1303797
Nieuws

Column

Opmars van protestpartijen

Vooral na de keuze van de Britten voor een Brexit en de Amerikaanse kiezers voor Donald Trump worstelen de gevestigde politieke partijen, ook in ons land, met de vraag wat ze ‘verkeerd’ hebben gedaan. Uit de eerste Europese en Amerikaanse onderzoeken op dit vlak komt een aantal punten naar voren die een belangrijke rol hebben gespeeld. Ook bij de komende verkiezingen en referenda in Europa zijn ze van belang.

Voorop staat dat de gevestigde partijen niet worden vertrouwd, ze beloven veel en maken weinig waar, aldus ontevreden en teleurgestelde kiezers. Daarnaast hadden de politieke leiders van de gevestigde orde, volgens deze studies, geen goed verhaal en een visie op de toekomst die kiezers aansprak.

Luisteren

De Brexiteers en Trump kwamen met een boodschap die juist bij deze kiezers enthousiasme opriep. De kern was, wij luisteren naar jullie en gaan er voor zorgen dat jullie op de eerste plaats komen en het beter krijgen. Om dit te realiseren beloofden zowel Trump als de Brexiteers dat regels en wetten die er toe hebben geleid dat steeds meer kiezers het gevoel hebben gekregen dat ze geen baas meer zijn in eigen land, de prullenbak ingaan.

De reactie van gevestigde partijen was dat het land er goed voorstond en dat deze beloften vals waren en rampzalig zouden uitpakken voor de goed draaiende economie. Bij ontevreden kiezers werkte deze reactie averechts. Ze beschouwden de doemscenario’s als ongeloofwaardig en afkomstig van de elite.

Gouden bergen

Aan de andere kant hechtten deze kiezers niet allemaal evenveel geloof aan de gouden bergen van Trump en de Brexiteers. Ze beschouwden hun keuze vooral als een afstraffing van het beleid van de gevestigde politiek die geen oog zou hebben voor hun ondergewaardeerde maatschappelijke en economische positie.

De uitslagen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten laten zien dat ontevreden kiezers relatief meer naar de stembus zijn gegaan dan tevreden kiezers en zo de gevestigde orde hebben afgestraft. In het VK hebben veel jongeren nu spijt dat ze niet zijn gaan stemmen. In de VS geldt dit voor veel Democratische kiezers.

Waren ze wel naar de stembus gegaan, dan had de gevestigde orde waarschijnlijk gewonnen.

Lering trekken

De gevestigde politieke partijen in ons land kunnen lering trekken uit bovengenoemde onderzoeken. Ze moeten de opmars van populistische partijen niet onderschatten en bedenken dat ontevreden kiezers meer geneigd zijn om naar het stemhokje te gaan dan tevreden burgers.

Afgelopen week gaf het TV-programma 'EenVandaag' een waardevol inzicht in de situatie in Nederland. Het onderzocht onder welke kiezersgroepen de mensen het meest ontevreden zijn. PVV-stemmers scoren hier het hoogst: 67% van de mensen die nu PVV zouden stemmen, noemt zichzelf een ‘ontevreden burger’.

Ook onder de aanhang van VNL (61%), 50PLUS (49%) en de SP (34%) zitten relatief veel ontevreden en teleurgestelde burgers.

Van alle ondervraagden (27.000 mensen) beschouwt ruim een derde zichzelf als een ontevreden burger. Deze burgers hebben weinig vertrouwen in de gevestigde politiek en voelen zich niet gehoord. Maar liefst 96% heeft geen vertrouwen in politici en ze vinden massaal dat politici niet weten wat er onder gewone Nederlanders leeft.

In het onderzoek geven ze ook aan het niet altijd volledig eens te zijn met de PVV en andere protestpartijen, maar ze hopen de gevestigde orde met hun ‘proteststem’ wakker te kunnen schudden.

In alle lagen

Ontevreden en teleurgestelde kiezers bevinden zich in alle lagen van de bevolking, zo blijkt uit het onderzoek. In verhouding komen ze vaker voor onder mensen met een lagere opleiding en een lager inkomen.

Ze zitten het meest in de leeftijdsgroep tussen de 35 en 55 jaar en zijn vaker arbeidsongeschikt of werkloos. Ook zitten er meer mannen dan vrouwen in deze groep.

Als deze groep op 15 maart 2017 massaal naar de stembus gaat en veel tevreden burgers het laten afweten, dan zullen traditionele partijen weinig zetelwinst boeken en de VVD en PvdA te maken krijgen met een ongekende hoog verlies aan Kamerzetels.

De winst komt dan vooral terecht bij protestpartijen. Uit de stemmingen in de Tweede Kamer blijkt dat de afgelopen vier jaar een ruime meerderheid, bestaande uit de coalitie en delen van de oppositie, het beleid van het kabinet Rutte 2 heeft gesteund.

De PVV die nu aan kop gaat in de meeste peilingen viel vooral op door tegen te stemmen en door moties van wantrouwen tegen Rutte 2.

De gevestigde partijen in politiek Den Haag gaan ervanuit dat de verkiezingsuitslag op 15 maart 2017 er anders uit zal zien en dat ze worden beloond voor het feit dat Nederland op dit moment een van de meest welvarende landen in de EU is met een sterke economie die een goed perspectief biedt voor de toekomst.

Gaan we af op het VK, de VS en de trend in verschillende Europese landen dan rijst de vraag of deze aanname geen 'wishful thinking' is. Uit Nederlands verkiezingsonderzoek blijkt dat de meeste kiezers nog zweven, maar dat de protestpartijen nu al een vaste aanhang hebben die zeer gemotiveerd is om naar de stembus te gaan.

De kans dat tijdens de verkiezingingscampages deze aanhang zich laat overhalen over om op gevestigde partijen te stemmen, is klein.

Opgave

Gevestigde partijen die het beleid van Rutte 2 hebben gesteund, moeten het vooral hebben van een eigen aansprekend verhaal waarmee ze kiezers uit de groep ‘ tevreden’ burgers naar de stembus weten te krijgen.

Deze groep vormt in ons land nog steeds een ruime meerderheid, maar om de gevestigde orde overeind te houden moeten ze wel gaan stemmen. Het ziet er naar uit dat deze opgave in de verkiezingscampagnes van deze partijen een centrale rol zal spelen.

Daarna zullen ze snel met concrete maatregelen moeten komen om de oorzaken weg te nemen die ten grondslag liggen aan de opmars van protestpartijen.

Het is een illusie dat die zo maar zal stoppen. Proteststemmers hebben vaak last van banenverlies door open grenzen, vrijhandel en automatisering en daar moet een oplossing voor komen.