Nieuws/Binnenland
1402150003
Binnenland

Wetenschappelijk bureau CDA:

’Stel een leeftijdsgrens in voor fastfood’

Ongezond eten en drinken is makkelijker verkrijgbaar en aantrekkelijker dan gezonder eten, staat in het WI-onderzoek.

Ongezond eten en drinken is makkelijker verkrijgbaar en aantrekkelijker dan gezonder eten, staat in het WI-onderzoek.

DEN HAAG - Het wetenschappelijk bureau van het CDA oppert dat er misschien een minimumleeftijd ingesteld moet worden om fastfood te mogen kopen. Zo’n leeftijdsgrens „vergelijkbaar met die voor de aanschaf van alcohol en tabak” zou kunnen helpen om een „gezonde generatie” op te voeden, zo staat in een onderzoek van het Wetenschappelijk Instituut (WI) de partij.

Ongezond eten en drinken is makkelijker verkrijgbaar en aantrekkelijker dan gezonder eten, staat in het WI-onderzoek.

Ongezond eten en drinken is makkelijker verkrijgbaar en aantrekkelijker dan gezonder eten, staat in het WI-onderzoek.

„Het gaat erom dat kinderen jong vertrouwd raken met zorg voor zichzelf en een gezonde levensstijl”, staat in een rapport waar Trouw als eerste over berichtte. Het WI zegt dat „instanties met een vormende invloed”, zoals consultatiebureaus en scholen, daar het best bij kunnen helpen.

Het rapport gaat ervan uit dat een gezondere leefstijl van kinderen „verder zal golven naar het gezin en de rest van de samenleving.” Daarvoor kunnen afspraken gemaakt worden met de verkopers en producenten van ongezonde voeding, maar moeten misschien ook regels aangescherpt worden. De minimumleeftijd is daar een voorbeeld van. Hoe oud je zou moeten zijn om een burger of kapsalon te mogen kopen, is in het onderzoek niet uitgewerkt.

Makkelijk verkrijgbaar

Ongezond eten en drinken is makkelijker verkrijgbaar en aantrekkelijker dan gezonder eten, staat in het WI-onderzoek. Mensen worden steeds geconfronteerd met reclame en lage prijzen, inspelend op een „primitieve trek in ultrabewerkte waren.” Het WI zegt dat de ideeën om ongezond eten moeilijker te maken daarom niet betuttelend zijn. „We zouden evengoed kunnen stellen dat het aanbod zo dominant is geworden dat dát nu betuttelt.”

Dat laatste punt maakte verantwoordelijk staatssecretaris Maarten van Ooijen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) vorige maand ook al. Hij kondigde aan te kijken of het juridisch mogelijk is om de „wildgroei” van fastfoodketens tegen te gaan. Dat doet hij op verzoek van gemeenten, en vooral grote steden. Ook hij vindt dat het ouders en kinderen door „een haag van verleidingen” te moeilijk gemaakt wordt om gezond te eten.

CDA-fractie vindt leeftijdsgrens voor fastfood te ver gaan

De Tweede Kamerfractie van het CDA ziet niets in een minimumleeftijd voor de verkoop van fastfood. Het Wetenschappelijk Instituut (WI) van die partij had zo'n maatregel voorgesteld om ervoor te zorgen dat jongeren en kinderen gezonder gaan eten. De afvaardiging van de partij in het parlement vindt dat echter "te ver gaan", schrijft Kamerlid Anne Kuik op Twitter.

Het WI stelde een grens "vergelijkbaar met die voor de aanschaf van alcohol en tabak" voor in een rapport over gezond eten. Kuik spreekt van "een belangrijk rapport" van "een onafhankelijke denktank". Over een deel van de aanbevelingen, "zoals het aanpakken van reclames voor ongezond eten of meer ruimte voor gemeenten om fastfoodketens te reguleren", is ze positief. Zo niet over het idee voor een minimumleeftijd.

"Als het probleem bij de fastfoodbedrijven ligt, moeten we daar de oplossing zoeken. En niet bij de jeugd", aldus Kuik.