Nieuws/Binnenland
1322125
Binnenland

’Ook een conciërge werd geslagen’

Grote vechtpartij op school Hoofddorp

HOOFDDORP - UPDATE 13.12 uur - Op een middelbare school in Hoofddorp is maandag een grote vechtpartij geweest. Twee jongeren, waaronder een leerling van het Haarlemmermeer Lyceum, waren op het schoolplein met elkaar op de vuist gegaan. Twee mensen van buiten sprongen er tussen, waarop medeleerlingen zich er ook mee gingen bemoeien. De knokpartij werd vervolgens steeds groter.

Een medewerker van de school maakte een einde aan het gevecht. De politie heeft niemand opgepakt. In een brief aan de ouders spreekt de rector van het lyceum van een incident.

’Docenten durfden niets te zeggen’

Volgens een van de betrokken jongeren ontstond het opstootje een week geleden. „Ik kreeg opeens te horen van een medeleerling dat ik bij een bepaalde groep wil horen omdat ik een jas van een bepaald merk droeg. Maar dat was niet zo. En vlak daarna werd er ook met een tas gegooid. Docenten durfden er toen niets van te zeggen.”

Maandag ging het mis. „Toen kreeg ik opeens te horen dat ik naar buiten moest. Daar werd ik opgewacht door de medeleerling en een vriend van hem die niet op onze school zit. Toen zei die medeleerling tegen mij: ’Je gaat niet met hem vechten maar met mij’. Vervolgens werd ik geslagen met een waterflesje en gingen meer mensen zich met de knokpartij bemoeien.”

’Conciërge werd ook geslagen’

In totaal waren 8 tot 9 jongeren betrokken bij de vechtpartij die ook door meerdere omstanders werd gefilmd. De conciërge heeft vervolgens een einde gemaakt aan de vechtpartij. „Hij werd ook nog geslagen door die vriend van de medeleerling. Vervolgens rende hij hard weg.”

Uiteindelijk zou een van de vechtende jongen een straatverbod hebben gekregen omdat een vader van een van de betrokken van de vechtpartij naar de politie was gestapt. „Ik ben twee dagen geschorst. Zelf heb ik er weinig aan overgehouden, wat scheuren in mijn kleren en pijn in mijn bilspier. Ik weet nog niet of ik zelf aangifte ga doen. Daar twijfel ik nog over.”