Nieuws/Binnenland
1365604
Binnenland

Geen transparantie

Prijs programma’s NPO nog onder de pet

Wat kost Eén tegen 100?

Wat kost Eén tegen 100?

Den Haag - De publieke omroep moet nu eindelijk eens met de billen bloot en openbaren hoeveel belastinggeld er naar televisieprogramma’s vloeit. Dat vindt een groot deel van de Tweede Kamer. Vooralsnog is het tevergeefs, want CDA, D66 en PvdA hebben een sleutelrol en blokkeren dat.

Wat kost Eén tegen 100?

Wat kost Eén tegen 100?

VVD-Kamerlid Yesilgöz vindt dat onbegrijpelijk. Ze benadrukt dat er jaarlijks meer dan 800 miljoen euro aan staatsgeld naar de publieke omroep gaat. „Het is logisch dat mijn buurvrouw en de groenteboer, die meebetalen aan de NPO, weten hoe hun geld wordt besteed en welke keuzes hierachter liggen.”

PVV’er Bosma, GL-Kamerlid Westerveld en 50Plusser Krol vinden dat ook. „Het kan allemaal veel opener. Het is wel gemeenschapsgeld”, verwoordt Krol het.

Amusement

Op dit moment hoeft de publieke omroep alleen maar te onthullen hoeveel geld er naar bepaalde genres gaat, zoals nieuws, sport en amusement. Wat een amusementsshow zoals Eén tegen 100 heeft gekost, of reisprogramma 3 op reis, blijft onder de pet.

CDA, D66 en PvdA vinden dat prima en verzetten zich tegen verdergaande openheid. CDA en PvdA hebben warme banden met de oude verzuilde omroepen zoals de Avro, KRO en de Vara. De pas vertrokken PvdA-bewindsman Van Dam heeft bovendien een baan gevonden in de Raad van Bestuur van de NPO.

Schaduwdirectie

Waarom D66-Kamerlid Sneller geen heil ziet in de door velen gewenste transparantie is veel Kamerleden een raadsel. „Ik denk niet dat dat onze rol is als politiek om dat per televisieprogramma te onthullen. We moeten niet voor schaduwdirectie spelen”, reageert hij.

Recent werd bekend dat de publieke omroep van minister Slob (Media) moet bezuinigen. De inkomsten van STER-reclames vallen met 60 miljoen euro tegen. NPO-baas Rijxman zegt de broekriem niet opnieuw aan te kunnen halen. „Of het geld in Hilversum niet tegen de plinten op klotst? Was het maar waar.”