Nieuws/Binnenland
1363083
Binnenland

’Het goede moment’ betekent museaal eerherstel voor Anton Heyboer

’Hij wilde de onschuld leefbaar maken’

Anton Heyboer met zijn bruiden in 1976, van links naar rechts: Lotti, Marike, Maria en Joke.

Anton Heyboer met zijn bruiden in 1976, van links naar rechts: Lotti, Marike, Maria en Joke.

Bij Anton Heyboer denken de meeste Nederlanders: ’oja, die gek met zijn vijf vrouwen’. Dat hij internationaal gewaardeerd werd en zijn werk een prominente plek innam op de Documenta in Kassel, is bij de meeste mensen onbekend. Tijd voor eerherstel, vindt het Gemeentemuseum in Den Haag, waar morgen de tentoonstelling Het goede moment opent.

Anton Heyboer met zijn bruiden in 1976, van links naar rechts: Lotti, Marike, Maria en Joke.

Anton Heyboer met zijn bruiden in 1976, van links naar rechts: Lotti, Marike, Maria en Joke.

Maria, Lotti, Joke en Marike, de harde kern van zijn vijf bruiden, zijn blij met de hernieuwde erkenning voor het werk van hun man, die in 2005 overleed. Het is het eerste overzicht in een groot museum sinds 40 jaar. „Te lang hebben de verhalen over zijn opmerkelijke, geïsoleerde leven met zijn vrouwen op de boerderij in Den Ilp de waardering voor zijn kunst overschaduwd”, vindt Doede Hardeman, hoofd collecties bij het Haagse museum.

De expositie is geen compleet retrospectief. „De focus ligt hier op zijn etsen en schilderijen uit de jaren 1956-1977. Dat is een hele sterke periode. Met dit werk is hij destijds echt doorgebroken”, zegt Marike Heyboer. „Ton kreeg het daar wel benauwd van”, vullen de andere drie dames aan. „Want bekend zijn was leuk, maar beroemd zijn was in zijn ogen gevaarlijk. Hij wilde absoluut niet dat galeries of de kunstwereld hem zouden claimen. Dan zou hij niet meer vrij zijn. En niet meer kunnen werken.”

„Dat was zijn grootste angst. Want als hij niet werkte, bestond hij niet. Hij greep alles aan om te kunnen zijn, te werken, voor ons, voor later”, zegt Maria, de vrouw met wie Heyboer als eerste in het Noord-Hollandse dorp Den Ilp neerstreek. „Maar toen op een goed moment zijn etsen zo gewaardeerd waren dat het beleggingsobjecten werden, stopte hij er radicaal mee en ging hij schilderen. Dat het alleen om geld ging, wilde hij niet. Het moest ook om de inhoud gaan. Hij had immers een boodschap mee te geven.”

Hardeman knikt. „Hij was continu bezig zijn eigen succes te ondermijnen. Een goed voorbeeld daarvan zijn de schilderijen die hij in 1975 groots in het Stedelijk Museum Amsterdam mocht tonen. Zodra de expositie was afgelopen, vernietigde hij deze doeken door ze over te schilderen. Heyboer is een kunstenaar die tot in de diepste kern zocht naar de ultieme vrijheid. Daarin ging hij heel ver en maakte hij het voor zichzelf ook ongelooflijk ingewikkeld.”

Heyboer, die in 1924 in Sabang in Nederlands-Indië, werd geboren, was na de Tweede Wereldoorlog getraumatiseerd uit een werkkamp uit Nazi-Duitsland gekomen. De kille ontvangst thuis door zijn ouders verhevigde het gevoel van pijn en onveiligheid. Hij besloot alle normen en waarden die de maatschappij oplegden te verwerpen. Leven vanuit het normale was voor hem zinloos geworden. „De onschuld leefbaar maken, dat wilde Ton”, legt Maria uit.

In de jaren vijftig liet hij zich korte tijd vrijwillig opnemen in een gesticht in Santpoort. Schizofrenie met een Jezus-complex, luidde de diagnose van zijn behandelend artsen. „Het was de creativiteit die hem van de krankzinnigheid heeft gered”, stelt Lotti, die als tweede haar intrek nam op de boerderij in Den Ilp.

