen.”

Slechter huwelijk dan gedacht

Koningin Juliana was zeer eenzaam en haar huwelijk met Prins Bernhard was nog slechter dan gedacht. De eenzaamheid van Juliana werd bijvoorbeeld duidelijk in de jaren vijftig. „Bernhard bracht zowel in 1953 als in 1954 ten minste een kwart van het jaar zonder Juliana in het buitenland door, en in 1955 zelfs een derde. Zowel in 1953 als in 1954 kwam hij alleen rond oudjaar even langs in het wintersportoord waar Juliana en Beatrix, Irene of Margriet verbleven. De ’gruwelijke eenzaamheid’ die Juliana in haar toespraken regelmatig schetste als de menselijke conditie, beschreef in feite haar persoonlijke toestand”, schrijft Withuis.

Ook in haar laatste jaren was zij eenzaam: „De laatste jaren waren zeer zwaar. Juliana kreeg continu verpleging. Bezoek kwam er nauwelijks. Ze herkende haast niemand meer; decorum en remmen vielen weg, boosheid kreeg de vrije loop. Bernhard wilde haar niet meer zien. Hij verbood haar hem te bezoeken”, aldus de auteur.

Tijdens huwelijksreis ging het al mis

Het eerste symptoom van hun slechte huwelijk was al zichtbaar tijdens de huwelijksreis van Juliana en Bernhard. Withuis voert een getuige op volgens wie de prins zich ’alleronhebbelijkst’ gedroeg tegen zijn vrouw in het casino van Monte Carlo: „Bernhard is boos als hij verliest, omdat hij het niet kan. Aan de Grande Table kwam Juliana naar hem toe, maar hij is alleronhebbelijkst tegen haar, à la barbe du public [voor de ogen van het publiek, jw]. Zij is vreselijk lief tegen hem en komt iedere keer weer, later aan een roulettetafel, en staat dan zijn rok af te borstelen. Maar hij neemt geen notitie van haar en praat alleen met andere vrouwen. (...) Hij mag een prins zijn, een heer is hij niet. Ieder kent ze hier en kijkt dan naar hem.

Withuis hekelt het gedrag van Bernhard: „Het is een naargeestige gedachte dat Bernhard een naïeve jonge vrouw tot een verliefdheid en een huwelijk zou hebben verleid, terwijl hij haar hooguit aardig en aandoenlijk argeloos vond.”

’Geestesziek’

In de jaren vijftig raakte Juliana in de ban van de gebedsgenezeres Greet Hofmans. Dit leide tot verder verwijdering met prins Bernhard en zelfs tot een constitutionele crisis. Hierbij werd Juliana volgens Withuis door sommige ministers zonder terughoudendheid ’geestesziek’ genoemd. Er waren geruchten over plannen om de vorstin te laten opnemen. Bewijzen voor deze plannen heeft Withuis niet gevonden. „Ook mijn onderzoek heeft geen sporen opgeleverd van opnameplannen.”

Over de vriendinnen van Prins Bernhard schrijft Withuis dat hij zo ver ging dat hij er eentje, Ann Orr-Lewis, zelfs meenam met de gezinsvakanties: „Tot 1952 was Ann Orr-Lewis een kwellende aanwezigheid in Juliana’s bestaan. Bernhard nam zijn inmiddels gescheiden vriendin na de oorlog regelmatig mee met gezinsvakanties. Dat was naar genoeg, maar rond 1950 leek er naast egoïsme ook venijn te spelen – alsof hij Juliana haar gevoelens voor Hofmans betaald wilde zetten. Zo kon het gebeuren dat toen Juliana in februari 1950 met haar nieuwe vrienden in Sankt Anton arriveerde, Ann, uitgenodigd door de afwezige Bernhard, daar al rondliep. Dat bracht Juliana in een lastig parket. Orr-Lewis drong zich als vriendin van de familie op aan het gezelschap, en werd daarbij gesteund door Bernhard, die zijn vrouw vanuit Zuid-Amerika op barse toon beval om zijn vriendin hartelijk te bejegenen en zelfs te inviteren voor de diners van haar kring.”

Lockheed-affaire

Juliana stelde zich in de Lockheed-affaire, waarbij prins Bernhard steekpenningen zou hebben ontvangen van vliegtuigbouwer Lockheed, volgens Withuis vierkant acher haar man op.

De auteur schrijft: „Dat Juliana zich vanaf dag één van de geruchten over Lockheed vierkant achter haar man opstelde, paste in het patroon dat de koningin tegenover achtereenvolgende kabinetten ’als een leeuwin’ (Piet de Jong) het familiebelang verdedigde. Maar haar bescherming van Bernhard ging verder dan dat. Juliana was er goed in de nare kanten van de werkelijkheid niet te zien. Of het nu ging om minnaressen, buitenechtelijke kinderen of smeergeld, zij beschikte, zoals Carel Steensma het uitdrukte, over een grote ’volhardendheid’ om ’de picture’ van de idylle ’tussen Bernhard en haarzelf niet te verontreinigen’. Bernhard had haar in 1936 de illusie gegeven dat hij van haar hield en haar levenstaak kon verlichten. Beide illusies liet ze zich door de realiteit niet afpakken.”

Withuis meent dat Juliana bleef hopen op Bernhards liefde.