Nieuws/Binnenland
1281903562
Binnenland

Hoogleraar mag ’imago China niet schaden’

Minister: zorgen om Chinese invloed universiteit Groningen

Ingrid van Engelshoven, demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Ingrid van Engelshoven, demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

DEN HAAG - Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven maakt zich zorgen over Chinese invloeden op de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), zegt ze in radioprogramma Nieuws en Co. Aanleiding voor haar zorgen zijn berichten van de NOS over een hoogleraar Chinese taal en cultuur aan de RUG. Een door China beheerde organisatie betaalt een deel van zijn salaris en volgens het contract mag de hoogleraar niet het „imago van China beschadigen.”

Ingrid van Engelshoven, demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Ingrid van Engelshoven, demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het gaat om een zogeheten Confucius Instituut. Die organisaties zetten zich onder meer in om de Chinese taal in cultuur naar andere landen over te brengen. Zij krijgen hiervoor geld vanuit China.

Van Engelshoven gaat zo snel mogelijk met de RUG in gesprek over de kwestie. Universiteiten hebben de wettelijke plicht om de academische vrijheid te waarborgen, zegt de minister, en daarmee moeten ze niet „marchanderen. Wat mij betreft wordt er niet getornd aan de academische vrijheid.”

Als universiteiten zich niet aan die verplichting houden, dan is de Inspectie van het Onderwijs aan zet, zegt een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. Eerst gaat de Inspectie in gesprek met de instelling. Doet de universiteit daarna te weinig, dan volgt een „herstelopdracht” waaraan ze moet voldoen. Lukt ook dat niet, dan kan het ministerie in een uiterst geval de geldkraan dichtdraaien.

Volgens de RUG zet de overeenkomst „de academische vrijheid niet onder druk”, meldt de NOS. Samenwerking met het Confucius Instituut past volgens de universiteit bij „de maatschappelijke taak van de RUG.” Er zouden geen misstanden met de organisatie bekend zijn bij de universiteit.

Zelfcensuur

Kennisinstituut Clingendael concludeerde in juli vorig jaar dat de meeste Nederlandse onderzoekers die met China werken zichzelf censureren. Daardoor blijft de kennis over het land gebrekkig, omdat gevoelige onderwerpen niet worden onderzocht, stelden de onderzoekers.

Toch zagen onderzoekers van Clingendael eind vorig jaar geen directe aanwijzingen dat Confucius Instituten, waarvan Nederland er naast de Groningse ook een in Maastricht telt, universiteiten politiek beïnvloedt. Wel riepen ze op tot alertheid, omdat niet transparant is hoe China de instituten aanstuurt.