Nieuws/Binnenland

Kachel en ventilator tegen nachtvorst

Fruitkweker Siem Entius uit Nieuwe Niedorp verwarmt ’s nachts zijn kersenboomgaard om ervoor te zorgen dat de bloemen niet bevriezen.

Fruitkweker Siem Entius uit Nieuwe Niedorp verwarmt ’s nachts zijn kersenboomgaard om ervoor te zorgen dat de bloemen niet bevriezen.

Martin Mooij

Nieuwe Niedorp - Fruittelers halen alles uit de kast om zich te wapenen tegen de nachtvorst.

Fruitkweker Siem Entius uit Nieuwe Niedorp verwarmt ’s nachts zijn kersenboomgaard om ervoor te zorgen dat de bloemen niet bevriezen.

Fruitkweker Siem Entius uit Nieuwe Niedorp verwarmt ’s nachts zijn kersenboomgaard om ervoor te zorgen dat de bloemen niet bevriezen.

Martin Mooij

Zodra zijn nachtvorstmeter afgaat, stapt de West-Friese teler Siem Entius uit bed om zijn overdekte kersenboomgaard te verwarmen. Daar zoemen de bijen en staan ruim vijfduizend kersenbomen in bloei. „Ik ben tevreden met de bloei, maar niet met de temperatuur”, zegt Entius. En dus start hij in het holst van de nacht zijn generator op en zet hij de kachel aan. Ventilatoren verspreiden de warmte door de met plasticfolie afgesloten ruimte.

Het vriest tot bijna twee graden. Tussen drie en zeven uur loopt de teler in z’n eentje rond om te kijken of alles voorspoedig verloopt en de temperatuur goed wordt en blijft. Met resultaat, want, zegt hij content: „Ik heb niet één bevroren bloesem kunnen vinden. Als de bloemen bevriezen, wordt het stampertje meteen bruin en komt er geen kers uit.”

Een andere belangrijke reden om de boomgaard te verwarmen, zijn de bijen, waarvan er een kleine vijfhonderdduizend op Entius’ boomgaard leven. „Die gaan vliegen bij twaalf graden en bestuiven de bloesems. Alleen na bestuiving komen er kersen.”

De bloesem van de naastgelegen appels en peren krijgen een andere behandeling: die worden besproeid met water. Door dit beregenen komt er een ijslaagje omheen. Bij de overgang van water naar ijs komt warmte vrij, die de bloesem beschermt.

Entius blijft de weerberichten en de veertiendaagse verwachting de komende tijd op de voet volgen en zo nodig gaat hij nogmaals zijn bed uit. „Het liefst blijf ik liggen, maar als ik hiermee m’n oogst kan redden, dan ben ik daar heel blij mee.”

Om toch aan genoeg slaap te komen, kruipt hij om half acht al onder de wol.