1312634
Nieuws

Wereldkampioen met toptarief van 60%

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

De voorstellen om de belastingen te verhogen voor bedrijven en hogere inkomens die in de verkiezingsprogramma’s van de linkse politieke partijen zijn opgenomen, veroorzaken grote schade voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Deze voorstellen houden geen rekening met de internationale trend naar  lagere belastingen en moeten daarom de prullenbak in.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

De verkiezingscampagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart zijn begonnen. Belangrijke thema’s zijn zorg, immigratie, integratie, veiligheid, banen en pensioenen. Daarnaast doen de linkse partijen pogingen om hogere belastingen op de campagne-agenda te zetten. In onze columns zullen wij tijdens de verkiezingscampagne deze thema’s onder de loep nemen.

Vorige week was dat ons zorgstelsel. Nederland heeft één van de beste zorgstelsels van de wereld, maar deze positie kost ook steeds meer geld in de vorm van toenemende zorgkosten. In de column van 7 januari hebben we alle beschikbare cijfers en toekomstige ontwikkelingen op een rijtje gezet en geconcludeerd dat politieke partijen die beloven dat ze de zorgkosten voor burgers zullen verlagen en tegelijk de kwaliteit van de zorg willen verbeteren zich schuldig maken aan “kiezersbedrog”. Het eerlijke verhaal is dat de komende jaren voor een doorsnee gezin de kosten blijven stijgen, tenzij we kiezen voor een lagere kwaliteit van onze zorg.

In deze column gaan we in op het verkiezingsthema belastingen. Uit de verkiezingsprogramma’s blijkt dat vooral de SP, GroenLinks en de PvdA voorstanders zijn van hogere belastingen voor ondernemers en hogere inkomens. Ze zijn van mening dat deze verhogingen bijdragen aan een eerlijker verdeling van de lusten en lasten in ons land en minder ongelijkheid in de hand werken. Bovendien willen ze de opbrengsten gebruiken voor de financiering van hun wensenlijstjes, zoals meer koopkracht voor lagere inkomens, banenplannen, lagere zorgkosten en het milieu. Deze lijstjes zijn een politieke keuze die we hier niet aan de orde stellen. We beperken ons tot de effecten van de voorgestelde belastingverhogingen en de veronderstelde opbrengsten voor de schatkist.

Wereldkampioen met 60%

We kijken eerst naar het voorstel om het huidige toptarief in de inkomstenbelasting van 52% te verhogen naar 60%. Op dit moment behoort Nederland met 52% wereldwijd tot de koplopers en met een toptarief van 60% worden we wereldkampioen. Om verschillende redenen is dat geen aanleiding voor vreugde. In de meeste Europese landen, maar ook in de VS gaan de toptarieven de komende jaren juist omlaag. Daardoor loopt het verschil met Nederland op tot meer dan 20%.

De praktijk laat zien dat werknemers en ondernemers die met 52% te maken hebben, nu al naar landen met lagere tarieven verhuizen. Deze trend krijgt door het sterk toenemende tariefverschil een extra impuls. Een tarief van 60% is internationaal geen mooi visitekaartje en schrikt af. Bedrijven in Nederland zullen minder gemakkelijk toptalenten uit het buitenland kunnen werven. Deze toppers zullen net als internationale start-ups Nederland links laten liggen.

Daarnaast is er nog een ander vervelend effect. De verhoging van het toptarief kost per saldo geld; daardoor is er zelfs minder financiering voor de wensenlijstjes. In 2013 heeft het CPB berekend dat de schatkist door de verhoging van het toptarief ruim 100 miljoen minder belastingopbrengsten zal ontvangen. Hoe kan dat? Op zich zelf leidt de verhoging in eerste instantie tot een extra opbrengst van circa 300 miljoen euro.

Maar tegenover deze opbrengst staat een lagere belastingopbrengst die het gevolg is van banenverlies, verhuizingen naar het buitenland en de verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. Per saldo is de einduitkomst een lagere opbrengst dan vóór deze verhoging. Doordat steeds meer landen hun toptarief gaan verlagen, zal de toenmalige becijfering van een hoger toptarief nog slechter uitpakken. Econoom Bas Jacobs heeft met zijn collega’s berekend dat een toptarief van rond 49% voor onze economie het ‘beste’ uitpakt.

Een hoger tarief voor bedrijfswinsten

Voor een verhoging van de vennootschapsbelasting geldt hetzelfde verhaal, maar daar zijn de negatieve effecten voor onze economie zelfs desastreus te noemen. Dat heeft mede te maken met de opmars van de wereldwijde belastingoorlog tussen landen. Steeds meer landen verlagen hun winstbelasting om te voorkomen dat het eigen bedrijfsleven naar landen verhuist met lagere tarieven.

Daarnaast proberen ze met deze belastingverlaging ondernemingen uit het buitenland aan te trekken. Alle internationale pogingen om deze race to the bottom te stoppen zijn tot op heden jammerlijke mislukt. En de kans dat dit de komende jaren wel zal slagen is nul. Sterker nog, door de overwinning van Donald Trump in de VS en de Brexit-keuze in het VK, neemt de trend naar lagere winstbelastingtarieven juist toe. De Britten zetten koers naar een tarief van 10% en Trump naar 15%. Andere landen, zoals België, Hongarije en Frankrijk zullen ook met verlagingen komen.

Met een vennootschapsbelastingtarief van 25% heeft Nederland nu al een kwetsbare internationale positie. Voor bedrijven zijn belastingen een kostenpost die een belangrijke rol spelen bij de keuze van een vestigingsplaats. Mede door globalisering en digitalisering is het voor de hoofdkantoren van grote internationale bedrijven die in ons land zijn gevestigd steeds gemakkelijker om te verhuizen naar andere landen.

Daarbij gaan ze zeker kijken naar landen als het VK en de VS die met 10% en 15% en flink lagere toptarieven voor hun management veel aantrekkelijker zijn dan Nederland. Ons land zal zich met een hoog winstbelastingtarief een toptarief van 60% internationaal volledig uit de markt prijzen. Politiek Den Haag zal zich noodgedwongen aan de internationale trend van lagere belastingen moeten aanpassen. Gebeurd dat niet dan worden we geconfronteerd met bedrijven die naar fiscaal aantrekkelijker landen vertrekken; dat leidt hier tot een verlies van honderdduizenden banen en veel lagere belastingopbrengsten dan we nu hebben.

Bovendien zullen wervingspogingen om bestaande buitenlandse bedrijven en start-ups naar Nederland te halen weinig kans van slagen hebben. Als het buitenlandse management hoort dat Nederland een ongekend hoog toptarief van 60% en hoog winstbelastingtarief in de aanbieding heeft , worden onze “wervingsexperts” niet eens binnengelaten.

We gaan er dan ook vanuit dat een nieuw kabinet zo verstandig is rekening te houden met de internationale belastingtrend. Nederland ontkomt er niet aan het tarief van vennootschapsbelasting te verlagen richting 15% en het toptarief van de inkomstenbelasting moet onder de 50% liggen. Dit kan kan voor een deel worden gefinancierd uit het schrappen van aftrekposten en vrijstellingen. Daarmee kan tevens de belastingontwijking worden aangepakt.