1319338
Nieuws

Bedrijfsleven ’verliezer’ in verkiezingsprogramma’s

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s blijkt dat het Nederlandse bedrijfsleven de ’verliezer’ is. De programma’s komen niet met een verwachte lastenverlichting die ondernemingen moet aanzetten tot het scheppen van extra banen en het stimuleren van innovaties. Veel partijen rekenen zich rijk en zijn nu al aan het potverteren. Een nieuw kabinet zal wel met een lastenverlichting voor ondernemers komen.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Afgelopen week presenteerde het Centraal Planbureau (CPB) de zogenoemde doorrekening van de verkiezingsprogramma’s voor de kabinetsperiode 2018-2021. Daarin worden de belangrijkste plannen en verkiezingsbeloften van de politieke partijen op een rijtje gezet en berekend wat de maatschappelijke en economische effecten zijn. Het is een waardevolle traditie dat de politieke partijen deze onafhankelijke rekenmeester vragen om hun programma door te rekenen. Daarmee kunnen ze de kiezers laten zien wat hun plannen betekenen voor onder meer de economische groei in ons land, voor de koopkracht, werkgelegenheid, werkloosheid, lastendruk en het begrotingstekort.

Bijna alle politieke partijen melden zich bij het CPB. Voor de kiezers is dat een waarborg dat ze objectieve informatie krijgen over de gevolgen van de programma’s op basis van dezelfde meetlat. Er zijn ook partijen, zoals de PVV, die zich niet bij het CPB melden. Ze gebruiken daarvoor allerlei onzin argumenten, maar de echte reden is dat ze bang zijn voor de uitkomsten van de doorrekening. Ze willen voorkomen dat de kiezer te zien krijgt dat hun programma op drijfzand berust en dat ze zich schuldig maken aan beloften die financieel niet waargemaakt kunnen worden en dat hun plannen luchtfietserij zijn.

Ongewijzigd beleid

Bij de doorrekening gaat het CPB uit van zogenoemd ongewijzigd beleid. Daarvoor is uitgangspunt bestaande beleid en de doorwerking daarvan naar de komende jaren. Volgens dit ’basispad’ wordt geraamd dat de economische groei in de nieuwe regeringsperiode gemiddeld met 1,7% per jaar zal groeien; dit wordt buiten het CPB als een optimistisch scenario . Daarnaast neemt de werkgelegenheid in de marktsector gemiddeld met 0,5% per jaar toe, bij de zorg met 2,2% en bij overheid zien we een daling met -0,1%. Berekend is ook dat bij ’ongewijzigd beleid’ de koopkracht rond de nul ligt en het nieuwe kabinet eindigt met een begrotingsoverschot van 0,9% van het BBP en een overheidsschuld van ongeveer 52%. In hun programma’s komen politieke partijen met plannen waarmee ze betere prestaties proberen te leveren dan bij ongewijzigd beleid, bijvoorbeeld een groei realiseren van 2% in plaats van 1,7%, en meer koopkracht dan de nul bij gelijkblijvend beleid.

Opvallende uitkomsten

Van de traditionele partijen zetten we de meest opvallende uitkomsten hier kort op een rijtje. Alle partijen gebruiken een deel van het verwachte begrotingsoverschot van 0,9% BBP nu al om uit te geven aan leuke dingen voor kiezers, zoals extra koopkracht. Dit wordt ook wel potverteren genoemd of op zijn minst is het niet prudent. Gezien de grote economische onzekerheid waarmee Nederland te maken krijgt is de kans groot dat er straks geen sprake is van een overschot. Ons land krijgt te maken met de negatieve gevolgen van Brexit en de effecten van automatisering op onze werkgelegenheid.

Daarnaast krijgt Nederland als handelsland ook last van de trend naar minder vrijhandel die door het beleid van Trump nog wordt versterkt. Dit zal waarschijnlijk leiden tot een lagere groei in ons land en minder werkgelegenheid. Daardoor zal het nu verwachte begrotingsoverschot van 0,9% BBP als sneeuw voor de zon verdwijnen en kampen we straks weer met begrotingstekorten en een oplopende staatsschuld. Een nieuw kabinet doet er daarom verstandig aan zich niet rijk te rekenen. Door deze buffer van 0,9% BBP achter de hand te houden voor slechte ’tijden’ kunnen daarmee eventuele bezuinigingsprogramma’s voorkomen worden. Opvallend is dat de PvdA de enige partij is die dit bedrag volledig uitgeeft aan “leuke dingen voor de mensen”. Andere partijen zijn terecht voorzichtiger en houden wat geld in hun achterzak.

Ondernemers motor van economie

Ondernemers zijn wereldwijd de motor van de economie en de scheppers van banen. Daarom zien we dat de meeste landen alles uit de kast halen om voor bedrijven een aantrekkelijk bedrijfsklimaat te creëren, onder meer met een lage lastendruk. Uit de doorrekening blijkt dat het CDA de enige partij is die met een lastenverlichting voor ondernemingen komt ( -0,8 miljard). Partijen die volledig uit de band springen zijn de PvdA met een mokerslag van 17,4 miljard euro aan extra lasten voor ondernemers en de SP als goede tweede met een klap van 12,6 miljard. Daarmee hebben deze partijen zich volledig geïsoleerd van de andere partijen, die in hun programma’s de lastenverzwaringen voor het bedrijfsleven beperkt houden tussen 0 en 3,8 miljard euro. De PvdA loopt ten opzichte van andere partijen ook flink uit de pas door veel extra ambtenaren aan te stellen bij de overheid.

Volgens de plannen van de sociaaldemocraten zal de werkgelegenheid bij de overheid met gemiddeld 1,8% per jaar groeien. Bij de andere partijen ligt deze groei tussen -0,6% en 0,9%. De SP is bij de doorrekening met 2,3% de koopkrachtkampioen, maar ook de koploper met extra overheidsuitgaven (1,6%). De SGP, het CDA en de VVD beloven minder extra koopkracht (0,6% -0,7%). Kijken we naar de extra economische groei die partijen met hun plannen realiseren, dan zien we weinig verschillen. De VVD, het CDA en de PvdA komen uit op 0,3% en de andere partijen op 0,2% - 0,1%. Bij de werkgelenheid in de marktsector is de VVD met 0,3% de winnaar met op de tweede plaats het CDA (0,2%). De SP is de enige partij die met zijn verkiezingsprogramma bij het bedrijfsleven banen vernietigt (-0,2%). Uitblinkers op het terrein van het klimaatbeleid zijn GroenLinks en D66.

Beleid nieuw kabinet

Op basis van de huidige doorrekening van de verkiezingsprogramma’s valt er nog niets te zeggen over het beleid van het nieuwe kabinet dat, zoals gebruikelijk, ook weer doorgerekend zal worden. Ongeacht de samenstelling van de opvolger van het kabinet Rutte 2 durven we nu al wel te voorspellen dat het bedrijfsleven bij die doorrekening beter af zal zijn. Het nieuwe kabinet beschikt dan over actuele cijfers die duidelijk maken dat ze voor extra economische groei en extra banen bij ondernemers moeten aankloppen.