Nieuws/Binnenland
1342380
Binnenland

Gemeentebestuur Amsterdam jaagt zelf huren en woningprijzen op

Pandjesbaas de ideale zondebok

Amsterdam - De Amsterdamse SP-wethouder Laurens Ivens wil particuliere huizenbeleggers aanpakken omdat ze de prijzen opdrijven. Dat is begrijpelijk vanuit zijn socialistische ideologie, maar in werkelijkheid spelen ’huisjesmelkers’ slechts een bijrol.

Net als in de rest van Nederland zorgen de lage rente en de economische groei voor een run op huizen. Daarnaast is er de verstedelijking. „Dat is een wereldwijde trend. Amsterdam werkt als een magneet”, zegt Allard van Spaandonk, investeringsbaas bij pensioenbelegger Bouwinvest.

Maar de hoofdstad heeft zijn fans onvoldoende woonruimte te bieden. Slechts 30% van de woningvoorraad bestaat uit koophuizen. „Er staan in Amsterdam nog maar 1000 huizen te koop. Dat waren er in de crisis wel 8000”, zegt Sven Heinen, voorzitter van de Makelaarsvereniging Amsterdam. Hij heeft zich geërgerd aan Ivens uitspraken. „Hij zei ’Amsterdam is van de Amsterdammers’. Dat klinkt bijna als Donald Trump. In onze ogen is Amsterdam van iedereen.” Heinen wijst onder meer op de duizenden expats die jaarlijks huisvesting zoeken.

De Amsterdamse beleggersbranche is in het defensief omdat de lokale pers ’ontdekte’ dat enkele tientallen beleggers grote aantallen huizen bezitten. Dat is al eeuwen zo, maar het werd nieuws omdat prins Bernhard tussen de namen opdook. Bernhard heeft met zijn zakenpartners in Amsterdam 349 woningen gekocht voor de verhuur. Dat vindt Ivens een probleem. „Waarom eigenlijk?” zegt een bankier die anoniem wil blijven. „Er is een koopwoning weg, maar er komt een huurwoning voor terug.”

Woningcorporatie IJmere heeft 5300 huurwoningen in de vrije sector, Bouwinvest heeft er 7000. Duidelijk is dat zij, net als de zakenprins, geen vriendenprijsje rekenen aan hun huurders. „Als je €1400 euro voor een huis kunt krijgen, ga je echt geen €1200 vragen”, zegt oud-directeur Bert Rietmeijer van vastgoedadviseur CBRE.

Bouwinvest-directeur Van Spaandonk voelt zich niet aangesproken door Ivens. „Wij beleggen met geld van pensioendeelnemers. Ze kunnen wel zeggen: jullie moeten net zo weinig rendement maken als woningbouwcorporaties. Prima, maar dan moet je wel de pensioenen gaan verlagen.”

Wethouder Ivens en zijn progressieve voorgangers zijn zelf hoofdschuldigen van de oververhitting. Door hun beleid vormen sociale huurwoningen nu liefst 57% van de hoofdstedelijke woningvoorraad. Dat is bijna dubbel zoveel als landelijk. Ivens heeft woningbouwcorporaties dit jaar zelfs bevolen minder sociale woningen te verkopen en er meer te bouwen. „Wat dat betreft is de SP het beste nieuws voor woningbeleggers”, zegt Huib Boissevain van vastgoedbeheerder Annexum. „Het enige wat ze doen is het aanbod beperken. Dat is misschien goed om stemmen voor de SP binnen te halen, maar ook erg dom. Amsterdam heeft middeldure woningen nodig.”

Ondertussen wordt nieuwbouw gefrustreerd door de strenge gemeentelijke eisen. Projectontwikkelaars moeten een zak geld meebrengen en de gemeente Amsterdam bepaalt, kort gezegd, voor tachtig procent van de nieuwbouw welke huren en prijzen gevraagd mogen worden. „We lopen tegen allerlei restricties aan: maximale huren, minimale oppervlakten, maximale huurstijging, 25 jaar exploitatieplicht. Het is en-en-en. Dat zijn eisen die gaan knellen”, aldus Bouwinvest-directeur Van Spaandonk deze week tijdens een congres van vakblad Vastgoedjournaal over de Amsterdamse woningmarkt.

Op het congres hoorde je menige spreker zeggen dat sociale huurders buiten de stad veel prettiger en ruimer zouden kunnen wonen. In plaats van in Amsterdam krappe goedkope huizen te bouwen op de resterende plekjes bij fabrieksterreinen, drukke wegen en het spoor. Cruciaal is dan goed en snel openbaar vervoer, zoals rond Londen en Parijs.

Beleggers waren in Amsterdam vorig jaar goed voor omstreeks 13% van de aankopen. Annexum-baas Boissevain erkent dat zij de huizenprijzen opdrijven. „Meer vraag is natuurlijk prijsopdrijvend. Ik zie vooral meer buitenlanders. Maar bij huizenbeleggers draait het alleen om de huren die ze kunnen krijgen. Als de stad eens zou ophouden voortdurend sociale huurwoningen te bouwen, maar middeldure huurhuizen waar een markt voor is, dan gaan de koopprijzen vanzelf omlaag.”

En wat is het jaarlijkse rendement van zo’n belegger? „6% is een mooi streven”, zegt Daniël Verhoef van Amsterdam Property Investment. Van 2% heeft hij ook gehoord. „Dan moet je denken aan woningen in de buurt van de PC Hooftstraat. Dat zijn beleggers bij wie het geld tegen de plinten klotst en die gokken op een waardestijging.”