Nieuws/Buitenland

Volksmenner, revolutionair en dictator

Fidel Castro
1 / 3

Fidel Castro

REUTERS

HAVANA - In Havana is een einde gekomen aan het leven van één van de meest controversiële leiders van de vorige eeuw: Fidel Castro Ruz. Gehaat door Cubanen die voor zijn revolutie en dictatuur zijn gevlucht. Verguisd in Washington omdat Amerikaanse politici de communistische koers zo vlak onder Florida als een persoonlijke belediging zagen. En, bij miljoenen Latijns-Amerikanen, toch ook geliefd, omdat Castro eindelijk durfde op te staan tegen die grote noorderbuur.

Fidel Castro
1 / 3

Fidel Castro

REUTERS

Zijn urenlange speeches op het Plein van de Revolutie in Havana, die de Cubaanse staatstelevisie soms wel vijf tot zes uur lang over de bevolking uitstortte, zeiden vooral iets over Fidel zelf. De zoon van een Spaanse immigrant wilde altijd en overal de baas spelen. Geen aandacht delen, maar opeisen. Dat zat er in als kind op het landgoed van zijn vader in Birán en tijdens zijn studietijd in Havana. En met zijn lange gestalte, priemende vinger en niet te ontkennen charisma was hij op Cuba ook decennialang dat middelpunt.

Toen Fidel op 1 januari 1959 dictator Fulgencio Batista op de vlucht zag slaan, was de vroegere rechtenstudent nog geen communist. Zijn broer Raúl wel. De Argentijnse medestrijder Ernesto Che Guevara ook. Maar Fidel greep het pas in de maanden na de machtsgreep, waarin de relatie met de Verenigde Staten steeds ijziger werd, aan als een manier om zijn plek te rechtvaardigen. Cuba-kenner Kees van Kortenhof: „Castro wilde kost wat kost de macht behouden. En communist worden was de beste weg. Zo voorkwam hij tegenstand tegen hem als leider, en er was geen noodzaak om verkiezingen uit te schrijven.’’

Contrast

Het contrast tussen het huidige straatarme Cuba en dat van de jaren vijftig kan haast niet groter. Batista was corrupt, maar het eiland was één van de rijkste landen van Latijns-Amerika. Er reden meer auto’s dan in het naoorlogse Italië. Wel waren de verschillen in rijkdom enorm en hielden Amerikaanse bedrijven een ijzeren greep over de oliesector en landbouw. Toeristen uit New York, Chicago en Florida kwamen feesten en gokken in hotels die de Amerikaanse maffia controleerde. Castro zag het met afgrijzen aan, maar hij was lang niet de enige die gewapenderhand een eind wilde maken aan het regime Batista.

Na de eerste mislukte aanval in 1953 op de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba vloog Castro de bak in. Hij werd, zeker vergeleken met de vele duizenden gevangen die hij later zelf zou nemen, uitstekend behandeld. Als Castro vrij komt, reist hij naar Mexico waar hij na lang leuren genoeg geld loskrijgt van Cubanen in Florida die ook van Batista af willen. Castro koopt het bootje de Granma en vaart met een kotsmisselijke bemanning terug naar Cuba. Niet naar Havana, maar naar de Sierra Madre, een bosachtig gebergte in het zuidoosten van Cuba.

Kracht van propaganda

Wie het afgelegen berggebied nu bezoekt, kan zich amper voorstellen dat van hieruit ooit een revolutie slaagde. Ouderen in de bergdorpjes spreken wel met respect over de guerilla-tactieken van Castro. Maar het waren, terwijl Castro aan sigaren pufte in zijn beschutte berghut, vooral studenten in Havana die aanslagen pleegden onder de neus van de Cubaanse politie. Fidel begreep echter de kracht van propaganda: hij nodigde journalisten uit in zijn schuilplaats en er verschenen lovende verhalen tot in de New York Times.

Nadat de revolutie was geslaagd, ontpopte Castro zich tot bloedige dictator. Aangemoedigd door de meedogenloze Guevara. Aanhangers van Batista en andere rivalen gingen tegen de muur. De trauma’s die dit veroorzaakt vormen de bron voor de decennialange Castro-haat onder vluchtelingen in Miami. Zelf eigenden Raúl, Che en andere revolutionairen zich de mooiste villa’s toe. Castro nam intrek in het Hilton hotel, het huidige Havana Libre. De repressie van dissidenten bestaat tot de dag van vandaag.

