Nieuws/Binnenland
1392935012
Binnenland

Berechting Nederlandse IS’ers in Syrië of Irak geen optie

Den Haag - Nederlanders die zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie in Syrië of Irak hoeven vooralsnog niet te vrezen voor berechting daar. Minister Dilan Yesilgöz (Justitie en Veiligheid) concludeert na een bezoek aan Irak dat ’berechting in de regio’ geen optie is.

„Op basis van de gevoerde gesprekken tijdens mijn bezoek is de conclusie dat berechting van Nederlandse personen die zich hebben aangesloten bij terroristische organisaties in Syrië of Irak in Irak vooralsnog geen optie is”, meldt Yesilgöz in verslag van haar reis. „Niettemin blijft het kabinet de mogelijkheden van berechting in de regio aftasten.”

IS-gangers worden de laatste maanden onder druk van de rechter naar Nederland gehaald, terwijl het standpunt van het kabinet eerder altijd was ze niet op te halen. Yesilgöz was daar eerder als Kamerlid al fel tegen. Ze zei daarover in die rol: „Van mij zult u geen medelijden horen met deze oorlogsmisdadigers. Als je je aansluit bij een organisatie die onze samenleving wil vernietigen, hoor je niet thuis in Nederland. Sterker nog, we willen je niet meer.” Ze gaf zelfs aan de doodstraf acceptabel te vinden voor IS’ers, ’als ultieme consequentie’ voor hun daden.

IS-vrouwen

Maar de praktijk blijkt toch anders nu ze minister is. Volgens Yesilgöz is er wel uitgesproken dat Nederland voorstander is van berechting daar. „Van Nederlandse zijde is toegelicht dat Nederland eraan hecht dat personen die verdacht worden van het plegen van terroristische misdrijven worden berecht en dat Nederland om die reden een aantal vrouwen dat zich heeft aangesloten bij IS, heeft teruggehaald. Er is in het gesprek nadrukkelijk aandacht gevestigd op het belang van berechting in de regio.”

Volgens de Justitieminister kreeg ze in Bagdad nul op het rekest van de National Security Advisor (ONSA) van Irak. „Die stelt zich op het standpunt dat landen hun eigen burgers moeten repatriëren en vervolgen.” Wel is de wil uitgesproken om de samenwerking op terrorismebestrijding tussen Nederland en Irak te versterken, bijvoorbeeld door bewijs tegen IS’ers beter te delen.

Nederland haalde in februari nog vijf IS-vrouwen en hun elf kinderen op uit het Koerdische vluchtelingenkamp Al Roj in het noorden van Syrië. Het argument was dat ze op die manier vervolgd konden worden. Anders zou de rechtszaak onder druk van de rechter verlopen, waardoor vervolging niet meer mogelijk zou zijn. Op die manier dreigen nog meer IS’ers te volgen.