1284759
Binnenland

Filmmaker laat leeuw los in Amsterdam

Dick Maas is het zat

De leeuw is los. Vanaf komende donderdag laat Dick Maas (65) in Prooi deze menseneter door Amsterdam draven. Spektakel met een knipoog, dat past bij de maker van De lift, Amsterdamned en Flodder. „Toch zou dit wel eens mijn laatste film kunnen zijn.”

Filmregisseur Dick Maas had het concept voor Prooi al zo’n jaar of vijftien op de plank liggen. „Oorspronkelijk speelde de film zich af in Berlijn, maar een jaar of zes geleden ben ik dat idee opnieuw handen en voeten gaan geven, toen met Amsterdam als locatie. Met een dierenarts van Artis die bij de jacht op dat beest betrokken raakt. Sophie van Winden was voor die rol mijn eerste en enige keus.

„De vraag die ik mezelf stelde bij het schrijven, was: wat zou zo’n leeuw allemaal in de stad kunnen aanrichten? Dat leidde tot allerlei op zichzelf staande verhaaltjes, die ik vervolgens tot één geheel heb gesmeed. Veel van wat ik had bedacht, sneuvelde toen weer. Tot mijn spijt, want er zaten echt hele leuke scènes bij. Bijvoorbeeld als die leeuw los gaat op een advocatenkantoor.”

Zijn treurnis over het sneuvelen van die bewuste scène is, gezien zijn ervaring met advocaten, best begrijpelijk. Jarenlang procedeerde Dick Maas over de rechten van succesvolle films als Flodder en Amsterdamned. Rechten die hij kwijtraakte na het faillissement van First Floor Features, het filmproductiebedrijf dat hij in 1984 had opgericht met Laurens Geels.

Andere partijen moeten het nog wel ontgelden in Prooi. Bijvoorbeeld een stadsdeelraadslid van GroenLinks, dat begint de zeuren over een evenementenvergunning als er een jager wordt aangetrokken om de killerleeuw in de film uit te schakelen. Ook de pedante politiecommissaris die maar wat graag zijn ’persmomentjes’ pakt, staat er in Maas’ nieuwe film gekleurd op. „Ik heb nu eenmaal een hekel aan autoriteit. En vooral aan opgeblazen types die hun macht misbruiken. Daar mag ik graag even in prikken.” Hij kent zulke mensen van dichtbij. „Je loopt onherroepelijk tegen ze aan als je in deze stad woont en werkt.”

Regeltjes in Amsterdam

Filmen in Amsterdam is door hun invloed veel lastiger geworden dan vroeger, zegt Maas. „Je wordt gek van alle regeltjes waaraan je moet voldoen. Hadden we nachtelijke opnamen gepland in Frankendael, hoorde we een paar dagen daarvoor dat we op onze kosten nog even snel een ecologisch rapport moesten laten maken. Kwam daar vervolgens uit dat in dat park misschien een reiger zou broeden. Even zag het er zelfs naar uit dat er iemand bij de shoot zou zijn die de opnamen compleet stil kon leggen als-ie constateerde dat die reiger door ons werd gestoord. Gelukkig ging dat later van tafel en hebben we uiteindelijk die hele reiger niet meer gezien. Maar wat een gedoe.”

De cineast geeft nog een voorbeeld: „We mochten een nachtelijke achtervolgingsscène waarin de leeuw een roti-bezorger achterna zit alleen met een elektrische scooter opnemen, vanwege het mogelijke lawaai voor de omwonenden. Terwijl dat voor de film dus echt een probleem opleverde. Denk je dat ze de makers van die Hollywood-productie met Samuel Jackson daarmee lastig gevallen hebben de afgelopen zomer? Kijk, die zogenaamde filmcommissioner die Amsterdam tegenwoordig heeft, is heus een aardige man. Maar omdat hij van tevoren alle mogelijke instanties, diensten en buurtcomités informeert en consulteert, maakt hij ook slapende honden wakker.”

