1419943
Binnenland

SCP-onderzoek: kloof in bevolking neemt toe

Nederlanders negatiever over de EU

Den Haag - Tussen de uitersten van de Nederlandse samenleving heeft de kloof zich verdiept. De verschillen tussen laag- en hoogopgeleiden en tussen gezonde en ongezonde mensen zijn groter geworden. Ook is er nu een sterker contrast in het leven tussen mensen met hoge en lage inkomens en tussen werkenden en werklozen.

Dat blijkt uit een omvattende publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat de sociale situatie van Nederland in kaart brengt. Daarbij zijn de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar onder de loep genomen.

Over het algemeen rijst uit het rapport nog altijd een beeld op van een gelukkig en welvarend land, waarmee het op veel vlakken de goede kant op gaat. De criminaliteit is afgenomen, de kwaliteit van woningen is verbeterd, meer Nederlanders sporten en we gaan vaker op vakantie.

Ploeteren

Toch blijft het voor zo’n 5 procent van de mensen ploeteren, doordat ze vanwege een „combinatie van hardnekkige problemen en ongelijkheden” aan de onderkant van de samenleving bungelen.

Dat de verschillen toenemen in de leefsituatie van mensen die het beste af zijn en degenen die het minder goed hebben, komt volgens de onderzoekers „doordat de hoogopgeleiden en mensen zonder handicap of ziekte er meer op vooruit gingen dan laagopgeleiden en mensen met een handicap of ziekte.”

Sinds twee jaar is die groeiende kloof niet alleen zichtbaar tussen deze groepen, maar manifesteert die zich ook tussen werkenden en niet-werkenden en de hoge en lagere inkomens. Waar de rijkste 1 procent van Nederland in de jaren negentig ruim 3 procent van het nationale inkomen verdiende, was dat in 2014 gestegen tot bijna 5 procent.

Ook heeft de flexibilisering een belangrijke impact op de arbeidsmarkt. Het aandeel werknemers met een vaste arbeidsrelatie is tussen 1996 en 2016 afgenomen van 71 naar 61 procent. Daar zitten grote risico’s aan verbonden, omdat veel zzp’ers onverzekerd zijn en niet of nauwelijks voor hun pensioen sparen.

Achterblijvers

Binnen het onderwijs doen zich evenwel problemen voor. Zo is het opleidingsniveau van de gemiddelde Nederlander weliswaar gestegen, maar de scholieren van nu zijn beduidend slechter in met name wiskunde en rekenen dan zo’n 15 tot 20 jaar terug.

Ook blijkt ’waar je wieg staat’ weer meer invloed op de kansen in de rest van je leven te hebben. Wie hoger opgeleide ouders heeft, maakt duidelijk meer kans om door te stromen naar het hoger onderwijs dan kinderen met dezelfde capaciteiten maar lager opgeleide ouders.

Bovendien zijn er grote groepen mensen in de Nederlandse samenleving die niet meekunnen met de digitalisering, technologische ontwikkelingen en flexibilisering en daardoor achter dreigen te blijven.

Politiek

Hoeveel we er ook over mopperen, Nederlanders blijken nu niet cynischer over de politiek dan begin jaren negentig. De tevredenheid met de democratie ligt nu zelfs hoger dan in 1990. Destijds waren ook de zorgen over de normen en waarden en hoe we met elkaar omgaan groter dan nu, hoewel het ook de afgelopen verkiezingen weer een belangrijk thema vormde.

Daarbij blijkt dat de bevolking nu iets positiever is over immigranten dan een kwart eeuw terug, ondanks alle berichtgeving over vluchtelingen. In 1994 was nog 49 procent van mening dat er te veel mensen ’van een andere nationaliteit’ in Nederland wonen, waar dat in 2017 gedaald is naar 31 procent. Daarentegen is de steun voor het EU-lidmaatschap tussen 1996 en 2017 gedaald van 75 procent naar 58 procent.

Meningsuiting

Een andere opvallende ontwikkeling is de afkalvende steun voor de vrijheid van meningsuiting. 25 jaar geleden vond nog 4 op de 5 Nederlanders dat iedereen vrij moet zijn om in het openbaar te zeggen wat hij of zij wil, waar dat nu nog maar voor 2 op de drie geldt.

Wel waren de grote voorstanders van de vrijheid van meningsuiting destijds vooral links georiënteerd, waar sinds 2008 de rechterflank zich daarbij heeft gevoegd. De onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat de discussie over wat je allemaal moet kunnen zeggen „steeds vaker wordt gevoerd in de context van de multiculturele samenleving.”