Nieuws/Wat U Zegt

’Oost-Europeaan werkt hier voor een hongerloontje’

Uitslag Stelling: Oneerlijke concurrentie

1 / 2

HOLLANDSE HOOGTE

De uitzendkoepels ABU en NBBU mogen dan vinden dat Nederlandse gemeenten Oost-Europese flexwerkers met open armen moeten ontvangen, tachtig procent van de deelnemers aan de Stelling van de Dag denkt daar anders over.

1 / 2

HOLLANDSE HOOGTE

Zij vinden het zorgelijk dat ons land bijna 120.000 Oost-Europese uitzendkrachten telt, waaronder veel Polen, terwijl er in Nederland nog zoveel mensen zonder werk zitten. Het gaat vooral om de sectoren logistiek, land- en tuinbouw. „Ze nemen banen aan tegen een minimumsalaris. Zelf hebben we mensen zat die dit werk willen doen mits het behoorlijk betaald wordt en de omstandigheden in orde zijn”, zegt een respondent die in het Westland woont en ’meer dan genoeg misstanden en gevallen van uitbuiting ziet’.

Deze buitenlandse flexwerkers zouden onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden moeten werken als Nederlanders, vinden de respondenten. Nu maken ze veel meer uren tegen meestal een lager loon en op die manier prijzen ze Nederlanders uit de markt. Moderne slavernij, noemen sommigen het.

Een aantal stellingdeelnemers heeft deze verdringing op de arbeidsmarkt aan den lijve ondervonden. „Ik werkte zelf in de scheepsbouw maar kan daar geen werk in vinden, omdat die vacatures worden ingenomen door Polen”, klaagt er een. Een ander werd er in de tuinbouw uitgewerkt door Polen. „Zij verdienden destijds net zoveel als ik, alleen werkten zij tien uur aan een stuk. Dat is geen eerlijke concurrentie.”

Weer een ander wijst op de lagere levensstandaard in Oost-Europese landen waardoor die mensen hier voor ’een hongerloontje’ willen werken. Ruim 60 procent vindt deze flexwerkers geen aanwinst voor de Nederlandse economie, „want bijna al het geld wat ze verdienen gaat naar Oost-Europa.”

Zestien procent heeft geen problemen met Oost-Europeanen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het zijn harde werkers met een arbeidsmoraal die veel Nederlanders verleerd zijn, complimenteren deze respondenten vooral de Polen. „Deze flexwerkers zorgen dat onze land- en tuinbouw een van de beste ter wereld is.”

Maar waarom geen Nederlandse uitkeringstrekkers inzetten, vragen velen zich af. „We hebben genoeg laagopgeleiden die dit werk kunnen doen, echter we doen te weinig om ze achter de broek te zitten”, meent iemand.

Een project om duizenden uitkeringstrekkers aan het werk te zetten in kassen in het Westland mislukte een aantal jaren geleden jammerlijk. Ruim 80 procent is er voorstander van om het nogmaals, in een nieuw jasje, aan te pakken.

Zinloos, menen anderen. Een Rotterdamse respondent die werkloos was en ’voor de gein’ een kweker belde om te vragen of ze nog mensen nodig hadden kreeg te verstaan dat ze alleen Polen aannamen en geen Nederlanders. „Zeker omdat die te duur zijn”, is zijn conclusie.

Een stellingdeelnemer uit de tuinbouw, die zegt zijn buitenlandse uitzendkrachten uit te betalen volgens de tuinbouw-cao en ze tevens goede huisvesting te bieden, weerspreekt dat. „Een Poolse uitzendkracht is voor ons tuinbouwbedrijf net zo duur als een Nederlandse”, zegt hij. „Nederlanders krijg je alleen niet. Die vinden het te warm in de kas; klagen over te veel uren: klagen overal over. Doe ons maar Polen.”

Margo Stols