Zijn zelf uitgedachte systeem, dat ook in vrijwel alle etsen en schilderijen zichtbaar is middels kruisende lijnen en getallen, werd vanaf 1954 voor hem de methode om met zijn pijnlijke verleden om te gaan. „Wij leefden ons dagelijks leven via dat systeem. En wie er ook bij kwam: Joke of later Marike, de basis bleef altijd hetzelfde.”

Volgens de vier dames was Heyboer een man van uitersten. „Bij hem was het alles of niets. Hij was vreselijk lief, had een enorm groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ook was hij totaal authentiek. Alles kwam uit hemzelf voort. Het is heel bevrijdend als je zo iemand tegenkomt. Dan ben je in één klap ook van je eigen ballast af.”

„Hij was zo oorspronkelijk. Alles was bij hem nieuw, alsof het nooit eerder bestaan had. Dat verlangde hij echter ook van ons. Een mopje doorvertellen bijvoorbeeld kon absoluut niet. Alleen als je iets zelf verzonnen had, was het goed.” Dat leidde wel eens tot botsingen. Ook kritiek op iets hebben was niet gepast. „Dan kon hij echt boos worden en werd je weggestuurd”, herinneren vooral Joke en Lotti zich. „Dan zwierf ik ineens zonder ene rooie cent door Amsterdam. Later kwam Ton met een pannetje soep me dan weer zoeken”, lacht Lotti.

Alleen Maria werd nooit weggestuurd. „Dat kwam omdat ik alles had toegestaan. De komst van de andere vrouwen. Ik had Anton gedeeld. Of ik het daarmee moeilijk heb gehad? Ach, ik had gewoon geen zin om jaloers te zijn. Fake it until you make it was mijn motto. Bovendien was er in feite niet alleen te leven met Ton. Dat zei hij zelf ook: met mij kun je geen relatie opbouwen.”

De andere dames knikken. „Hij was te heftig en te consequent. Hij eiste zoveel, daar kon geen mens alleen aan voldoen. Dan zou je zelf geen leven hebben. Hij stond nooit stil, had zoveel energie. Maar hij was geen slavendrijver, hoor. Alleen volgde in zijn altijd drukke hoofd het ene project onmiddellijk het andere op”, stelt Marike. „Het leven met hem was een groot avontuur.”

„Je ging niet uit luxe naar Ton, je moest er echt aan toe zijn”, weet Lotti. Joke, die in de jaren zeventig naar Den Ilp vertrok, na het lezen van de bestseller die Privé-coryfee Henk van der Meijden over Heyboer en zijn bruiden schreef, herkent dit maar al te goed. „Ik las dat boek en wist dáar moet ik zijn. Leven was in die tijd moeilijk voor mij. Ik was vastgelopen in de wereld, was eenzaam. Bij Ton, zo voelde ik intuïtief aan, zou ik veilig zijn.”

„In de buitenwereld kun je nooit helemaal jezelf zijn. Bij Ton kon dat wel. Hij pelde alle schillen van je af, totdat je helemaal jezelf was. Hij was zelf altijd helemaal open, kende geen enkele grens. Als hij je aankeek, dan keek hij tot in het diepste van je ziel. En omgekeerd kon dat ook.”

Hun boerderij in Den Ilp is nog altijd een bijzondere plek, waar de geest van Heyboer nog rondwaart. „We moeten er niet aan denken om te moeten verhuizen. Het tocht er, het is er donker, altijd vochtig en de boel verzakt. Maar toch zijn we altijd gelukkig als we weer in ons hol komen.”

Het goede moment is van 26 augustus t/m 4 februari te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.

Hoogtepunt

Een van de hoogtepunten op de expositie is de 27-delige etsenserie Het goede moment, dat Heyboer in 1964 op de Documenta III in Kassel toonde. De monumentale reeks werd begin dit jaar teruggevonden in een particuliere collectie in Duitsland en is nooit eerder in Nederland te zien geweest. Uit nagelaten schetsboeken wordt duidelijk dat Heyboer beslist niet maar wat aanrotzooide. Hij had de compositie vooraf heel precies in diverse studies uitgedacht.

In Kassel hing dit werk in de centrale ruimte van het Fridericianum, recht tegenover de inmiddels wereldberoemde knipselcollage van Henri Matisse van de parkiet en de zeemeermin uit 1952-1953, die nu deel uit maakt van de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.