Nieuws/Binnenland
1298851
Binnenland

’Ik wil altijd het naadje van de kous weten’

Spigt wint Nationale Wetenschapsquiz dankzij hond

Simone van Saarloos en Michel van Eeten.

Simone van Saarloos en Michel van Eeten.

De Nationale Wetenschapsquiz eindigde afgelopen zondag in een zinderende finale tussen filosofe Simone van Saarloos en zangeres en muzikante Fréderique Spigt. Spigt won door een doordachte truc en mag zich nu (met teamgenoot Reinoud Lavrijsen) een jaar lang de knapste kop van Nederland noemen.

Simone van Saarloos en Michel van Eeten.

Simone van Saarloos en Michel van Eeten.

Het ging erom wie van de dames het best zou kunnen ontspannen in een studio vol publiek. Aan een lange tafel namen de dames ieder aan een kant plaats, met om hun hoofd een bandje met sensoren. De meest relaxte deelnemer zou het balletje vanuit het midden over de lijn bij de tegenstander sturen en daarmee de winst van de Nationale Wetenschapsquiz binnenslepen.

Het balletje rolde uiteindelijk bij Van Saarloos over de streep. Maar waar dacht Frédérique Spigt toch aan tijdens deze zinderende finale. „Ik dacht aan mijn hond. Het is bewezen dat je hartslag daalt wanneer je een hond aait, vandaar”, verklaart ze.

Voorbereiding

Haar teamgenoot Lavrijsen, verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven, liet de finale met een gerust hart aan Spigt over. „Ik weet van mezelf dat ik me heel slecht kan concentreren. Mijn gedachten schieten voortdurend alle kanten op. Mediteren lukt me ook nooit.”

Lavrijsen bereidde zich wel grondig voor op zijn deelname aan de Nationale Wetenschapsquiz door diverse oude afleveringen te kijken. „Er zitten altijd addertjes onder het gras en wat je dan ziet, is dat je eigenlijk gewoon op je intuïtie moet vertrouwen. Vaak klopt je eerste ingeving. Maar soms heb je dan toch de neiging om te gaan over analyseren, zoals ik dat deed bij de vraag over de laserstralen en de ballonnen; welke kleuren werken het best om een ballon te laten knappen. En dan ga je alsnog de mist in.”

Deelname

Er zijn ongetwijfeld mensen die zich afvragen waarom juist Spigt eigenlijk aan deze Wetenschapsquiz mee deed? „Mensen nemen altijd maar van alles over andere mensen aan, maar ze weten helemaal niets van mij. Ik ben dol op biologie. De natuur is verschrikkelijk boeiend. Alles klopt. Ik heb ooit nog samen met Kees Moeliker van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam het programma Fauna & Gemeenschap bij TV Rijnmond gepresenteerd. Maar ik maakte vroeger bijvoorbeeld ook mijn eigen brommers. Ik wil altijd het naadje van de kous weten”, aldus de muzikante.

Het klikte meteen tussen Spigt en Lavrijsen. „ We waren het overal vrij snel over eens, behalve over die vraag over dat baggerschip en de wet van Archimedes. Maar toen heb ik gelukkig voet bij stuk gehouden”, aldus Lavrijsen. Spigt beaamt de klik. „We waren eigenlijk meteen met elkaar aan het dollen.”

Moeilijkheidsgraad

De zangeres, die het programma nog nooit eerder had gezien, vond het niveau van de vragen overigens meevallen: „Ik wist niet zo goed wat ik moest verwachten en had me op het moeilijkste ingesteld. Uiteindelijk viel het daardoor misschien wel mee.” Ook Lavrijsen vond het dit jaar goed te doen. „Vorig jaar had ik minder vragen goed beantwoord.”

Al zetten zowel Lavrijsen als Spigt hun vraagtekens bij de vraag of er leven is op planeet Proxima B. Lavrijsen: „Die vraag kon je eigenlijk alleen maar beantwoorden als je in die periode de media had gevolgd.” Ook Spigt raakt lichtelijk geïrriteerd als het hierover gaat: „Het antwoord was gebaseerd op aannames, op een waarschijnlijk. Maar dat is in mijn ogen geen wetenschap. Ik ben daar nog steeds een beetje geagiteerd over.”

Lavrijsen vond het overigens een eer om gevraagd te worden voor het tv-programma en maakt zich, in tegenstelling tot sommige collega-wetenschappers, niet zo’n zorgen om zijn reputatie. „Veel collega’s zijn bang om voor schut te staan als ze dingen verkeerd beredeneren. Je geeft je inderdaad bloot op televisie, maar ik heb daar zelf niet zo’n moeite mee.” Al baalt hij er nog wel van dat zijn mini-college naar eigen zeggen ietwat in de soep liep. „ Ik ging ik iets dieper in op de materie dan ik van plan was. Ik ben bang dat er toen wel wat mensen zijn afgehaakt”, lacht de wetenschapper.