Tram vol nepbloed

Volledige medewerking kreeg de cineast wel van het GVB, dat voor het film een tram ter beschikking stelde. „Al bezorgde dat een nietsvermoedende GVB-medewerker later wel een hartverzakking”, vertelt Maas grijnzend. „Na de opnamen zat die tram vol met nepbloed, maar we hebben ’m keurig schoongemaakt weer ingeleverd. Alleen had zich in bepaalde kieren blijkbaar nog wat bloed verzameld. Bij de eerste reguliere rit na het filmen, liep dat in stroompjes over de ramen. De bestuurder schrok zich rot: hij dacht dat-ie iemand had aangereden.”

Intussen blijft het grootste productionele probleem volgens Dick Maas de financiering van wat hij wil maken: intelligent popcornvermaak voor een groot publiek. ,Mijn films zitten vol stunts en special effects en dat maakt ze per definitie een stuk duurder. Verder zijn ze meestal te Nederlands georiënteerd om ook buitenlandse investeerders over de streep te trekken of andere Europese subsidiepotjes aan te spreken. Het Nederlands Film Fonds lag dit keer nu eens niet dwars en zei direct ja tegen mijn plannen voor Prooi. Maar meer geven omdat zo’n film duurder en moeilijker te financieren is, dat doen ze daar ook niet.”

„Uiteindelijk hebben we Prooi voor drie miljoen kunnen maken, maar zowel mijn salaris als dat van de producent hebben we er tot op de laatste cent ingestoken. Dat is voor mij drie jaar werk en ik moet nog maar afwachten of ik daar ooit geld voor zal terugzien. Verder moest ik tegen allerlei mensen met wie ik aan de film werkte zeggen: ’je verdient veel meer dan je krijgt, maar dit is alles wat we je kunnen betalen’.

.,Los daarvan: er was maar één forse tegenslag nodig om financieel echt het schip in te gaan. Een verloren draaidag kon al genoeg zijn. Met Prooi hebben we uiteindelijk mazzel gehad, maar dat gaat natuurlijk een keer fout. Die manier van werken ben ik meer dan zat”, stelt Dick Maas. „Dat ik op dit soort voorwaarden nog een keer een film maak, zie ik dan ook niet gebeuren.”

Roofdier in stukken

Voordat hij daadwerkelijk met het produceren van de film begon had regisseur Dick Maas nog even de illusie dat hij met echte leeuwen aan de slag kon. Zulke prachtige beesten zitten wel degelijk in Prooi. maar dan veilig achter de tralies van Artis. Voor de scènes waarin de mensenetende leeuw over de Amsterdamse grachten draaft, was dat geen optie. Nog los van regelgeving die dat onmogelijk maakte, zou het filmen met een echte leeuw in die gevallen te lastig en te gevaarlijk zijn.

Maas moest dus omzien naar een alternatief. Even was daarvoor contact met Oscarwinnaar Erik-Jan de Boer, de Nederlandse effectenspecialist die Hollywoodgoud won met zijn creatie van een levensechte digitale tijger voor Life of Pi. Computeranimatie op dat niveau bleek echter veel te kostbaar: het totaalbudget van de film – zo’n drie miljoen euro – zou al na een paar van deze effectenshots zijn opgesoupeerd.

Uiteindelijk werd de leeuw in Prooi om productietechnische redenen in stukken geknipt, om later in de montage weer te worden samengevoegd. Rekwisieten-leverancier Rob Hillenbrink, de eigenaar van Rob’s Prop Shop in Purmerend, bouwde een ruim honderd kilo wegend model van het enorme roofdier, dat met tientallen elektromotoren kan bewegen, bestuurd door heel wat handjes. Dit zogenoemde ’animatronics’-model komt bijvoorbeeld in actie in een Amsterdamse tram vol nietsvermoedende passagiers.

Naast de tastbare model-leeuw maakt Prooi gebruik van een computermodel dat in 3D werd gebouwd en geanimeerd door het Amsterdamse effectenbedrijf Hectic Electric. Waarna het dier ook nog eens uiterst nauwkeurig een digitale haartransplantatie onderging. En uiteindelijk werd er voor een heel beperkt aantal shots ook nog een man in een leeuwenpak gehesen.