Nieuws/Columns

DFT

Man bij de dokter

De psychiater zwaait de deur van zijn behandelkamer open. In de gang zit een man te wachten. Zijn kin steunt op zijn borst, zijn ogen staan dof. Als de psychiater de man nadert, staat die op en zegt op matte toon: „Dag dokter.”

„Komt u verder”, zegt de psychiater vriendelijk als hij terugloopt naar zijn kamer. „U klinkt Twents. Kan dat kloppen?”

„Ja dokter, Hengelo.”

„Gaat u liggen op de sofa.” De Tukker kijkt ongemakkelijk, draalt wat en legt zich dan toch languit op de bank.

„Waarmee kan ik u helpen, meneer ... eh...”

„Kamp. Henk Kamp.”

„Meneer Kamp. Doet u rustig aan. U oogt nogal gestrest. Zeg op, wat heeft u op uw lever.”

„Ach dokter, ik ben totaal de kluts kwijt.”

„Dat is vervelend. Kalmeert u een beetje. Vertel wat er aan de hand is.”

„Ik heb een glanzende politieke carrière achter de rug. Nou ja, bijna achter de rug. Het ging al die jaren heel goed. Ik was nuchter, onverschrokken, koel, zakelijk...”

„Zoals je van een Twentse liberaal zou verwachten.”

„Inderdaad. Ik kreeg wel kritiek. Dat ik een kouwe kikker zou zijn. Maar ik was er ook om geliefd.”

„Wat ging er mis?”

„Ik ... eh... weet het niet dokter. Ik lijk van mijn geloof gevallen. Ik laat me door mijn emoties meeslepen.”

„Emoties?”

„Ja, ik snap het ook niet. In het zicht van de finish ben ik bevangen geraakt door een soort Oranjegevoel. Ik heb plots het idee dat alles maakbaar is. Dat ik moet beschermen.”

„Maakbaar? Beschermen? Oef, u heeft het zwaar te pakken. Hoe is dat zo gekomen?”

„Ik begrijp het ook niet dokter. Het begon met dat telefoonbedrijf. Dat zou worden overgenomen door een rijke Mexicaan. Eerst trok ik me daar niks van aan. Zoals een rechtgeaarde liberaal behoort te doen. Marktwerking en zo, u kent die riedel.”

De psychiater knikt instemmend.

„Maar toen is er iets met me gebeurd. Daar is dat Oranjegevoel bij me naar binnengedrongen.” De man stopt. Hij slikt iets weg. En vervolgt: „Uiteindelijk ging ik me er toch mee bemoeien, achter de schermen.”

„En?”

„En sindsdien is het hek van de dam. Al snel volgden die brievenbezorgers. Ik heb me hoogstpersoonlijk in de strijd gegooid om een overname door de Belgen te voorkomen. Nu kan ik niet meer terug.”

„Tja, tja, ik voel uw pijn.”

„Nu met die verfmakers ben ik niet meer te houden. Ik ben verslaafd geraakt, denk ik. Ik móet me ermee bemoeien. Het is sterker dan mezelf. Bij elk nieuwtje zoek ik de dichtstbijzijnde microfoon op en toeter erin. Ik kan het wel uitschreeuwen: HANDEN AF VAN ONZE HOLLANDSE PARELS!”

„Roept u gerust. Dat lucht lekker op. Als u nou iedere week komt, dan kunt u hier uw hart luchten. Dan heeft verder niemand er last van.”

„Dat is goed dokter. Tot volgende week.”