Nieuws/Binnenland
1371148502
Binnenland

Advocaten van familie gedode treinkapers mag geluidsbanden horen

DEN HAAG - De advocaten van de nabestaanden van de slachtoffers van de treinkaping bij De Punt in Drenthe, in 1977, mogen geluidsbanden van de bevrijdingsactie samen met hun advocaten beluisteren. Daarbij mag geen vertegenwoordiger van de Staat aanwezig zijn. Dat heeft het gerechtshof Den Haag dinsdag bepaald.

Op 11 juni 1977 maakten mariniers en de luchtmacht met geweld een einde aan de treinkaping die toen al drie weken duurde. Bij die bevrijdingsactie, op last van de Staat, kwamen twee gegijzelde passagiers en zes kapers om het leven. Nabestaanden van twee van de gijzelnemers houden de Staat aansprakelijk voor hun dood.

Staat heeft ontkend

Volgens de familie van de kapers Max Papilaja en Hansina Uktolseja werden de twee van dichtbij geëxecuteerd. Hun advocaat Liesbeth Zegveld zegt dat de mariniers in het geheim opdracht hadden gekregen om alle kapers te doden. De Staat heeft altijd ontkend dat er sprake was van executies en onrechtmatig toegepast geweld.

Geheimhoudingsplicht

De advocaten eisten daarom dat ze de opnamen mogen beluisteren op een neutrale plaats en in aanwezigheid van hun cliënten en deskundigen. Dat verzoek is nu ingewilligd op voorwaarde dat advocaten en deskundigen zich houden aan een geheimhoudingsplicht.

Het gaat om een zogenoemde tussenbeslissing van het gerechtshof Den Haag. De procedure wordt in maart 2020 voortgezet.