Nieuws/Binnenland
1421193061
Binnenland

Nieuwe zitting rond bizarre onderwereldbajes

Politiekleding martelcontainer kwam uit Haren

AMSTERDAM - De politiekleding die dit voorjaar is aangetroffen in een van de loodsen die werd gebruikt als onderwereldgevangenis met een martelcontainer, blijkt te zijn gestolen uit een politiebureau in het Groningse Haren in mei 2018.

Dat is vrijdagochtend in de rechtbank ’De Bunker’ in Osdorp bekendgemaakt door de officier van justitie in een nieuwe inleidende zitting rond de martelcontainer in de Wouwse Plantage (Brabant). Politie en justitie gaan er vanuit dat de verdachten de kleding wilden gebruiken om zich bij het ontvoeren van criminele opponenten voor te doen als politiemensen van een arrestatieteam.

De kleding is gestolen in mei 2018 uit het politiebureau aan de Vondellaan in Haren. De politie maakte destijds bekend dat meerdere uniformen waren buitgemaakt bij een brutale roof. In dezelfde maand werden ook al bij inbraken in Noord-Nederland bij agenten thuis uniformen buitgemaakt.

De officier besprak vrijdagochtend kort dat dna van verdachten is aangetroffen in de martelcontainer en dat er tien vuurwapens bij de verdachten zijn aangetroffen. De containers werden deels gehuurd en deels aangekocht. Ze stonden in loodsen in Rotterdam en de Wouwse Plantage. In een van de loodsen stond een tandartsstoel om anderen te martelen. Er lagen onder meer klemmen, een gasbrander en zagen.

Er staan tien verdachten terecht. Ze worden onder meer verdacht van afpersing, gijzeling, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Hoofdverdachten zijn Robin van O. en Roger ’Piet Costa’ P.. De laatste wordt ook verdacht van de grootschalige invoer van cocaïne. De meeste verdachten beroepen zich op hun zwijgrecht.

De groep rond Roger ’Piet Costa’ P. en Robin van O. voerde oorlog met onder meer de in december 2018 opgepakte Ridouan Taghi en Ali D. De laatste is een Iraniër die oorspronkelijk een compagnon was. Er ontstond ruzie over geld, waarna een van de leden van de groep rond Robin van O. werd geliquideerd. Dat was Ibrahim Azaim, die in mei in Rotterdam werd geliquideerd. Er zou een dodenlijst circuleren, maar de officier van justitie benadrukte dat hier alleen over zou zijn gesproken. Er is nooit een concrete lijst opgedoken.

De verdachten Robin van O. en Roger P. communiceerden uitvoerig over de onderwereldgevangenis. Ze noemden de containers de ’eigen EBI’ en de martelunit de ’behandelkamer’. Foto’s van de onderwereldgevangenis werden onderling verstuurd. De containers waren erg goed geïsoleerd. Zelfs in drie lagen. ’Ze mogen schreeuwen’, berichtte een van de verdachten aan een medeverdachte, volgens de officier.

Zeer professionele organisatie

Volgens het Openbaar Ministerie was er sprake van een zeer professionele organisatie met een eigen observatie- en beveiligingsafdeling, snelle wagens en een groot wapenarsenaal. De officier sprak van een groepering met een ’hoge organisatiegraad’ die mensen op ’slinkse wijze wilde ontvoeren en ernstig mishandelen’.