131316
Binnenland

Veenendaal weer goudvisvrij

Illegale vissen terug in teiltje

Hans van Manen heeft het er maar druk mee: Tachtig goudvissen vangen met een schepnet. Gelukkig staat het water wat lager.

Hans van Manen heeft het er maar druk mee: Tachtig goudvissen vangen met een schepnet. Gelukkig staat het water wat lager.

Veenendaal - Hans van Manen (68) is er maar druk mee. Op last van de gemeente viste hij gisteren tachtig illegale goudvissen uit de Brouwersgracht in Veenendaal. „Dit is nog niet zo makkelijk, hoor.”

Hans van Manen heeft het er maar druk mee: Tachtig goudvissen vangen met een schepnet. Gelukkig staat het water wat lager.

Hans van Manen heeft het er maar druk mee: Tachtig goudvissen vangen met een schepnet. Gelukkig staat het water wat lager.

In rubberlaarzen en met schepnet in de hand ploetert Hans van Manen door de gracht. De gemeente Veenendaal is zo vriendelijk geweest om het waterpeil te laten zakken tot vijftig centimeter hoogte. Het vergroot de kans op een succesvolle vangst aanzienlijk.

Vorig jaar zette Veenendaler Van Manen tachtig goudvissen en tweehonderd goudwindes uit in het grachtje voor zijn appartement. De actie werd met groot enthousiasme ontvangen. Winkeliers betaalden mee en burgemeester Wouter Kolff sprak van „een geweldig burgerinitiatief”. Moeders met jonge kinderen komen dagelijks visjes kijken en omwonenden voelen de morele plicht het water schoon te houden.

Hoewel heel Veenendaal sindsdien met volle teugen geniet van de de exotische attractie, kwam daar gisteren deels een einde aan. Deels, want de tweehonderd goudwindes mogen blijven. De goudvissen komen er slechter vanaf. Volgens Platform Invasieve Exoten zou het visje zich kruisen met de inheemse kroeskarper, waardoor die soort uitsterft. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland werd ingeschakeld en die bepaalde dat de vis zo snel mogelijk het veld moest ruimen.

„Wat een onzin”, briest een vrouw op de waterkant. Ze kijkt beteuterd toe hoe Van Manen weer een vis in een teil gooit. „Ze hadden gewoon een rooster aan het eind van de gracht kunnen plaatsen. Maar ja, helder denken is niet Veenendaals sterkste kant.” Aan de overkant aanschouwt een oudere man vanaf de fiets het tafereel. Hij is het niet met de vrouw eens. „Het gaat om de kuit, de eitjes, en die schieten wel door een rooster heen. Dat hebben ze getest.”

Van Manen hoort het schijnbaar stoïcijns aan, haalt nog eens zijn schouders op, klimt via een laddertje aan wal en leegt zijn volgelopen laarzen. „Het is erg triest”, knikt hij naar de lege gracht. Dan herpakt hij zichzelf: „Maar we gaan er gewoon andere vis ingooien. Als ze er allemaal uit zijn, koop ik honderd goudwindes. Die mogen wel.”