Nieuws/Binnenland
1430535826
Binnenland

Hoge Raad: Staat hoeft IS-vrouwen en kinderen niet terug te halen

Archief.

Archief.

DEN HAAG - Nederland hoeft 23 Nederlandse IS-vrouwen en hun 56 kinderen niet terug te halen uit opvangkampen in Noord-Syrië en hoeft zich daar evenmin voor in te spannen. Dat heeft de Hoge Raad vrijdagmorgen besloten.

Archief.

Archief.

De rechtbank in Den Haag besloot in november dat Nederland alles in het werk moest stellen om in ieder geval de kinderen terug te halen, die met hun moeders onder erbarmelijke omstandigheden in twee opvangkampen zitten.

In hoger beroep vernietigde het hof die uitspraak. Volgens het hof was die beslissing aan de politiek en moet de rechter niet op de stoel van de overheid gaan zitten.

De advocaten van de vrouwen tekenden tegen die beslissing cassatie aan bij de Hoge Raad.

Band met Nederland

De vrouwen hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit, of beroepen zich op een ander soort band, en vinden daarom dat Nederland verplicht is om hen te repatriëren. Door dat niet te doen zou de overheid hun mensenrechten schenden.

Daar is de Hoge Raad het niet mee eens. De vrouwen en kinderen kunnen zich tegen de Nederlandse staat niet beroepen op mensenrechtenverdragen omdat ze zich buiten Nederlands grondgebied bevinden. Er is ook geen sprake van zodanig uitzonderlijke omstandigheden dat daar toch verantwoordelijkheid van Nederland uit voortvloeit. De situatie in de kampen is weliswaar slecht, maar niet uitzonderlijk, oordeelt de hoogste rechter.

Niet onrechtmatig gehandeld

De Hoge Raad vindt evenmin dat Nederland onrechtmatig handelt door de vrouwen en kinderen niet te willen terughalen. De vrouwen vinden dat de staat een zwaardere verantwoordelijkheid heeft tegenover hen als staatsburgers en daarom verplicht is om schending van hun mensenrechten tegen te gaan.

De Staat beroept zich onder meer op de nationale veiligheid en op die van de Schengenlanden. Die zou in gevaar kunnen komen als de vrouwen terugkeren. Ook wees de Staat op de veiligheidsrisico’s voor degenen die de vrouwen zouden moeten ophalen en op de gevolgen voor de internationale betrekkingen.

Terughoudendheid

De HR vindt, net zoals het hof dat eerder stelde, dat de rechter terughoudend moet zijn met het vellen van oordelen over door de staat gemaakte afwegingen. Daarnaast hebben de vrouwen er zelf voor gekozen om naar jihadistisch strijdgebied te gaan. Het besluit van de Staat om de vrouwen en kinderen niet terug te halen en zich daar evenmin voor in te spannen, is daarom niet onrechtmatig, aldus de Hoge Raad.

Reactie advocaat Seebregts

Advocaat André Seebregts reageerde teleurgesteld op de beslissing, maar constateert ook dat de Hoge Raad „de deur op een kier zet voor individuele gevallen.” De Hoge Raad kon alleen een oordeel vellen over de beslissing om niet alle vrouwen en kinderen te repatriëren. In een advies aan de Hoge Raad schreef de advocaat-generaal al eerder dat de Staat eigenlijk per geval zou moeten beoordelen of repatriëring mogelijk en nodig is. Vooral waar het gaat om de kinderen. De vrouwen kozen er nu voor om in de procedure niet de individuele gevallen centraal te stellen.

Seebregts zegt de uitspraak eerst goed te willen bestuderen, maar sluit nieuwe kort gedingen en een gang naar het Europees hof voor de rechten van de mens niet uit