1286205
Nieuws

Nederland moet voorop lopen bij nieuwe technologie

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Door drie internationale megatrends zal onze maatschappij spectaculair gaan veranderen. Het gaat daarbij om de verdergaande digitalisering, technologische innovaties, zoals het internet of things, 3D-printen, big data en kunstmatige intelligentie en de immens gevolgen van klimaatveranderingen. Nederland is op deze ingrijpende ontwikkeling niet goed voorbereid en heeft maar één keuze: snel inspelen en voorop lopen bij de megatrends. Alleen dan hebben we een goede kans om onze welvaart te behouden.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

SER

Begin oktober 2014 vroeg minister Lodewijk Asscher van SZW aan de Sociaal Economische Raad (SER) om een advies over technologische ontwikkelingen , zoals robotisering, die gevolgen hebben voor de werkgelegenheid. Afgelopen week werd dit gepresenteerd. De kern is dat Nederland te maken krijgt met een vierde industriële revolutie en dat we daarom extra moeten investeren in bijscholing om te voorkomen dat veel werknemers, vooral laagopgeleiden, buiten de boot vallen. Zoals bij veel SER-adviezen is er sprake van een compromis dat, gezien de ‘denktijd’ van twee jaar, vast veel onderhandelingen heeft gevergd tussen vakbonden en werkgevers in de SER.

Vooraf was al bekend dat de FNV veel moeite heeft met de opmars van digitalisering en slimme technologie die de arbeidsmarkt op zijn kop zetten. Met een vergrijzend ledenbestand en veel invloed van de SP op het beleid, wil deze bond er alles aan doen om deze ontwikkeling, onder meer met belastingen, af te remmen. Daar komt nog bij dat de FNV in de zogenoemde smart industrie, de nieuwe groeimotor en banenmachine van Nederland, nauwelijks leden heeft. Niettemin is deze vakbond, met de blik gericht op het verleden, de winnaar van het advies dat opvalt door het defensieve karakter; teksten over het nauwgezet volgen van de digitale economie en het nemen van bijsturingsmaatregelen getuigen daarvan Daardoor staat het advies ver weg van de nieuwe werkelijkheid.

 

Trends

De komende decennia zijn er ten minste drie internationale trends die onstuitbaar zijn: een verdergaande digitalisering van onze economie, snelle technologische innovaties en de immense gevolgen van klimaatveranderingen. Bij nieuwe technologie gaat het om het Internet of Things (www.internetot.nl), 3D-printen, big data, kunstmatige intelligentie, robots, drones, bio en nano tech enz. Deze revolutie zal alle niveaus van onze arbeidsmarkt beïnvloeden, van laag tot hoog opgeleid. Zo worden onderdelen van het werk van accountants, advocaten, medische specialisten en financiële adviseurs overgenomen door zelflerende software programma’s.

Dat geldt ook voor administratieve functies in het middenkader. Internationale studies geven afwijkende prognoses over de gevolgen. Tegenover studies die een oplopende werkloosheid, vooral in het middensegment, voorspellen, staan studies die wijzen op de kansen die digitalisering en nieuwe technologie bieden. Landen die op dit vlak voorop lopen, zullen per saldo het beste af zijn: ze scoren met positieve effecten voor werk en welvaart. Die gedachte vinden we ook in het recente rapport 'NL Next Level - Investeren in een Digitale Kwantumsprong' (www.mkb.nl/nieuws/investeer-digitalisering-dat-levert-werk-op).

 

Daarnaast kan het wereldwijde Klimaatverdrag van Parijs dat binnenkort inwerking treedt onze economie en extra groei-impuls geven. Als gevolg van dit verdrag zal er de komende decennia door 195 landen, waaronder Nederland, in totaal voor meer dan 10 biljoen dollar geïnvesteerd worden in het beperken van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Daarbij gaat het om investeringen in duurzame energie (zon, wind), energie-plus gebouwen en woningen, C02-vrij verkeer en vervoer en energie-arme bedrijfs- en productieprocessen ( www.klimaatverdragparijs.nl). De inzet van smart technologie speelt een hoofdrol. Overheid en bedrijfsleven moeten daarom snel het initiatief nemen om op dit terrein een internationale koploper te worden; Nederland als boegbeeld van een land met een slimme en groene economie. Onderwijs, om-, her- en bijscholing spelen daarbij een cruciale rol, zoals de SER terecht stelt. Maar het probleem is dat ons onderwijs nog steeds opleidt voor banen die straks niet meer bestaan en zich onvoldoende richt op de werkgelegenheid van de toekomst.

Voorop lopen

Nederland is voor welvaart en banen sterk afhankelijk van onze export naar alle markten in de wereld. Dit is een extra reden om juist snel in te spelen op bovengenoemde megatrends. Doen we dat niet dan verliezen we werkgelegenheid. Andere landen zitten niet stil en zijn niet twee jaar bezig om te ontdekken dat Economie 4.0 al begonnen is. Deze traagheid zien we ook bij onze vennootschapsbelasting (vpb). Steeds meer landen gebruiken deze belasting om met tariefverlagingen bestaande bedrijven in eigen land te houden en buitenlandse bedrijven naar hun land te lokken. Staatssecretaris Eric Wiebes heeft sinds zijn aantreden voor deze ontwikkeling gewaarschuwd. Als Nederland achterblijft, zullen wij ondernemers en banen gaan verliezen.

In de Miljoenennota doet hij daarom het voorstel om het bedrag dat onder het 20% vpb-tarief valt wat te verhogen. Binnen de coalitie was de PvdA tegen een verlaging van het standaardaard vpb-tarief van 25%. De PvdA vreest dat dit tot een ‘race to the bottom’ zal leiden. Maar wereldwijd is deze race al volop aan de gang en zal door Nederland niet gestopt kunnen worden. Ondanks alle internationale overleggen, afspraken en maatregelen is er geen zicht op enige afremming. Integendeel, de Britten hebben na de Brexit-uitslag al een nieuw verlagingsoffensief aangekondigd naar een tarief richting de 12%. Ook de VS zal met een forse verlaging komen.

Nederland heeft, hoe spijtig ook, geen ruimte voor een afwijkend eigen beleid. Handhaving van het 25% vpb-tarief leidt zonder twijfel tot minder bedrijven en banen. Verhoging van het tarief voor multinationals, zoals door sommige politieke partijen wordt voorgesteld, is dan ook desastreus. Bovendien gaan deze partijen voorbij aan het feit dat lagere Vpb-inkomsten minder erg zijn dan het verlies aan werk. Internationale ondernemingen creëren niet alleen zelf banen maar indirect ook bij het midden- en kleinbedrijf. Elke arbeidsplaats die ze scheppen, leidt tot extra opbrengsten voor de schatkist en ons sociale stelsel; gemiddeld ongeveer €17.000 per jaar aan belastinginkomsten en premies. Daarvoor laat je als land graag wat vpb schieten en doe je, al dan niet met tegenzin, dus mee aan de concurrentiestrijd.

In deze strijd is voor Nederland de slimste en ‘goedkoopste’ oplossing een ingrijpende vereenvoudiging van de vpb. Alle bestaande aftrekposten en faciliteiten worden zoveel mogelijk geschrapt, zodat een simpele vpb wordt gerealiseerd met een tarief rond de 15% , die bovendien digitaal kan worden uitgevoerd. Deze tariefsverlaging wordt mede gefinancierd met de opbrengst van het ‘schrappen’. De opbrengst van heffingen over de uitstoot van CO2 kunnen straks ook een financieringsbron zijn. Een extra voordeel van de simpel en smart vpb is ook dat we Brussel daarmee buitenspel zetten.