Specialist

Regeren stond voor Fidel gelijk aan speechen. Met ellenlange redes probeerde hij burgers en burocraten mee te krijgen. En Fidel nam alle belangrijke beslissingen zelf. Hij las alles en kon toe met enkele uren slaap. Maar het probleem: na enkele boeken meende Castro ook specialist te zijn op elk gebied. Willem van t Wout, de Rotterdamse nikkelhandelaar die Fidel goed heeft gekend: „Het maakte niet uit waarover, Castro kon elk onderwerp aansnijden en er uren over praten.’’

Zo’n voorbeeld van koppigheid: „Cuba gaat meer melk produceren dan Frankrijk en Nederland’’, oreert Fidel eind jaren zestig. Cuba miste een goede melkproductie. Dus Castro dacht: ik kruis zelf de Nederlandse Holstein koe met de tropische Zeboe. Het resultaat – de ‘F1’ – zou alle zuivelschaarste wegvagen. Maar Castro vergat dat de Hollandse wonderkoe het resultaat is van een eeuwenlange zorgvuldige selectie. Het project F1 faalde jammerlijk. In 2014 importeerde Cuba voor twee miljard dollar aan voedsel, waaronder melkpoeder.

Embargo

De woordenstrijd met de VS, omdat Fidel zich tot de Sovjet-Unie keerde, leidde in 1960 tot de inbeslagname van alle Amerikaanse eigendommen op Cuba. Omgerekend gaat het inmiddels om zo’n 7 miljard dollar. Dat is de reden voor het Amerikaanse embargo. Ondanks de economische pijn weet Fidel dat embargo echter uit te buiten. Alles wat misloopt, wijt hij aan het embargo. Zelfs de door de CIA gesteunde inval in de Varkensbaai in april 1961 bereikt het tegendeel: Fidel komt vaster in het zadel. Castro staat de Russen vervolgens zelfs toe om stiekem kernraketten te plaatsen op het eiland, wat uitmondt in de Cuba-crisis.

Fidel steunde linkse revolutionairen in Latijns-Amerika en Afrika. Vanaf de jaren zeventig stuurt hij duizenden soldaten naar het front in Angola. Zijn vriendschap met Arabische leiders levert hem rond 1980 misschien het moment op van grootste prestige: als voorganger van de niet-gelieerde landen. Maar als de Sovjet-Unie verandert, pruimt Fidel die glasnost niet. Eventjes, als er een coup wordt gepleegd tegen president Gorbatsjov, viert Castro feest. Maar als de Sovjet-Unie definitief uit elkaar valt, gaat de kraan met goedkope Russische olie dicht.

Armoede

Het wegvallen van die Russische subsidie laat Cuba berooid achter. Diepe armoede en een gebrek aan alles heerst op het eiland. Als enige uitweg ziet Castro een opening voor toerisme en het verhuren van medici aan het buitenland. Dat laatste fnuikt het binnenlandse zorgsysteem. Als Hugo Chavez in 1999 in Fidel als een nieuwe ‘vader’ omarmt, heeft Castro het reddende infuus gevonden. Cuba overleeft op de 100.000 vaten Venezolaanse olie per dag. Intern blijft de dictator keihard: in 2003 gooit hij 75 vooraanstaande politieke tegenstanders achter de tralies.

Dan wordt Castro ziek. In 2006 doet hij afstand van de dagelijkse leiding. Twee jaar later volgt broer Raul hem op als president. Die gooit al snel de strenge communistische lijn overboord. Inefficiënte staatsbedrijven ontslaan bijna 600.000 mensen – op een bevolking van 11 miljoen. Iedereen moet zelf zijn broek leren ophouden. „Raúl Castro raapt de brokstukken op van het jarenlange mismanagement door Fidel’’, omschrijft Carlos Mesa Lago, één van de meest vooraanstaande Cuba-kenners. Fidel bemoeit zich er niet meer mee. In staatskrant Granma schrijft hij hoogstens nog internationale bespiegelingen.

Martelaar

Uit het straatbeeld verdween Fidel al voor zijn dood. Hij verscheen amper op tv, en grote afbeeldingen van hem zijn verdwenen van de revolutionaire billboards. Raúl heeft de Cubaanse bevolking zo voorbereid op een leven zonder Fidel. Nu zal het regime de dode leider waarschijnlijk gebruiken zoals Fidel vroeger zijn dode medestrijders misbruikte: als martelaren in het pantheon van de revolutie. Prenten van Che Guevara, Jose Martí en Camilo Cienfuegos schreeuwen de Cubaanse burgers vanaf propagandaborden toe om hun geloof in de revolutie nooit te verliezen. Straks prijkt communist Fidel daar ook tussen: als reclametekst.