Nieuws/Binnenland
1368852
Binnenland

Advocaat niet onder indruk van smaad aanklacht Van Dam

’Zaak Brandt Corstius kan ontmoedigend zijn’

AMSTERDAM - De geuite beschuldigingen van verkrachting enerzijds en laster en smaad anderzijds, doet de discussie over seksuele intimidatie geen goed. „Dit kan slachtoffers ontmoedigen om ook aangifte te doen, of in ieder geval hun verhaal te vertellen”, zegt advocaat Gabi van Driem.

Schrijver en programmamaker Jelle Brandt Corstius schreef vorige week in een ingezonden brief in dagblad Trouw dat hij „in het prille begin” van zijn televisiecarrière was verkracht. Hij noemde de naam van zijn aanvaller niet. In het tv-programma Pauw van maandagavond vertelde televisieproducent Gijs van Dam dat Brandt Corstius het over hem had, maar dat er absoluut geen sprake was van enige vorm van dwang. Van Dam liet weten aangifte te doen tegen zijn voormalige collega wegens smaad en laster.

’Niet onder de indruk’

Van Driem, gespecialiseerd in zaken over seksueel geweld, zegt niet onder de indruk te zijn van de smaad en laster-aanklacht. „Volgens mij was de dader in het verhaal van Brandt Corstius niet herleidbaar. Dan sta je niet sterk met die aanklacht. Trouwens, 96 procent van de verkrachters ontkent hun daad.”

Volgens Van Driem is Brandt Corstius door de aanklacht van Van Dam „min of meer gedwongen” nu ook aangifte te doen. Hoewel de zaak volgens haar niet „a priori” kansloos is, is het wel een juridisch lastig te bewijzen verhaal. „Heeft hij bijvoorbeeld na het incident iemand in vertrouwen genomen, dagboek bijgehouden of een psychiater bezocht?” Zoals Brandt Corstius al in zijn ingezonden brief schreef: „Het is zijn woord tegen mijn woord. Er zijn geen getuigen.”

Toch zegt Van Driem dat ze het goed vindt dat er nu, onder meer door de #MeToo discussie, veel meer aandacht is voor seksuele intimidatie. „Vrouwen en mannen zijn wakker geworden. Het lijkt een nieuwe feministische golf.”