Nieuws/Binnenland
1466170375
Binnenland

Gezondheidsraad: meer tijd tussen twee prikken is overwegen waard

DEN HAAG - De Gezondheidsraad zet de deur open naar de mogelijkheid om meer mensen een eerste prik te geven van de coronavaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. De tijd tussen de eerste en de tweede prik kan wat de raad betreft eventueel worden verlengd naar twaalf weken. Het effect van zo’n verlenging is „relatief klein”, tempert het adviesorgaan van het kabinet de verwachtingen wel.

Momenteel mag tussen de prikken van Pfizer/BioNTech zes weken zitten, bij Moderna vier. Alleen bij AstraZeneca mag er al twaalf weken tussen zitten. Als ook bij de andere twee vaccins de periode tussen twee prikken wordt verlengd tot twaalf weken, kunnen meer mensen al een gedeeltelijke bescherming tegen Covid-19 krijgen. Dat kan „in het gunstigste geval” vijf ziekenhuisopnames per dag schelen, stelt de Gezondheidsraad op basis van modelberekeningen door het RIVM. Zit het tegen, dan wordt volgens de doorrekeningen slechts één ziekenhuisopname per dag vermeden.

Eind mei effect

De raad verwacht zo’n gunstig effect op zijn vroegst eind mei. Momenteel staan nog niet veel mensen ingepland voor een tweede dosis, dus worden door een langer interval aan te houden niet direct grote hoeveelheden vrijgespeeld. Na een prik duurt het ook nog enkele weken voordat het vaccin goed werkt. „Vervroegde vaccinatie door verlenging van het interval zal daarom geen uitkomst kunnen bieden bij het voorkomen van ziekenhuisopnames in de komende twee maanden.”

De belangrijke gezondheidsadviseurs van het kabinet waren eerder nog tegen een langere periode tussen twee prikken, vanwege onzekerheid over de mate van bescherming na één prik en onzekerheid over mogelijke effecten op de verspreiding van gemuteerde versies van het virus, zoals de Zuid-Afrikaanse en de Braziliaanse variant. Die onzekerheden zijn niet weg, maar het mogelijke positieve effect van iets minder ziekenhuisopnames „kan ertegen opwegen.”

Bescherming na één prik

Uit Brits onderzoek is intussen ook naar voren gekomen dat de bescherming na één prik „niet optimaal, maar wel heel redelijk” is, zegt voorzitter Bart-Jan Kullberg. Eén dosis van het BioNTech/Pfizer-vaccin zou al 60 tot 70 procent kunnen beschermen tegen besmetting met het coronavirus. Dat is ongeveer het beschermingsniveau dat twee prikken van AstraZeneca bieden. Over de langere termijn is nog weinig bekend. „Een tweede dosis blijft dus nodig voor een sterke immuunrespons en om voldoende beschermd te zijn voor een langere periode”, benadrukt de raad.

Het advies is niet per se een aanbeveling om de termijn te verlengen. De Gezondheidsraad geeft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) de optie wel „in overweging”, zolang er schaarste is. „Wanneer er voldoende vaccin beschikbaar is, zou het interval teruggebracht moeten worden naar dat wat in de productinformatie van de verschillende vaccins wordt aanbevolen”, benadrukt het adviesorgaan. Voor mensen die kampen met aandoeningen die hun immuunsysteem minder doen werken, moet de termijn niet worden verlengd.