Nieuws/Binnenland
1431135478
Binnenland

Definitief streep onder slepende rechtszaak treinkaping De Punt

De nabestaanden van twee doodgeschoten Molukse gijzelnemers wilden wel in cassatie, maar advocaat Liesbeth Zegveld ziet geen aanknopingspunten meer voor een gang naar de Hoge Raad.

De nabestaanden van twee doodgeschoten Molukse gijzelnemers wilden wel in cassatie, maar advocaat Liesbeth Zegveld ziet geen aanknopingspunten meer voor een gang naar de Hoge Raad.

Amsterdam - De rechtszaak rond de treinkaping bij De Punt wordt definitief afgesloten. De nabestaanden van twee Molukse terroristen die in 1977 in de intercity Assen-Groningen werden doodgeschoten, gaan niet meer in cassatie, laat advocate Liesbeth Zegveld weten. Daarmee komt een einde aan een emotionele en slepende reeks procedures rond de grootste militaire operatie op Nederlandse bodem sinds de Tweede Wereldoorlog.

De nabestaanden van twee doodgeschoten Molukse gijzelnemers wilden wel in cassatie, maar advocaat Liesbeth Zegveld ziet geen aanknopingspunten meer voor een gang naar de Hoge Raad.

De nabestaanden van twee doodgeschoten Molukse gijzelnemers wilden wel in cassatie, maar advocaat Liesbeth Zegveld ziet geen aanknopingspunten meer voor een gang naar de Hoge Raad.

De nabestaanden van twee doodgeschoten gijzelnemers wilden wel in cassatie, maar Zegveld ziet geen aanknopingspunten meer voor een gang naar de Hoge Raad. Voor de rechtbank en het gerechtshof werd de eis tot schadevergoeding eerder al afgewezen.

De procedure is aangespannen door nabestaanden van leider Max Papilaja en de enige vrouwelijke kaper, Hansina Uktolseja. Ze vinden dat er te veel geweld is gebruikt door de mariniers die de treinkaping beëindigden en dat hun dood voorkomen had kunnen worden. Volgens Zegveld schoten de mariniers op de gijzelnemers terwijl ze overduidelijk geen bedreiging meer vormden. Papilaja lag onder een deken en Uktolseja was ongewapend en gehuld in een nachthemd.

Donkere trein

Dat ze op dat moment geen bedreiging vormden, is wijsheid achteraf, zo oordeelden het hof eerder. De mariniers stormden een donkere trein vol bewapende terroristen binnen en moesten in een fractie van een seconde beslissingen nemen over leven of dood. Ze waren ervan overtuigd dat er tijdens de nadering op hen was geschoten. Daarom was het volgens de Staat niet vreemd dat de mariniers schoten op gijzelnemers die zich niet duidelijk overgaven.

De zaak maakte veel emoties los, bij nabestaanden in de Molukse gemeenschap maar ook bij de mariniers. Die spraken er schande van dat de leden van de toenmalige Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) werden weggezet als moordenaars in overheidsdienst. Met een lange lijst van aangiften wilden ze Zegveld aanklagen voor laster en smaad, maar daarvan kwam het niet, ook niet nadat de mariniers een artikel 12-procedure waren begonnen om vervolging af te dwingen.

Samenzweringstheorieën

De kwestie is ook omgeven met samenzweringstheorieën. Zegveld sprak met regelmaat haar vermoeden uit dat Den Haag in 1977 een geheime order had verstrekt aan de mariniers om de gijzelnemers allemaal te executeren. Geruchten over zo’n heimelijk executiebevel circuleren al langer, maar er is nooit enig bewijs voor gevonden.

Op 23 mei 1977 kaapten negen gewapende Molukkers een trein bij het dorp De Punt in Drenthe. Tegelijkertijd werd een basisschool gegijzeld in Bovensmilde. Onderhandelingen met de Molukkers brachten geen oplossing en bijna drie weken later maakten scherpschutters en mariniers een einde aan de treinkaping. Hierbij kwamen zes kapers om het leven. Twee gegijzelden stierven door een spervuur van kogels door de langeafstandsschutters die daarmee de kapers wilden uitschakelen.

Drie kapers overleefden de actie en kregen destijds zes tot negen jaar celstraf opgelegd. Mariniers beëindigden de schoolgijzeling zonder dat er slachtoffers vielen.

Over de zaak van de nabestaanden komt eind september een documentaire op televisie.